Algemene Leden Vergadering geannuleerd

De corona-maatregelen die vanavond 18.00 uur ingaan, maken het voor ons onmogelijk de vergadering goed en veilig in te richten. Hoe en of wij de ledenvergadering van dit jaar op een alternatieve wijze kunnen aanbieden, laten we u later weten. We rekenen op uw begrip.

Eerste boek ‘Stinzenplanten in Fryslân’ voor dochter D.T.E. van der Ploeg

Stinzenplanten zijn bol-, knol- en wortelstokgewassen die soms al eeuwen geleden zijn aangeplant op Friese landgoederen (zoals Martenastate), buitenplaatsen, boerenerven en in tuinen bij pastorieën en woningen van notabelen. De auteurs beschrijven in Stinzenplanten in Fryslân de historie, de aanleg, het onderhoud en het beheer van de stinzenflora op belangrijke vindplekken in Fryslân. En niet te vergeten achttien uitgebreide portretten van de belangrijkste soorten. Veel aandacht gaat uit naar de beschrijving van de meest karakteristieke stinzenplanten van Fryslân met prachtige namen als Haarlems klokkenspel, Italiaanse aronskelk, winterakoniet en vingerhelmbloem. Dit alles ondersteund met schitterende foto’s. Stinzenplanten komen in heel Nederland voor, maar Fryslân neemt een belangrijke plaats in voor wat betreft de geschiedenis van de stinzenflora. Daarom komen ook de cultuurhistorische aspecten aan de orde, zoals de tuinkunst. Daarnaast is er aandacht voor de belangrijkste floristen, die veel studie hebben gemaakt van deze bijzondere groep planten, waaronder florist D.T.E. van der Ploeg. Dit boek is een voortzetting van zijn onderzoekswerk.

De auteurs van Stinzenplanten in Fryslân zijn veelal bekenden voor It Fryske Gea. Henk Buith is, naast voorzitter van Martenastate nu, sinds lange tijd nauw betrokken bij It Fryske Gea. Eerder als bestuurder en nog steeds als commissielid. Stefien Smeding is medewerker cultuurhistorie bij It Fryske Gea en is daarmee onder meer de schakel tussen de ontwikkeling en het beheer van al onze parken en bossen waar veel stinzenplanten voorkomen. Heilien Tonckens is de specialist op het gebied van stinzenflora. Gepassioneerd door de stinzenplanten adviseert ze It Fryske Gea over het beheer van onze terreinen en voorziet ze ook onze vrijwilligers van praktische adviezen voor aanplant en beheer. Aad van der Burg was als docent en directeur van AOC Friesland en het Nordwin College een inspiratiebron voor veel aanstormend talent in de groene en duurzame wereld. Hij speelt bij zowel It Fryske Gea als op Martenastate een belangrijke rol in (het delen van) praktische beheerkennis en de promotie van de stinzenflora. Henk Buith, Stefien Smeding, Heilien Tonckens, Aad van der Burg  (red) – ISBN 978 90 5615 622 0| paperback | 176 pagina’s | geïllustreerd | € 22,50 | honderden foto’s Een gezamenlijke uitgave van Vereniging It Fryske Gea, Stichting Martenastate en Noordboek Natuur Verkrijgbaar bij de boekhandel en via www.noordboek.nl  

Begin een wormenhotel

Wat is een wormenhotel?

Een wormenhotel, ook bekend als wormenbak, bestaat uit een stapel bakken. In de bakken wonen de compostwormen. Let wel, dit zijn geen gewone regenwormen! Voor hen is jouw afval een feestmaal. Zij zetten het gft-afval dat je in de bakken gooit om tot compost en wormensap. Dit kun je uiteindelijk gebruiken als plantenvoeding.

Wat heb je nodig?

  • 3 plastic bakken
  • 1 deksel
  • Dubbelzijdig kleefband
  • Fijn gaas of oud gordijnstof
  • Handvol compostwormen (bijv. tijgerwormen) + compost (online verkrijgbaar)
  • Boormachine
  • Boor van 6 mm

Aan de slag!

