Allesbehalve vlekkeloos

Tsja, beste mensen een blog schrijven terwijl er al veel is beschreven en we weinig tot geen beeld hebben met dank aan ‘de schijtende flatsers.’ Het klinkt als de titel van de nieuwe Suske & Wiske.

Uitgekleurd

We kunnen onderscheiden dat er momenteel een paar flinke knapen op het nest vertoeven. Met het warme weer zie je ze met de snavel open zitten. Ze zweten niet zoals mensen en moeten hun warmte op een andere manier kwijt. Onvoorstelbaar hoe die mooie lelijkerds in relatief korte tijd hun ouders recht in de ogen kunnen aankijken. Drukdoende met vliegoefeningen om hun spieren sterk te maken voor de grote sprong de wijde wereld in. Gedurende 6 jaar zullen ze zich het verenkleed aanmeten zoals hun ouders. Roofvogels kunnen hun verenkleed niet in één keer ruien, want ze moeten ten allertijden blijven vliegen om een prooi te scoren. Jonge vogels hebben bredere vleugels en de achterrand loopt niet recht zoals bij een adult. De rui loopt van maart tot oktober. De eerste 4 levensjaren is de kleurvariatie relatief groot en valt het niet altijd mee om de dieren op leeftijd in te schatten. Al helemaal als de afstand groot is en de lichtomstandigheden tegen zitten. Nadat de vogels zijn uitgekleurd en hun adulte kleed hebben, is het niet langer mogelijk om ze op exacte leeftijd te brengen.

Links een adulte zeearend, met witte staart. Rechts een juveniel in bruin verenkleed

Vliegvermogen

De rui bij adulte vogels loopt parallel met het broeden. De vrouwtjes beginnen gewoonlijk pennen te ruien tijdens het leggen van de eieren en het uitbroeden hiervan. Het mannetje begint later vanwege de taakverdeling. Het vrouwtje heeft, zolang zij verantwoordelijk is voor het nest en de jongen, niet haar volledige vliegvermogen nodig. Het mannetje zorgt voor de aanvoer van voedsel en is daarbij op zijn vliegvermogen aangewezen. De rui loopt niet altijd vlekkeloos en is niet geheel volgens een vast patroon, afhankelijk van de voedselsituatie. Ook in de wintertijd worden er nog wel eens pennen gewisseld.

Geduld

De jongen blijven eerst een tijdje in de buurt van hun geboortegrond, vragen de aandacht van hun ouders en worden nog vrij lang gevoerd. Tot de tijd dat de jongelingen op hun ouders lijken, gaan ze de wereld verkennen waarbij ze enorme afstanden kunnen afleggen en veel zullen leren.  Waar de verkenningstocht van zo’n 4 jaar hen brengt, zullen we waarschijnlijk niet kunnen achterhalen omdat ze geen ringen dragen. Tijdens de zwerftochten zullen ze ergens een partner en een territorium gaan vinden en ook honkvast worden. Zeearenden vormen paren voor het leven. Ze bewonen een territorium dat wat grootte betreft afhankelijk is van het voedselaanbod. Het wordt gesplitst in een horstgebied (nestgebied) en een prooigebied. Andere paren worden wel in het prooigebied geduld, maar niet in het horstgebied. “Onze” zeearenden in de Alde Feanen hebben het rijk alleen wat het horstgebied betreft. Het is waarschijnlijk de redenen waarom het bijvoorbeeld in het Lauwersmeergebied misgaat.

Toeslaan

We zullen moeten afwachten tot er meer zicht komt en het voorlopig moeten doen met zeearenden achter een, allesbehalve vlekkeloos, scherm. Daarnaast lijken ze er gaandeweg steeds beter in te worden. Gesteld op hun privacy zoals Albert Eggens al beschreef, kan het zomaar zo zijn dat De schijtende flatsers opnieuw toeslaan.

Stel je vraag aan Meino

Pictogram

Wil je de Friese natuur een handje helpen?

Doe een donatie
Onze website maakt gebruik van cookies en daarmee vergelijkbare technieken. Klik op 'Ik ga akkoord' om toestemming te geven voor het plaatsen van cookies. Lees meer over cookies