Zoeken pictogram Contact pictogram Favorieten pictogram 0 Webshop pictogram 0 Menu pictogram

Voor iedereen die van de Friese natuur houdt

Veldonderzoek in district Noard

Dit jaar is vrijwilliger Pyt van de Polder gevraagd om de insecten van de eendenkooien rondom buurtschap Lytse Geast ten westen van Tytsjerk te inventariseren. De eendenkooien werden van oudsher gebruikt voor de commerciële vangst van eenden. Een eendenkooi bestaat uit een kooiplas, een kooibos en vaak één of meerder vangpijpen met kolkschermen. De eendenkooien hebben tegenwoordig de functie als ‘rustende kooi’. In deze kooien wordt niet meer gevangen, maar wel beheer uitgevoerd om de cultuurhistorische waarden en de kooirechten te behouden. De eendenkooien vormen een waardevolle afwisseling in een verder open landschap voor verschillende flora en fauna.

Het gaat om drie eendenkooien bij Lytse Geast, namelijk de Casteleins Einekoai, de Mulders Einekoai en de Van Asperen Einekoai Alde Miede met in totaal viereneenhalf hectare. Het gaat dus om kleine landschapselementen. Hoewel de gebieden klein zijn, is er vaak weinig over bekend.

In de drie eendenkooien bij Lytse Geast heeft Pyt acht dagvlinder- en zeven libellensoorten aangetroffen. Het gaat vooral om algemene soorten als de vlinders Bont zandoogje en Klein koolwitje en de libellen Lantaarntje en Variabele waterjuffer. Het Bont zandoogje is bijvoorbeeld een vlinder van bosranden en open bossen. Deze vlindersoort is sterk gebonden aan het kooibos, omdat deze structuren in het omliggende landschap grotendeels ontbreken.

“De uitbreiding van de Vuurlibel naar het noorden heeft waarschijnlijk te maken met het veranderende klimaat in combinatie met een verbeterde waterkwaliteit”

De meest bijzondere soort was de Vuurlibel die in twee eendenkooien is gezien. De Vuurlibel is van oorsprong een Zuid-Europese soort waarvan de noordgrens door Nederland loopt. In Nederland was de soort tot het einde van de vorige eeuw een zeldzame soort die zich sindsdien enorm heeft uitgebreid. Waarschijnlijk heeft de uitbreiding van het leefgebied te maken met het veranderende klimaat in combinatie met een verbeterde waterkwaliteit. De Vuurlibel is bijvoorbeeld bekend van de Alde Feanen en de Grutte Wielen. De eendenkooien liggen tussen deze gebieden. De onmiskenbaar dieprood gekleurde Vuurlibel schijnt in allerlei stilstaande, zonnige wateren te kunnen leven als larve. De mate van begroeiing en de grootte zijn daarbij niet belangrijk.

Botanisch waardevol petgatengebied bij Lytse Geast
In 2019 heeft It Fryske Gea een terrein aangekocht van tien hectare, toevallig ook bij buurtschap Lytse Geast. Het gaat om een rietperceel met al decennia wintermaaibeheer. Het terrein is gecompartimenteerd ten gunste van de rietteelt. Het gebied is in de vorige eeuw zeer waterrijk geweest met veel petgaten en enkele sloten. De petgaten zijn waarschijnlijk in het begin van de twintigste eeuw gegraven. Inmiddels zijn deze bijna volledig verland.

Om een beeld te krijgen van de vegetatie van de gemaaide rietlanden en de petgatjes, hebben we Planteferbân Drachten e.o. van de Fryske Feriening foar Fjildbiology gevraagd het gebied te inventariseren. Hieruit bleek dat het terrein, ondanks de hoge ligging, nog onder invloed staat van basenrijk grondwater. De deels verlande petgaten bevatten de hoogste botanische waarden met soorten als Ronde zegge (bedreigd), Waterscheerling (kwetsbaar) en Moerasvaren langs het water en Grote boterbloem en Gewoon bronmos in het water.

