Dobben Hurdegarypsterwarren
Tussen de boomsingels in ‘de Wâlden’ liggen kleine waterplasjes. Op het eerste oog lijken ze niet bijzonder, maar schijn bedriegt. Het gaat om restanten van pingo’s uit de laatste ijstijd die vooral in geologisch opzicht waardevol zijn.
Restanten van vorstheuvels
Pingo’s zijn van oorsprong vorstheuvels, ontstaan in permanent bevroren grond tijdens langdurige perioden van extreme kou. Bij Burgum is dat in de laatste ijstijd geweest, ruim twintigduizend jaar geleden. Toen het klimaat iets milder werd, smolten de ijslenzen tot meertjes, omrand door de nog bestaande ringdijkjes. De dobben en pingoruïnes vallen nauwelijks op omdat ze omringd zijn door de voor deze streek zo karakteristieke boomsingels. It Fryske Gea heeft ook de smalle stroken grond tussen de dobben en pingo’s in bezit. Ze doen in de eerste plaats dienst als ecologische verbindingen, maar zijn ook in gebruik als wandelpad.
Verbindingsstroken 
In de loop der jaren zijn veel pingoruïnes verloren gegaan. Ze werden als nutteloze dobben beschouwd en gedempt. Soms zelfs met huisvuil of agrarisch afval. In de omgeving van Burgum is nog een twaalftal overgebleven. Hier en daar komen bij de pingo’s nog zeldzame planten voor, zoals sterzegge en galigaan. Buizerds hebben hun horsten in kleine elzenbroekbosjes en in de meidoorns broeden veel kleine zangvogels. Door aanplant van struweel kunnen in de volle zon luwe plekken ontstaan. Daar houden vlinders van. Het leefgebied van kleine dieren als loopkevers, muizen en egels is flink uitgebreid nu ze langs de gevormde verbindingszones van de ene naar de andere dobbe kunnen verhuizen. Ook vleermuizen maken dankbaar gebruik van deze gemarkeerde vliegroutes.
De stroken tussen de dobben en pingo`s doen dienst als wandelpad.
ToegankelijkheidDe Dobben Hurdegarypsterwarren zijn vrij toegankelijk.






