Zoeken pictogram Contact pictogram Favorieten pictogram 0 Webshop pictogram 0 Menu pictogram

Voor iedereen die van de Friese natuur houdt

Veldonderzoek in district West

In district West zijn in 2018 de broedvogels integraal gekarteerd op de Fluezen, Koarnwerterpolder en de Makkumersúdmar. De broedvogelgegevens van de Fluezen zijn nodig voor de beheerevaluatie die we in 2019 uitvoeren. De vogelstand in weidevogelreservaten als de Koarnwerterpolder en de Makkumersúdmar moet frequent worden gemonitord om vinger aan de pols te houden en in het kader van de SNL.

Moerasvogels in Bûtlannen

De Fluezen ligt in het zuidwestelijke merengebied van Fryslân en maakt onderdeel uit van het Natura 2000-gebied Aldegeaster Brekken, Fluezen en omkriten. De Fluezen bestaat uit ‘Bûtlannen’, bosjes en open water met eilandjes en is in totaal 197 hectare groot. Het gebied is van groot belang voor water- moeras- en weidevogels en hebben de internationale Wetland en Vogelrichtlijnstatus.

In het gebied tellen vrijwilligers ook broedvogels. Yde Kuipers telt al vanaf 1986 het deelgebied de Fûgelhoeke (52 ha). En Andries Blom telt in ieder geval sinds 2016 het gebied de Samenvoeging (91 ha) waar It Fryske Gea-gebied voor een deel binnenvalt. In 2004 en 2012 is de Fluezen ook gekarteerd.

Diverse vogelsoorten tellen
In de Fluezen werden 46 soorten geteld, waarvan elf op de Rode Lijst staan. Opvallende soorten waren Roerdomp (kwetsbaar), Krooneend, Kwartelkoning (bedreigd), Tureluur (gevoelig) en Graspieper (gevoelig). In vergelijking met de vorige karteringen is een aantal soorten verdwenen als broedvogel, bijvoorbeeld Winter- en Zomertaling (resp. kwetsbaar en bedreigd), Kleine en Bontbekplevier en Visdief (gevoelig). Soorten als Slobeend (kwetsbaar) Bruine kiekendief en Sprinkhaanzanger zijn afgenomen.

Er zijn verschillende oorzaken aan te wijzen voor de verdwijning en afname van deze vogels zijn. Zo zal de verdwijning van de Zomertaling in de Fluezen deels te maken hebben met de grootschalige verandering van het omliggende agrarische landschap, maar mogelijk ook met de droogte in het overwinteringsgebied. Voor soorten als de Visdief is de vegetatiesuccessie van het broedbiotoop mogelijk ook een oorzaak.

Soorten die leven in oud riet, zoals Roerdomp, Baardman en Snor nemen toe of stabiliseren. Dit geeft aan dat de moerasontwikkeling het gebied voor broedvogels positief is. De vestiging van de Krooneend in het gebied geeft aan dat de waterkwaliteit van het open water verbeterd is. Krooneenden eten in ondiepe delen wortels, zaden en groene delen van waterplanten. Kranswieren is het favoriete voedsel. De droogte van de afgelopen zomer zorgde voor geschikte broedbiotopen voor weidevogels als Tureluur en Kwartelkoning in de  natte delen van de ‘bûtlannen’. Deze delen kregen door de verdamping een gunstige waterstand voor deze vogels.

Weidevogelpolders in district West

De Koarnwerterpolder bestaat uit Polder Koarnwert en Polder de Eenhoorn. Beide deelgebieden worden gescheiden door de Koarnwerterfeart. Het reliëfrijke kleipolder gebied in de buurt van Koarnwert bij het Iselmar is in totaal 62 hectare groot. Polder de Eenhoorn bestaat deels uit het in 1776 drooggelegde Sillaardermar. In de lage graslanden van de droogmakerij komt zilte kwel voor met zoutminnende vegetaties. De Koarnwerterpolder is eerder op broedvogels geteld in 2008 en 2010.

In Polder Koarnwert en de Eenhoorn zijn 22 soorten geteld, waarvan elf soorten op de Rode Lijst staan. Uit de kartering blijkt dat de weidevogels toenemen. Dit is het resultaat van het waterbeheer met hoge peilen en plasdrasomstandigheden. Hierdoor zijn ook soorten als Kluut, Bontbekplevier en Watersnip aangetrokken.

Typische weidevogels als Grutto (gevoelig), Tureluur (gevoelig) en Veldleeuwerik (gevoelig) zijn toegenomen in tegenstelling tot de landelijke trend van deze soorten. De Scholekster blijft echter afnemen.

De veenpolder Makkumersúdmar bij Allingawier maakt onderdeel uit van het voormalige Makkumermar. Het meer van ongeveer 375 hectare groot is in 1879 drooggelegd. De Makkumersúdmar is 31 hectare groot. Ook de Makkumersúdmar is in 2008 en 2010 geteld op broedvogels.

De weidevogelstand van de Makkumersúdmar laat een teleurstellend beeld zien. De typische weidevogels Scholekster, Kievit en Grutto zijn sterk afgenomen. Een lichtpuntje is het territorium van een Watersnip. Mogelijk werd de Watersnip aangetrokken door de vrij natte greppels in het noordelijke deel waar de vogel actief was. De Tureluur en eenden als Slobeend (kwetsbaar) en Krakeend blijven stabiel. De weidezangvogels Veldleeuwerik, Gele kwikstaart en Graspieper lijken licht toe te nemen.