Stap 1 Boor gaatjes van 6 mm in de bodem van twee plastic bakken. Zorg dat er ongeveer 2 cm tussen ieder gat zit zodat de wormen makkelijk van de ene naar de andere bak kunnen bewegen. Tip: teken een raster op de onderkant van de bodem. Stap 2 Boor luchtgaatjes in de deksel met een afstand van 5 cm tussen de gaatjes. Doe dit voorzichtig zodat de deksel niet barst. Stap 3 Om ervoor te zorgen dat je geen overlast van fruitvliegjes krijgt, sluiten we de deksel af met fijn gaas of een oud gordijn. Plak hiervoor het dubbelzijdige kleefband rondom de rand aan de bovenkant van de deksel. Knip het gaas of de stof in het juiste formaat en druk dit op de kleefband. Stap 4 Omdat de onderste bak – ook wel vergaarbak genoemd – jouw plantenvoeding moet opvangen hoeven hier geen gaatjes in. Zet hier een van de andere bakken, die wel gaatjes in de bodem heeft, in. Stap 5 Deze bak – de compostbak – vul je met de compostwormen en compost. Stap 6 Zet nu de laatste bak met gaatjes in de bodem, in de compostbak. Dit is de groentebak die je met gft-afval kunt vullen. Stap 7 Tijd om de groentebak te vullen met afval! Let op: het is belangrijk dat je al jouw afval eerst een beetje verkleint. Zo gaat het verteringsproces wat sneller. Hieronder zie je twee lijsten: een met afval dat je wel kunt gebruiken en de ander met afval dat niet geschikt is voor het wormenhotel. Welk gft-afval is geschikt voor het wormenhotel?

  • Snoeiafval in kleine stukjes
  • Grasmaaisel
  • Herfstbladeren
  • Eierschalen
  • Koffiefilters en theezakjes
  • Rauwe groenten en fruit
  • Houtsnippers

Welk gft-afval is niet geschikt voor het wormenhotel?

  • Gekookte etensresten
  • Vetten
  • Schillen van niet-biologische aardappelen en citrusvruchten
  • Kattenbakkorrels en -poep
  • Onkruid en zieke planten
  • Coniferentakken
  • Bloeiende of zaaddragende planten
  • Vlees en botjes

Stap 8 Plaats de deksel bovenop het wormenhotel. Zet het hotel op een vorstvrije en het liefst een donkere plek, voor het snelste resultaat. Nu is het aan de wormen om jouw etensresten om te toveren tot plantenvoedsel! Dit zal en paar weken duren, maar dan kun je de voedzame vloeistof uit de vergaarbak opvangen in een beker of glazen potje. Bewaar de plantenvoeding op een koele plaats. TIPS!

  • Verdun de plantenvoeding met water (1 op 10) wanneer je het gebruikt.
  • Vul de groentebak regelmatig aan zodat de wormen voldoende te eten hebben.
  • Wissel na een paar maanden de compostbak met de groentebak zodat de wormen naar de groentebak kruipen. Dan kun je de overgebleven compost uit de compostbak halen en dit mengen met potgrond. Als de compostbak leeg is vul je die met groente en wordt dit automatisch de groentebak, en de groentebak krijgt de functie van compostbak.
  • Zorg dat er voldoende afval in de groentebak ligt als je op vakantie gaat. Op die manier kun je zonder zorgen het wormenhotel een paar weken achterlaten.

Fotowedstrijd Kiek ‘es: Stem nu op de mooiste foto’s!

De Slachtemarathon

Een stroom van mensen anderhalve meter boven het groene land. Wandelend en hardlopend van het hart van Fryslân van Raerd, tot de zeedijk bij Oosterbierum. Over de 42 kilometer lange Slachtedyk die dit landschap verbindt. It Fryske Gea is sinds 2000 eigenaar van de Slachtedyk en de Griene Dyk, omdat de oude Middelseedijk een grote cultuurhistorische en landschappelijke waarde heeft die we willen beschermen. Het is een prima plek voor planten. In het voorjaar zie je dan ook een grote diversiteit aan bloemen, net zoals we het vroeger gewend waren.

Wandelend genieten

Het begint al goed bij de start in Raerd, waar je ons Park Jongemastate passeert. Let vooral op de oude Middeleeuwse toegangspoort! Naast de schoonheid van de natuur is er onderweg veel te beleven: een breed aanbod aan muziek, cultuur én natuurlijk de Friese gastvrijheid van de dorpen. In drie ‘oases’ onderweg is het extra goed rusten, hier vind je een speciaal programma dat met de dorpen onder leiding van Friese kunstenaars is ontwikkeld. Een belevenis dus, waar de organisatie van de Slachtemarathon ons later graag meer over vertelt.