Vooral de grote verspreiding van Ronde zegge is zeer bijzonder. Deze zeggesoort is een kensoort voor trilveenverlanding. Dit verlandingstype is zeer gevoelig voor verdroging en verzuring. Verspreid over het rietperceel komen andere basenminnende planten voor als Paddenrus, Rietorchis, Gewone dotterbloem, Echte koekoeksbloem en Moeraslathyrus (kwetsbaar). In tegenstelling tot de meeste hedendaagse rietvelden speelt verbossing hier nauwelijks een rol. Alleen langs een enkel petgat staat een solitaire Grauwe wilg en in overstaande delen komen een paar Zachte berken op. De voormalige eigenaars waren ook lovend over de broedvogels. Jaarlijks zouden soorten als de Roerdomp, de Kievit en de Watersnip hier broeden.

Kleiputten als schatkamer voor zilte flora
In 2019 heeft medewerker Hendrik van der Wal samen met Floron-vrijwilliger Simon-Kees Aardema een bezoek gebracht aan de Dyksputten. Het doel was een kilometerhokstreeplijst in te vullen voor Floron. De Dyksputten liggen in het noordwesten van Fryslân. It Fryske Gea is in eigendom en bezit van vijf van dergelijke Dyksputten die ontstaan zijn door kleiwinning voor de zeedijk. De kleiputten liggen aan de voet van de zeedijk en zijn relatief jonge natuurgebieden, maar dragen wel een bijzondere flora. De zilte inslag zorgt voor een unieke vegetatie. Door het stelselmatig doorzetten van het extensieve beheer behoudt de flora haar unieke variatie.

Door de jaren heen zijn er diverse flora- en vegetatiekarteringen geweest.  In 1998 en 1999 heeft medewerker Henk J. Jager de flora gekarteerd en in 2015 vrijwilliger Herke Fokkema. In 2019 is nogmaals gekeken naar de vegetatie in Dyksput Roptasyl. De uitkomsten geven een geruststellend beeld. De planten die 20 jaar geleden voorkwamen, weten zich nu nog stand te houden. Soorten als Aardbeiklaver, Knolvossenstaart (bedreigd), Smalle rolklaver en Zilt torkruid (bedreigd) komen nog steeds voor. In 2015 zijn als nieuwe soorten Kamgras (kwetsbaar), Melkkruid (kwetsbaar) en Rietorchis genoteerd. Deze waren in 2019 wederom gezien.

Alleen het Dunstaart (kwetsbaar) is na 1998/1999 niet weer gezien. Dunstaart houdt van open, zonnige plekken die vaak verstoord worden door inundatie. Bovendien kan het zoutgehalte op deze plekken sterk wisselen. Het is een plant van kweldervegetaties. De plant wordt buiten de bloeitijd echter snel over het hoofd gezien door de onopvallende groene sprieten. Er is dus nog hoop op haar aanwezigheid. In 2020 gaat vrijwilliger Ben Bruinsma de flora van de Dyksputten uitgebreid karteren op de groeiplekken van de kwaliteitsbepalende flora.

Vogelrijk bos in de Trynwâlden
In de Trynwâlden tussen de dorpen Aldtjerk, Oentsjerk en Mûnein liggen de bosjes Grikelân en Turkijke, vernoemd naar Griekse en Turkse staatsobligaties door de erven van Eritia Titia van Sminia. De bosjes grenzen aan parkboslandgoederen Statiastate, De Klinze en Heemstrastate. De bosjes werden vroeger gebruikt als eikenhakhoutbosjes en zijn in 1955 en 1965 aangekocht door It Fryske Gea. It Fryske Gea heeft de gebieden geleidelijk aan omgevormd tot opgaand loofbos. De laatste jaren wordt meer bosrandbeheer toegepast.

Vrijwilliger Klaas Joustra telt de broedvogels van de bosjes als sinds 2012, dus al acht jaar. Hierdoor hebben we een goede indruk van de ontwikkeling en diversiteit van de broedvogelpopulatie. De bosjes grenzen aan cultuurgraslanden, elzensingels, zandige lanen, jonge bosaanplanten en de eerder genoemde parklandgoederen. Bovendien hebben de bosjes door hun lange vormen en tussenliggende lanen waardoor veel overgangsvormen met de omgeving zijn.