Zandplaten voor kolonievogels

In 2019 wordt de gehele Fryske IJsselmarkust gekarteerd op broedvogels. Dit gebeurt natuurlijk in samenwerking met de vrijwilligers die jaarlijks broedvogels tellen. Zo telt Ep van Hijum de Hylper- en Molkwarder platen bij de Bocht fan Molkwar. Dit doet hij als sinds de aanleg in 1995. Sinds de aanleg zijn de platen in de winter van 2008-2009 opgeschoond.

De platen zijn in trek bij veel kolonievogelsoorten, zoals Kleine mantelmeeuw en Zilvermeeuw. Beide vogels profiteerden van de opschoonactie in 2009. Grote mantelmeeuw, Kluut, Visdief en Zwartkopmeeuw zijn niet jaarlijks aanwezig als broedvogel.

In de eerste vier jaar na de aanleg was de kolonie Kluten aanwezig. Vanaf 2000 was de Kluut nauwelijks meer aanwezig als broedvogel. De Visdief profiteerde vooral de eerste jaren na de aanleg en in mindere mate de eerste jaren na de opschoonactie. De Grote mantelmeeuw en de Zwartkopmeeuw zijn een onregelmatige broedvogels op de platen. De Kokmeeuw nam na de aanleg enorm toe met een piek van bijna 3.500 nesten in 2002, waarna de kolonie weer even snel afnam. Na de opschoonactie was een kleine opleving te zien met meer dan 500 nesten.

Door de lange reeks is het mogelijk het voorkomen van de soorten goed te beschouwen. Een vergelijking van het aantal soorten per jaar laat zien dat 1999 een topjaar was met 27 soorten. Op de gedeelde tweede plek staan 2002 en 2004 met 20 soorten. De opschoonactie heeft niet gezorgd voor een hoger aantal. Bijzondere soorten die tot nu toe alleen voor de maatregel voorkwamen, zijn Dwergmeeuw, Bontbekplevier, Kleine plevier en Grutto. En soorten die na de maatregel voorkwamen zijn Krooneend, Smient en Aalscholver.

Insectenrijke duinen van Gaasterlân

In de Huitebuersterbûtenpolder en de Bûtenwallen (52 ha) zijn de dagvlinders en de wilde bijen geïnventariseerd. Het gebied bestaat uit een bloemrijke, kalkrijke graslanden op voormalige Zuiderzeeduinen.

De aantallen van dagvlinders als Bruin zandoogje, Icarusblauwtje en Kleine vuurvlinder vielen tegen met maar enkele exemplaren. Opvallend was het voorkomen van het Bruin blauwtje (gevoelig). Deze vlinder is bijna afwezig en verdwenen in Noord-Nederland. Alleen in de duinen op de Waddeneilanden komt de soort nog in redelijke aantallen voor. De vlinder gaat achteruit door verruiging en het anderszins verdwijnen van schrale vegetaties.

In de Huitebuersterbûtenpolder werden in totaal 30 bijensoorten genoteerd, waarvan zes doelsoorten. De meest opvallende soort was de Geelstaartklaverbij (kwetsbaar). Deze bij komt vooral op de zandgronden voor, maar ook op andere niet te zware minerale bodems. De Mei maakt ondergrondse nesten en foerageert vooral op lip- en vlinderbloemigen als klavers en wikkes. Net als het Bruin blauwtje heeft deze bij te lijden van verruiging.

Bloeiend voorjaar in Wyckel

Medewerker Henk J. Jager heeft de bos- en stinzenflora in kaart bracht van het Wikelerbosk, ook wel het Van Coehoornbosk genoemd, bij Wyckel. Het Wikelerbosk is een parkbos in Frans geometerische stijl met rechte lanen en rechthoekige vlakken en later aangepast in Engelse landschapsstijl met slingerende paden. In het park zijn in het verleden sierlijke stinzenplanten geplant. Opvallende soorten voor het park zijn de Adderwortel, de Halskraaganemoon, Het Lelietje-van-dalen, de Sneeuwroem en de Vingerhelmbloem. De Adderwortel wordt al in 1913 vermeld van het Wikelerbosk en houdt dus goed stand als stinzenplant. Hoewel de plant spaarzaam bloeit, breidt de soort breidt zich vegetatief uit in het bos. De plant leeft vooral op zonnige tot licht beschaduwde, vochtige plekken. In Zuid-Nederland groeit de plant van nature in natte hooilanden.

Benieuwd naar onze overige onderzoeksresultaten?

Wij hebben ook voor de districten Noard, Midden en Súd veldonderzoek verricht en de meest in het oog springende onderzoeken en resultaten op een rij gezet. Bekijk alle inventarisaties en karteringen van 2018.

 

Nieuwsbrief

  • Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.
Volg ons ook op:
Favorieten pictogram Webshop pictogram Chat pictogram Contact pictogram Lid worden
Onze website maakt gebruik van cookies en daarmee vergelijkbare technieken. Klik op 'Ik ga akkoord' om toestemming te geven voor het plaatsen van cookies. Lees meer over cookies