Onderhoud voetgangersbrug

Ondertussen zijn wij gezamenlijk met Rijkswaterstaat druk bezig met het groot onderhoud van de Slachtetille, de voetgangersbrug over de A31. Deze brug is sinds 2008 de verbinding over de snelweg en moet natuurlijk op tijd teruggeplaatst worden.

Mee doen!

Zaterdag 13 juni is de 6e editie van dit grote wandelevenement, met plaats voor 13.500 wandelaars en 1.750 hardlopers. De Slachtemarathon vindt eens in de vier jaar plaats en aanstaande zaterdag 18 januari start om 6.00 uur ’s ochtends de kaartverkoop. Aanmelden? Zet dan zaterdag je wekker vroeg en kijk voor meer informatie op: www.slachtemarathon.nl

Martenastate aangewezen als “botanische hotspot” Nederlandse stinzenflora

Onderbouwing van eretitel

Bij de selectie van de beste locaties is gekeken naar diverse onderdelen. Bijvoorbeeld akkerkruiden, muurplanten, oude boskernen, maar ook is er gezocht naar de vijf beste locaties voor stinzenplanten in Nederland. Deze prachtige voorjaarsbloeiers zijn in Fryslân op meerdere plaatsen te bewonderen. In de categorie ‘stinzenbos’ is landschapspark Martenastate in Koarnjum gekozen tot één van de beste locaties van Nederland. Hierbij is uitgegaan van soortenrijkdom, kwaliteit en biodiversiteit.

Een bijzondere verdienste

Voorzitter van Stichting Martenastate, Henk Buith: “Wij zijn bijzonder blij met deze eretitel. De waardering is een mooie beloning voor alle inspanningen om de kwaliteit van het landschapspark hoog te houden. De stinzenflora steelt nu terecht de show, maar ook de state, overige gebouwen, ornamenten, grafheuvel zijn erkend rijksmonument en zeker de moeite waard. Je kan er zelfs kamperen deze zomer!” Het succes is mogelijk gemaakt door het huidige bestuur, vrijwilligers en het “groene beheer” dat sinds 2000 wordt uitgevoerd. Hiervoor zijn wij als natuurorganisatie verantwoordelijk. Stefien Smeding, medewerker cultuurhistorie en erfgoed, neemt hierbij de planvorming voor haar rekening. It Fryske Gea beheert naast Landgoed Martenastate ook stinzenflora-locaties als Park Jongemastate, het Wikelerbosk en het Rysterbosk. Alle herstelplannen die op Landgoed Martenastate zijn of worden gerealiseerd, zijn financieel mede mogelijk gemaakt door regionale en landelijke fondsen, overheden en particulieren. Het landschapspark is vrij toegankelijk van zonsopgang tot zonsondergang. Kom vooral eens langs bij Martenastate in Koarnjum om al het mooist te bewonderen.

Benieuwd naar de andere hotspots?

Bekijk de digitale verspreidingsatlas >>

Natuurlijke klimaatbuffers

Wat zijn natuurlijke klimaatbuffers?

Allereerst een korte uitleg van de term natuurlijke klimaatbuffers. Dit zijn gebieden waar natuurlijke processen de ruimte krijgen, zodat ze kunnen meegroeien met klimaatverandering. Hiervan profiteert zowel mens als natuur met als resultaat een veiliger en mooier Nederland. Bij de tot totstandkoming van natuurlijke klimaatbuffers worden klimaat- en natuuropgaven altijd gekoppeld aan een maatschappelijke opgave. De verbinding tussen deze twee genereert meerwaarde (win-winsituatie). Denk hierbij bijvoorbeeld aan waterbuffering voor natuurherstel én voor de landbouwfunctie, of een vegetatiedak dat zorgt voor minder wateroverlast op het riool én minder opwarming binnenshuis. Om tot zulke oplossingen te komen wordt gekeken naar de ecosysteemdiensten. Dit zijn de diensten die de natuur biedt (aan de mens). Wanneer zo’n dienst kan worden benut in combinatie met een bijdrage aan biodiversiteit spreek je van een natuurlijke klimaatbuffer. Hiervoor zijn onderstaande zes soorten ontwikkeld, waarover in het filmpje uitgebreid wordt verteld.