Deze variatie is goed te zien in het aantal broedvogelsoorten. In 2019 zijn namelijk 46 broedvogelsoorten vastgesteld. Het gaat om typische bosvogels als Appelvink, Bonte vliegenvanger, Boomklever, Grote lijster (gevoelig), Holenduif en Houtsnip, maar ook om bosrandvogels als Boompieper, Gekraagde roodstaart en Putter en struweelvogels als Grasmus, Nachtegaal (kwetsbaar) en Spotvogel (gevoelig). Ook zijn soorten van open tot halfopen landschap vastgesteld langs de rand van de bosjes, zoals Graspieper (gevoelig), Koekoek (kwetsbaar) en Roodborsttapuit.

Het voorkomen van Houtsnip is zeker bijzonder te noemen. Meestal broedt deze vogel in grotere bossen van tenminste enkele tientallen hectares. Grikelân en Turkije is slechts 15 hectare groot. Sinds 2013 komt de vogel toch bijna elk jaar trouw om hier te broeden. Een andere opvallende vogel is de Fluiter. In 2019 is de vogel helaas niet vastgesteld, maar ook deze onopvallende vogel is enigszins kritisch ten aanzien van het bostype. Het bos moet gevarieerd zijn met veel eik of beuk, maar een niet te dichte ondergroei is essentieel.

In 2019 zijn twee territoria van de Ransuil (kwetsbaar) vastgesteld. Een soort die mogelijk profiteert van een goed muizenjaar. Het naastliggende Kaetsjemouisbosk schijnt een belangrijke roestplek te zijn voor Ransuilen.

In Grikelân en Turkijke komen sinds 2018 drie spechtsoorten voor. De Grote bonte specht is met vier tot acht territoria per jaar altijd goed vertegenwoordigd. De Kleine Bonte specht heeft vaak slechts één territorium. In 2018 verscheen de Groen specht voor het eerst. Een nieuwkomer in 2019 is het Goudhaantje, een bewoner van naaldbossen. Al met al zijn de voor publiek opengestelde bosjes van Grikelân en Turkije zeker de moeite waard.

Koloniebos bij Raerd
Een ander bos van district Noard waarvan in 2019 de broedvogels zijn gekarteerd, is Park Jongemastate bij Raerd. Park Jongemastate, ook wel Raerderbosk genoemd, is vooral bekend van de voorkomende stinzenflora. Er zijn bijzondere soorten te vinden als Holwortel, Keizerskroon en Lenteklokje. We hebben vrijwilliger Lambertus de Ree gevraagd om de actuele broedvogelpopulatie in kaart te brengen. Dit was voor het laatst gedaan in 2005. Er zijn ook gegevens bekend van de periode 1996 tot en met 2002.

In totaal zijn 22 broedvogelsoorten vastgesteld. De meest opvallende soorten zijn de kolonievogels, namelijk de Blauwe reiger, de Kauw en de Roek. Alle drie zijn van vroeger wel bekend. De gegevens uit het verleden geven echter een zeer wisselend beeld. De Blauwe reiger lijkt te zijn afgenomen. In 2005 werden nog 89 nesten geteld en in 2019 waren dit er 38 nesten. In de periode van 1996 tot en met 2002 varieerde de koloniegrootte tussen 57 en 90 nesten. Daarentegen lijkt de Roekenkolonie zeker niet te zijn afgenomen met een recordaantal van 455 nesten! In 2005 waren dit nog 320 nesten en in de periode van 1996 tot en met 2002 waren dit 266 tot 347 nesten. In 2019 waren dit 11 territoria. Verder komen algemenere soorten van bos en struweel in lage dichtheden voor als Boomkruiper, Grote bonte specht en Spreeuw. Maar de kolonies zijn best indrukwekkend voor een bosje van slechts tweeëneenhalf hectare.

Benieuwd naar onze overige onderzoeksresultaten?

Wij hebben ook voor de districten West, Midden en Súd veldonderzoek verricht en de meest in het oog springende onderzoeken en resultaten op een rij gezet. Bekijk alle inventarisaties en karteringen van 2019.

Nieuwsbrief

  • Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.
Volg ons ook op:
Favorieten pictogram Webshop pictogram Chat pictogram Contact pictogram Lid worden
Onze website maakt gebruik van cookies en daarmee vergelijkbare technieken. Klik op 'Ik ga akkoord' om toestemming te geven voor het plaatsen van cookies. Lees meer over cookies