Johan de Jong

Johan De JongJohan de Jong uit het Friese Ureterp kan zich geen leven zonder kerkuilen voorstellen. Ruim veertig jaar geleden werd hij gegrepen door de geheimzinnige nachtvogel. Hij heeft zelfs een boek geschreven over de vogel van zijn leven: de kerkuil.

Eerste nestkast

Als vogelliefhebber en biologieleraar kwam Johan de Jong in 1973 in contact met Sjoerd Braaksma, die voor het toenmalige Rijksinstituut voor Natuurbeheer onderzoek deed naar de kerkuil. De nachtvogel beleefde in die tijd een enorme terugval en de noodzaak tot bescherming drong door. De Jong: “Ik timmerde een eerste nestkast en besloot me in te gaan zetten voor de kerkuil.

In mijn klas vertelde de kinderen van boer Poppinga uit Beetsterzwaag dat er kerkuilen in hun boerderij zaten. Samen met Anne van der Wal ging ik kijken en hebben we de jongen geringd. Het was de eerste keer dat ik een kerkuil in mijn handen had.”

Overdag werken en ’s nachts onderzoek

Begin jaren zeventig van de vorige eeuw telde Nederland nog slechts 200-350 broedparen. Oorzaak van de achteruitgang was het gebruik van bestrijdingsmiddelen, waardoor er minder muizen waren, het hoofdvoedsel van de kerkuil. Ook werden veel kerken ontoegankelijk gemaakt voor de nachtvogel. Galmgaten werden afgesloten met gaas om duiven en kauwen te weren, maar daardoor werd de belangrijkste broedplaats voor de kerkuil onbereikbaar.

Naast zijn werk als leraar studeerde Johan de Jong in die tijd biologie. “Voor mijn studie moest ik twee jaar onderzoek doen. Omdat ik overdag werkte, zocht ik iets wat zich ’s nachts afspeelde. De kerkuil kwam als geroepen. Om de soort beter te kunnen beschermen was onderzoek naar het gedrag en voedselkeuze nodig. In een boerenschuur waar een paar broedde bouwde ik op twaalf meter hoogte een schuiltent. Overdag gaf ik les en ’s nachts zat ik in mijn eenzame observatiepost. Ik hield me wakker met vele liters koffie.

Een land vol nestkasten

Na zijn studie liet Johan de Jong de kerkuil niet meer los. Samen met Anne van der Wal werden honderden nestkasten in boerderijen geplaatst. Gebrek aan nestlocaties was immers een van de oorzaken van de achteruitgang. Na de strenge winter van 1979 bereikte de kerkuilenpopulatie een historisch dieptepunt met amper 100 broedparen.

De Jong richtte de Kerkuilenwerkgroep Nederland op en stimuleerde vogelwerkgroepen in het hele land ook nestkasten op te gaan hangen. Vogelbescherming loofde in die tijd een premie uit van 25 gulden per geslaagd broedgeval. Dankzij de inzet van honderden vrijwilligers hangen er in Nederland momenteel zo’n 12.000 nestkasten en broeden er in goede jaren meer dan 3000 paren. De kerkuil lijkt voorgoed van de ondergang gered. Lees verder over Johan de Jong op vogelbescherming.nl.

Ik wil de kerkuilen webcam bekijken!

Stel je vraag aan Johan

Pictogram

Wil je de Friese natuur een handje helpen?

Doe een donatie
It Fryske Gea maakt gebruik van functionele en analytische cookies om jouw ervaring op onze website te verbeteren. Door akkoord te gaan met de tracking cookies kunnen wij jou gerichte berichten over de natuur en onze activiteiten op social media en via derde partijen tonen. Lees meer over cookies