Ganzen geen aanwijsbaar effect op Friese natuurgebieden
Vorig jaar hebben wij gezamenlijk met Staatsbosbeheer en Wetterskip Fryslân onderzoek gedaan naar de effecten van ganzen in Friese natuurgebieden om de mogelijke positieve- en negatieve effecten op natuur en waterkwaliteit in beeld te brengen. De resultaten van het onderzoek zijn binnen en laten ons weten dat er geen aanleiding is voor extra maatregelen. Er is echter nog veel onduidelijk, aanwijsbare verbanden zijn dan ook lastig te leggen en gebiedsspecifiek.
Ecologisch bureau Altenburg & Wymenga is de partij die het onderzoek heeft uitgevoerd. Ze hebben hiervoor een literatuurstudie gedaan en de ervaringen van de terreinbeheerders op een rij gezet. Met als focus de voedselrijke moeras- en grasland gebieden, zoals Grote Wielen, Alde Feanen, Houtwiel, Rottige Meente en de Deelen. Het inzicht van deze studie helpt ons en andere natuurorganisaties een betere afweging te maken of maatregelen tegen ganzen nodig zijn. Onderstaand de uitkomsten per onderdeel.
Begrazing van ganzen versterkt moeizame ontwikkeling waterriet
Begrazing van rietkragen en waterriet wordt veel gezien. In een aantal natuurgebieden is zelfs sprake van teveel begrazing van riet. Hierdoor verandert de structuur van de rietkragen en dit heeft zowel een positief als negatief effect op andere moerasvogels. In de Friese moerassen is het onduidelijk of dit de natuurdoelen schaadt. Wel laat het onderzoek zien dat verlanding en waterrietontwikkeling in Fryslân moeizaam gaat. Het grazen van de ganzen versterkt dit effect. Daarnaast verstoren de ganzen op sommige plekken moerasvogels en hun broedgebied.
Ganzen geen effect op weidevogelstand
Het literatuuronderzoek vindt geen direct effect van ganzenbegrazing op weidevogels. Dit wil niet zeggen dat er geen lokale effecten zijn. Volgens de meeste natuurbeheerders zijn er alleen geen daadwerkelijke observaties die dit effect aantonen. In een aantal weidevogelgebieden neemt de duur van de begrazing door ganzen in het voorjaar toe. Dit vindt een aantal beheerders zorgelijk, omdat er daardoor overlap ontstaat tussen het verblijf van grote hoeveelheden ganzen met de broedperiode van de weidevogels, wat met elkaar zou kunnen gaan botsen.
Effect op waterkwaliteit
Het effect van de mest van ganzen op de waterkwaliteit in moerasgebieden is nog onduidelijk. Daarom is er behoefte aan meer inzicht met aanwijsbare verbanden. De ganzen kunnen bepalend zijn voor het wel of niet ontstaan van helder water met waterplanten, iets wat we in natuurgebieden graag willen realiseren. In moerasgebieden met legakkers en petgaten, restanten van de verveningsgeschiedenis, zijn gevallen bekend waar de vegetatie onder invloed van ganzen totaal wordt vertrapt. Dit is een serieus probleem omdat dit bijdraagt aan het afbrokkelen en verdwijnen van de legakkers, waardoor er minder variatie in het gebied overblijft.