Natuur en paarden grote verliezers in pachtzaak Noard-Fryslân Bûtendyks
It Fryske Gea beheert in Fryslân meer dan 3.000 hectare grasland door daarvoor pachtcontracten met boeren aan te gaan. Het gaat in totaal om ca. 300 pachtcontracten. Voor een natuurgebied is de inzet van grazers als koeien, paarden en schapen nodig om de vegetatie kort genoeg te houden voor op de grond broedende vogels als Grutto, Kievit, Tureluur, Kluut, Noordse stern, Visdief, etc.
Omdat het om natuurgebied gaat, spreekt het voor zich dat het belang van de natuur voorop staat. Er zijn aan de verpachting dan ook voorwaarden verbonden, waardoor het beheer wordt afgestemd op de natuurwaarden. Omdat dat beperkingen geeft in het gebruik ten opzichte van normaal agrarisch beheer, is de pachtsom bijzonder laag en daardoor aantrekkelijk voor boeren. Voor beide partijen blijkt dit al jaren een goede manier van samenwerking te zijn.
Pachtzaak Noard-Fryslân Bûtendyks
Bij het natuurgebied het Noarderleech, dat onderdeel uitmaakt van het buitendijks natuurgebied Noard-Fryslân Bûtendyks, bezit It Fryske Gea een boerderij die sinds 2005 wordt verpacht aan een boer die daar destijds een zoogkoeienbedrijf wilde beginnen. Dat zou prima passen bij het beheer van het betreffende natuurgebied: geen grote vee-dichtheid en flexibele inzet van grazers afgestemd op de aanwezige vogelrijkdom.
Enkele jaren later bleek de boer ook paarden en jongvee van derden aan te halen om in het buitendijks natuurgebied te laten grazen. Begin april werd al een groep jonge paarden van slechte kwaliteit in het buitendijkse natuurgebied ingeschaard.
In april is van grasgroei in Noard-Fryslân Bûtendyks nog geen sprake. Door de koude en natte omstandigheden komt die hier altijd zeer laat op gang (bovendien houden grote aantallen ganzen de vegetatie tot medio mei zo kort dat landbouwhuisdieren hier dan nog niet kunnen grazen) dreigden de paarden te verhongeren en plaatste de pachter als voer voor de paarden kuilbalen in het natuurgebied.
Het zo vroeg inscharen van paarden in het natuurgebied levert dan aan de natuurfunctie geen enkele bijdrage. Integendeel, doordat de paarden zich – logisch – voortdurend rond de kuilbalen ophouden, wordt er juist schade aan het natuurgebied toegebracht.
Het natuurgebied wordt op deze manier uitsluitend als stallingsruimte voor het vee gebruikt, wat gezien het welzijn van de dieren niet verantwoord is en niet past bij een natuurgebied. Het vee wordt zeer onrustig van de situatie, waarbij ze heen en weer draven. Daarbij sneuvelen veel nesten, eieren en kuikens van de rijkelijk aanwezige broedvogels en zullen weidevogels zich hier minder vestigen. Bovendien breekt het vee ook vaak uit door de afrastering, omdat ze op zoek gaan naar voedsel. Dit heeft er meerdere malen toe geleid dat het vee ook terecht kwam in de aanliggende zeer weidevogelrijke percelen die vrij gehouden zouden worden van beweiding.
Rechtsgang
Na de betreffende inscharing van paarden in april 2010 is vele malen gepoogd met de pachter tot een voor beide partijen bevredigende oplossing te komen, waarbij It Fryske Gea stelde dat het voorweiden van vee pas kan als er voldoende gras groeit. Steeds weer echter toonde de pachter zich niet bereid zijn bedrijfsvoering aan te passen. In april 2011 werd geconstateerd dat de pachter net als dat jaar daarvoor handelde en veel paarden in het op dat tijdstip nog voedselarme buitendijkse natuurgebied inschaarde.
Voor It Fryske Gea werd toen duidelijk dat er jammer genoeg geen enkele manier was om met deze pachter tot een voor het natuurgebied en de paarden goede oplossing te komen en dat alleen nog de weg naar de Pachtkamer van de rechtbank van Leeuwarden restte.
Deze stelde in haar uitspraak op 10 februari dat hoewel in geval van natuurpacht de belangen van natuur- en landschapsbeheer geacht worden voorop te staan, de pachter in dit geval toch mag voorweiden als er te weinig gras groeit omdat daartoe geen bijzondere bepalingen in de pachtovereenkomst zijn opgenomen. Daartoe zou er een wijziging in de huidige pachtovereenkomst moeten worden aangebracht waarmee in feite de beweidingsperiode nader en in afwijking van de huidige situatie wordt geregeld en aangescherpt. Wel is de rechtbank van oordeel dat It Fryske Gea geen verantwoording draagt voor het wel en wee van het aanwezige vee.
De natuurbeschermingsorganisatie betreurt deze uitspraak omdat die nadelig is voor zowel de natuur als het welzijn van de ingeschaarde paarden. In nieuwe pachtcontracten zal It Fryske Gea daarom in het vervolg een strengere voorwaarde betreffende het voorweiden opnemen.
