Grutto Onderzoek in Zuidwest Fryslân
Er is geen vogelsoort waarvoor Nederland internationaal zo’n essentiële rol speelt als de Grutto. Nog altijd broedt hier een aanzienlijk deel van alle Europese Grutto’s maar de aantallen nemen schrikbarend snel af. De oorzaken hiervan zijn grotendeels bekend: intensivering en schaalvergroting van de landbouw, bebouwing, aanleg van wegen en op sommige plaatsen predatie, maken het platteland steeds minder geschikt voor de “kening fan de greide”.
Sinds 2004 doet de Rijksuniversiteit Groningen onderzoek naar Grutto’s in Zuidwest Fryslân, waaronder in een aantal reservaten van It Fryske Gea. De vogels worden gevangen, gemeten en gewogen en voorzien van kleurringen, er wordt bloed geprikt en langdurig geobserveerd. Waar is dat nou allemaal goed voor? Hieronder willen we proberen om op de belangrijkste vragen die nu vast in u opkomen een antwoord te geven.
Weten we nu nog niet genoeg van Grutto’s om ze te kunnen beschermen?
Ja, niemand kan zich nog verschuilen achter het ontbreken van voldoende kennis voor het nemen van redelijk adequate beschermingsmaatregelen. Dat neemt niet weg dat er ook nog veel dingen onduidelijk zijn, zoals over de overleving van kuikens en oudervogels en hoe de omstandigheden tijdens de trek en in de overwinteringsgebieden de broedresultaten beïnvloeden.
Wat zijn de belangrijkste vragen van het onderzoek?
We willen beter begrijpen waarom sommige Grutto’s succesvoller zijn dan anderen: zitten ze op betere plekken, zijn ze beter in conditie, zien ze er mooier uit, zijn ze eerder terug in het broedgebied of heeft het te maken met leeftijd en omstandigheden tijdens de trek? Daarnaast proberen we uit te zoeken hoe we op lange termijn Grutto’s in Nederland kunnen houden: wat is de rol nog van het moderne/ reguliere boerenland en zijn meer en grotere reservaten wel de oplossing om het tij te keren?
Mag iedereen zomaar vogels vangen?
Nee, naast toestemming van de terreineigenaar hebben we een Flora – en Faunawet-ontheffing, Natuurbeschermingswet-vergunning, ringvergunning en ontheffingen voor de Wet op de dierproeven. Voor elke vergunning worden opzet, nut- en noodzaak van het onderzoek weer tegen het licht gehouden.
Wie betaalt dat allemaal?
Het grootste deel van ons geld krijgen we van het Ministerie van Onderwijs. Soms wordt een project (mede) betaald door het Ministerie van LNV en particuliere fondsen als het Prins Bernhard Cultuur Fonds.
Zorgen jullie zelf niet voor veel verstoring?
Veel waarnemingen worden vanuit de auto of vanaf de weg gedaan. Waar mogelijk werken we samen met vogelwachten en vrijwilligers die toch al in het veld komen. Om predatie te voorkomen worden nesten niet een 2e keer bezocht voordat de eieren bijna uitkomen.
Komt een op het nest gevangen vogel wel terug?
We vangen vogels pas als de eieren bijna uitkomen. De kans op verlating is dan erg klein en komt vrijwel niet voor. Van het ringen van de kuikens trekken de ouders zich weinig aan.
Heeft een vogel geen last van die ringen?
In het begin zal het wel onwennig zijn maar eerder onderzoek heeft uitgewezen dat vogels er meer dan 20 jaar oud mee kunnen worden.Bovendien zien we jaarlijks bijna 90 % van de vogels terug. We hebben geen enkele aanwijzing om te denken dat het een probleem voor ze is.
Waarom prikken jullie bloed?
Aan de hand van het DNA kunnen we het geslacht, familieverbanden en de leeftijd van de vogels vaststellen. Bovendien komen we zo meer te weten over de conditie en ziektegeschiedenis van een vogel.
Hoe lang willen jullie er nog mee door gaan?
Nog zeker 15 jaar. Dit soort onderzoek kost veel tijd en pas na verloop van jaren kan je de eerste resultaten verwachten.
Kan ik zelf ook meehelpen met het onderzoek?
Jazeker! Iedereen kan meedoen door te letten op individueel gekleurringde vogels en deze aan ons door te geven. Deze waarnemingen zijn voor ons erg waardevol, zelfs als je niet precies gezien hebt welke ringen de vogel droeg. Probeer in elk geval de waarneemplek zo precies mogelijk te omschrijven. Melden kan op onderstaand contactadres. E-mail is voor ons de snelste en gemakkelijkste manier om waarnemingen in te sturen en waarnemers te informeren over de voortgang van het onderzoek en de wetenswaardigheden over de door hen waargenomen vogels. Aanvullende informatie over groepsgrootte, gedrag, habitat en het aantal vogels dat op ringen gecontroleerd is, is bijzonder welkom!
Elke vogel heeft 4 kleurringen en een vlag. De gebruikte kleuren zijn: rood, blauw, geel, wit en lime (lichtgroen). De positie van de metalen ring is niet van belang.
Als je meer wilt weten over het onderzoek en de resultaten van afgelopen jaar kan je op onderstaande website uitgebreide informatie vinden: http://www.rug.nl/biologie/onderzoek/onderzoekgroepen/dieroecologie/
onderzoek/researchStudies/migratimmune.
Contactadres: Rijksuniversiteit Groningen:
Jos Hooijmeijer Jos Hooijmeijer
Klokslach 24 Niko Groen
8723 GB Koudum Julia Schröder
tel.: 0514-522352 Christiaan Both
Email: j.c.hooijmeijer@rug.nl Theunis Piersma
Roos Kentie
Pedro Lourenço
Petra de Goeij
Naar boven