  1. Biobouwers (veiligheid) Gebruik van organismen om sediment vast te leggen en/of golfslag te remmen
  2. Koolstof-sink (klimaat-mitigatie) Koolstofopslag in organische stof , moerasvorming
  3. Groene airco (hittestress) Temperatuurverlaging door natte natuur om de stad
  4. Natuurlijke spons (vasthouden) Vasthouden van water bovenloops
  5. Levende kust (veiligheid) Natuurlijke duinen met stuivend zand, zandbanken en groeiende kwelders als kustbescherming
  6. Groenblauwe ruimte (bergen) Natuurlijke overstromingsgebieden bergen het water bij hevige neerslag en piek afvoeren

Natuurlijke klimaatbuffers in Fryslân

Aan de kust in Fryslân ligt een enorme lap kwelder (buitendijkse graslanden) die naast de waardevolle natuur ook erg belangrijk is voor de veiligheid. In Nederland moeten we ons namelijk beschermen tegen het water. Vroeger bouwden we hiervoor alleen dijken, maar inmiddels weten we dat dit ook anders kan. We hebben meer kennis over de precieze werking van vooroevers en natuurorganisaties en waterbeheerders werken beter samen, zodat we het tij in ons voorbeeld kunnen laten werken. Hoe? Slik en sediment (afzetting door wind en water, zoals klei) en begroeiing (kwelderplanten, zoals slikken en schorren) werken dempend op de golfslag. Het ruige water dat op het vaste land afkomt kan de dijk beschadigen, maar door het aanleggen van begroeide vooroevers wordt dit voorkomen. Met als voordeel dat de uitvoering van de dijk minder zwaar en hoog kan, daarnaast wordt de natuurlijke aanbreng van slib (door water) toegelaten en benut. Voorbeeld proefverkwelderingsproject ‘zomerpolder weer open voor zee’ In It Fryske Gea is bij Noard-Fryslân Bûtendyks een proefverkweldering uitgevoerd. Dit houdt in dat (in 2001) op sommige plaatsen gaten in de dijk zijn gemaakt voorzien van slenken (geulen waar eb- en vloedwater doorheen stroomt), zodat de zee weer wordt toegelaten op de achterliggende zomerpolder. Met als doel: de realisatie van kwelder. Door dit binnendijkse gebied van 123 hectare open te zetten voor de zee kon het worden aangeslibt. Dit ging niet dagelijks, maar zeker sneller dan bij de achterliggende zomerpolder die maar eens in de drie jaar onder water staat. Het tussenliggende proefverkwelderingsgebied is in tien jaar dan ook met zeven centimeter gestegen (wat gelijk staat aan 4000 grote dumpers vol klei). Puur door alleen de zee toe te laten. Op de kwelder (waar geen barrières zijn) was de toename elf centimeter klei, terwijl de zeespiegel in die tien jaar twee centimeter was gestegen. Dit houdt in dat door het toelaten van de zee de kust sneller dan de zeespiegelstijging kan meegroeien. Dit is goed nieuws! Bovenal heeft de natuur er baat bij. Van één soort gras is de vegetatie toegenomen met veel meer verschillende soorten planten. Dit was na één jaar al zichtbaar en nu na tien jaar is het proefverkwelderingsgebied rijk aan alle plantensoorten die je op een kwelder verwacht. Voorbeeld koolstofvastleggingsproject ‘Blue carbon’ Een tweede project in It Fryske Gea vindt plaats op de Peazemerlannen. Want door de aanvoer van klei wordt er ook meer koolstof vastgelegd. Het is zelfs zo dat dit op kwelders nog beter werkt dan in bos. Uit onderzoek blijkt dat hier per jaar ruim drie ton CO2 per hectare extra kan worden vastgelegd. Ook hier geldt dat de zee het meeste werk doet. Lendevallei Tussen het Drents plateau (hoge droge zandgrond) en Fryslân (lager liggende veen- en kleigrond) lopen de drie beken Lindevallei, Koningsdiep en de Tjonger. Deze zijn vroeger gekanaliseerd met als doel teveel water (door veel regen) zo snel mogelijk af te voeren. Inmiddels weten we dat dit niet altijd de beste oplossing is en het in de lager gelegen hoofdstad Leeuwarden zelfs voor overstroming kan zorgen. Je kan het water beter vasthouden en de oude kronkels in de beken herstellen, zodat het water beter wordt verdeeld en minder snel benedenstrooms komt. Dit voorkomt te hoog water en zorgt voor een minder heftige waterpiek. En… het biedt betere condities voor de flora en fauna, waarvan onder andere de otter en libel profiteren. Voorbeeld project ‘water vasthouden door hermeandering’ In It Fryske Gea is de gekanaliseerde beek de Lende hersteld. De beek loopt nu weer slingerend door onder andere het natuurgebied de Lendevallei. Dit ziet er niet alleen natuurlijker en mooier uit, tevens profiteren dieren als de otter en libel hiervan volop. De natuur kan zo beter worden beschermd. Bovendien krijgt het gebied een recreatieve functie, met mooie fietspaden langs de sfeervolle hermeandering. verlanding met krabbescheer Voorbeeld project ‘waterberging in zomerpolders en koolstofopslag’ In het lage moerasgebied de Alde Feanen van It Fryske Gea is sprake van twee soorten klimaatbuffers tegelijk. Eén is het vastleggen van koolstof (CO2), oftewel ‘koolstof-sink’. En nummer twee is de berging van water. Het bergen van water is vooral nodig omdat de Friese boezem (waarvan de Alde Feanen onderdeel) de verdeelkamer voor water van Fryslân is en deze te krap geworden is. Dit houdt in dat de polders die in de zomer droog staan in de winter onder water worden gezet. Op deze wijze is er meer ruimte voor het wateropslag en houdt Leeuwarden droge voeten. Daarnaast wordt het zo een prachtig rustgebied voor vogels. In de zomer zit het bloemrijke grasland vol met weidevogels. Ook leuk is dat je er in de winter kan schaatsen. De koolstofopslag gaat middels het vele riet, maar ook door verlanding met de plant krabbescheer, waarop graag libellen vertoeven. Bovendien kan het plantje veenmos tientallen keer zijn eigen gewicht in water vasthouden. Een mooie combinatie van natuurlijke buffers, waar zowel mens als de natuur baat bij heeft. Niet alleen qua veiligheid, maar ook op het gebied van economie en recreatie. Jaarlijks ontvangt het gebied namelijk een miljoen bezoekers. Meer projecten van It Fryske Gea >>

