Ganzenproblematiek

Zijn er echt teveel ganzen in ons land, zodat we moeten spreken van een groot probleem? Hoe goed zijn we in staat om de getallen te interpreteren? Hebben we voldoende kennis over oorzaak en gevolg van allerlei beheersmaatregelen? Is het bovenal niet vreemd dat uitgerekend de mens mag bepalen van welke andere soorten er te veel of te weinig zijn? Normaal gesproken regelt de natuur dit zelf en zou de mens moeten leren om z’n handen in de zak te houden.

Tegen het ‘weidelijk’ jagen op zich valt niet veel in te brengen. Als een jager, met behulp van zijn hond, jaarlijks een aantal ganzen doodt voor consumptie, zal dit voor velen acceptabel zijn. Maar, het in opdracht afschieten of vergassen van bijvoorbeeld grauwe ganzen is maatschappelijk totaal onaanvaardbaar! Bovendien veroorzaakt dit veel onrust in de landerijen én verstoring van andere broedvogels.

Brandganzen en grauwe ganzen

Brandganzen en grauwe ganzen zijn in zowel winter als zomer vaste bewoners van de zomerpolders

Veel voedselaanbod

Vanuit de RUG onderzocht Maarten Loonen al vanaf 1990 broedgebieden van brandganzen op Spitsbergen. Hij analyseerde hoe de situatie rondom de ganzen in ons land uit de hand is gelopen. Intensivering van landbouw en veeteelt hebben ervoor gezorgd dat de ganzen, zonder veel inspanning, meer dan voldoende voedsel kunnen bemachtigen. Kennelijk om die reden trekken bijvoorbeeld brandganzen steeds later naar hun broedgebieden, waar ze vervolgens op de al ontdooide toendra’s direct voedsel kunnen vinden. Tevens lijkt er een trend zichtbaar, dat er ieder jaar grotere aantallen brandganzen in onze contreien blijven broeden. Als er in ons land veel ganzen worden afgeschoten, trekken er minder naar de broedgebieden. Daar is vervolgens relatief weinig concurrentie bij het vinden van goede broedplekken en het vinden van voedsel. Met als gevolg; betere broedresultaten en dus ook grotere aantallen, die weer terugkeren naar de overwinteringsgebieden in ons land!

Brandgans met pullen in de Alde Feanen

Minder intensief produceren

Het beheer, in de vorm van afschieten van ganzen en het betalen van schadevergoedingen aan boeren, kost veel geld en lost het probleem niet op. Wat echt kan helpen is de landbouw en veeteelt te veranderen met behulp van ‘natuur inclusief werkende boeren’, zoals ook wordt bepleit voor de weidevogels. Het minder intensief produceren, met oog voor de natuur, levert minder geschikt voedsel op voor de ganzen. Hierdoor zullen langzaamaan de aantallen afnemen, richting een beter en natuurlijker evenwicht. Stop met de agrarische industrie en terug naar grazend vee in kruidenrijke en vochtige weilanden.

Tot half mei komen we nog “overwinteraars” tegen in de zomerpolders

En soms, als je mazzel hebt, kom je tussen de ‘brandjes’ een roodhalsgans tegen!

Stel je vraag aan Andries

Pictogram

Wil je de Friese natuur een handje helpen?

Doe een donatie
It Fryske Gea maakt gebruik van functionele en analytische cookies om jouw ervaring op onze website te verbeteren. Door akkoord te gaan met de tracking cookies kunnen wij jou gerichte berichten over de natuur en onze activiteiten op social media en via derde partijen tonen. Lees meer over cookies