Het werk van vandaag is belangrijk: wildgroei langs sloten verdrukt snel andere soorten, wijst Jan: “Hier groeit bijvoorbeeld gagel (galje). Dat is zeldzaam en moet ruimte houden. Wist je dat ze gagel in België inzetten bij het bierbrouwen? Ze gebruiken het in plaats van hop.” Af en toe komt de excursieleider in Jan naar boven, maar dat geldt ook voor de andere vier vrijwilligers. Allemaal hebben ze een eigen specialiteit. Zo weet Geart veel van vogels en Piet kent de Friese namen van de meeste soorten die ze tegenkomen. “We leren veel van elkaar, handig, want die kennis kan ik weer gebruiken bij mijn excursie.”
Rond een uur of twaalf staken de mannen de werkzaamheden en vertrekken naar De Houtpylk, het bedrijfsgebouw van It Fryske Gea in Earnewâld. Tijd om te schaften met de medewerkers daar. Het zelf meegenomen brood vullen ze aan met een kop soep en dan komt het ene na het andere sterke verhaal ter sprake. Lachend vertellen ze dat Pieter een keer met motormaaier en al het water inreed bij de Princenhof, een hilarisch gebeuren, volgens de mannen. Jan: “We doen nuttig werk, maar we hebben ook veel plezier. Soms voelt het net alsof we weer die schooljongens van vroeger zijn die in het land rondlopen. We werken ook niet volledige dagen, maar beginnen een uur of negen en half vier breien we er een eind aan. En als het erg slecht weer is, slaan we een week over. Het is mooi om zo in de natuur om te werken én onder de mensen te zijn.”