Stokersdobbe
Een diep overblijfsel uit de ijstijd
De Stokersdobbe is een pingoruïne, een overblijfsel uit de ijstijd. Dat de dobbe in een kom ligt, omringd door een wijde en brede ringwal, wijst daar op. Een kwart eeuw geleden is al eens onderzocht hoe diep de Stokersdobbe is. Het blijkt een erg diep gat te zijn: zo’n zes meter.
De dobbe is sterk verland en ademt nu de sfeer van een ondoordringbaar en nat oerbos, met gagel, grauwe wilg, zwarte bes en waterviolier. Er is nog een klein stukje riet dat jaarlijks wordt gemaaid. Langs de rand van de dobbe staan veel moerasplanten, zoals watermunt, moeraswalstro en blauw glidkruid. Broedvogels van de dobbe zijn onder andere rietgors, matkopmees en grasmus.
Niet vrij toegankelijkDe Stokersdobbe is niet vrij toegankelijk, maar wel vanaf de weg goed te overzien.






