‘Elk voorjaar landen ook duizenden grutto’s bij ons collega-landschap in Noord-Holland. Het is puzzelen voor boswachter Marion Scherphuis om de beste omstandigheden voor de vogels te creëren. ‘Gelukkig denken de boeren goed mee.’
Het is een uitzonderlijk stukje Randstad. Het verkeer scheert er vlak langs, achter de snelweg torent de Amsterdam ArenA de lucht in. Polder de Rondehoep ligt ten westen van Amsterdam-Zuidoost, in de oksel van A9 en A2. Niet meteen een plaats waar je uitzonderlijke natuur verwacht. Maar boswachter Marion Scherphuis is deze weken weer in hoerastemming. Elk jaar is het hier raak: in februari/maart is het naastgelegen Landje van Geijsel de plek waar zo’n vijfduizend grutto’s vanuit Afrika weer voet op Nederlandse bodem zetten.
Marion wijst naar iets wat lijkt op een bruine rietvlakte. ‘Dat zijn ze. Ze staan mannetje aan mannetje, lekker veilig tegen elkaar aan om bij te komen van hun reis. Als straks een wolk van duizend tegelijk opvliegt om een verkenningsvluchtje te gaan maken, weet je niet wat je ziet. Aan iedereen die zich afvraagt waarom het belangrijk is om de grutto voor Noord-Holland te behouden, zou ik zeggen: kom eens kijken. Het is hier één groot feest.’
De laatste 25 jaar is de vogelstand in Rondehoep niet achteruitgegaan, in tegenstelling tot de landelijke trend. Maar dat ging niet vanzelf. ‘Om te beginnen is het altijd puzzelen met het water,’ zegt Marion. ‘Ons reservaat ligt midden in de Rondehoep, de omliggende landbouwgronden liggen lager. Ga maar na dat het voor ons lastig is om voldoende water vast te houden. We zijn nu een nieuwe aanvoersloot aan het graven en gooien dammen en stuwen om. Gelukkig denken Waternet en de boeren goed mee.’
‘Ook een probleem zijn de vossen en andere predatoren, zelfs de huiskat komt kuikens roven. ‘Het aantal vossen neemt continu toe. We zijn vorig jaar een proef begonnen. Op grond van Landschap Noord-Holland en van twee boeren is 70 hectare uitgerasterd met stroomdraad en zijn dammen met betongaas dichtgezet. Dat brengt veel werk met zich mee, voor ons en voor de boeren. Inspecties van de rasters, de camerabeelden bekijken en de grasgroei bijhouden, anders lekt de stroom via het gras weg. En de boer kan geen hek openzetten voordat hij het vorige heeft gesloten. Het laatste wat je wilt is dat een vos door een openstaand hek glipt.’
Als de proef blijkt te werken, hoopt Marion meer percelen te kunnen uitrasteren. ‘Ik ben ontzettend blij met elke boer die bij ons aanhaakt. Wij hebben hier een topgebied voor weidevogels. Maar als je in de gebieden rond de kern niets doet, is het dweilen met de kraan open. Iedereen weet dat het hele agrarische gebeuren moet veranderen en ik merk vaak dat de jongere generatie boeren daar best positief in staat. Als de regelgeving vanuit de overheid eindelijk ook wat overzichtelijker wordt, dan ben ik absoluut hoopvol voor onze vogels en ons landschap.’
Wil je de Friese natuur een handje helpen?
Doe een donatieOp de hoogte blijven?
Schrijf je in voor onze natuurweetjes-mail