Telefonische storing!

Momenteel kampen wij helaas met een telefonische storing. We hopen dit z.s.m. op te lossen. Tot die tijd zijn wij voor dringende zaken te bereiken via het volgende e-mailadres: info@itfryskegea.nl

De veldmuis is de belangrijkste prooi

De meeste muizen, die door de kerkuil worden gevangen zijn ’s nachts en in de schemering (extra) actief. Van de woelmuizen heeft de veldmuis ongeveer tien perioden van activiteit per etmaal. Tijdens die activiteitsperioden komen veldmuizen bijna allemaal tegelijk tevoorschijn om te eten. Dan staat de tafel gedekt voor de kerkuil.

Piekuren

Dat is ook te verklaren dat het mannetje van ons broedpaar soms binnen een half uur veel (veld)muizen brengt en daarna kan het wel twee uren erg rustig zijn met de prooiaanvoer. Onderzoekers denken dat de kans op predatie kleiner is wanneer de muizen massaal boven de grond verschijnen, maar de kerkuil profiteert daar van!

Muizen

Van de spitsmuizen heeft de bosspitsmuis ook activiteitsperioden, maar zijn rustperiodes zijn erg kort. Dat betekent, dat hij de gehele nacht goed vangbaar is. De spitsmuizen verbruiken veel energie en kunnen niet langer dan drie uur zonder voedsel. Spitsmuizen zien slecht, maar ruiken des te beter. Tijdens het zoeken naar voedsel piept de muis voortdurend en natuurlijk hoort de kerkuil dat goed.

Van de ware muizen wordt de bosmuis vaak gevangen. Deze soort heeft niet van die vaste activiteitsperioden, maar komt minder vaak boven de grond dan de veldmuis en de bosspitsmuis.

Voldoende voedsel

Zo is er de gehele nacht voedsel beschikbaar voor de kerkuil en hij weet waar en wanneer de muizen vangbaar zijn!

Secret Link