Een dijk van een dijk

De Slachtedyk is een bijzonder fenomeen. Een kronkelige dijk die vreemd genoeg landinwaarts loopt. En dus niet de contouren van het buitenwater volgt. Vanaf de Waddenzee reikt de dijk tot aan het midden van Fryslân om daar op te lossen in het boerenland bij Raerd. Rare jongens, die Friezen, zal menigeen denken. De dijk vertelt een verhaal dat begint in de middeleeuwen en die als markering in het landschap de route wijst naar een nieuwe toekomst.

De Slachte verbindt landschapsbeleving met cultuurhistorie

De kleistreken in Noordoost- en Noordwest-Fryslân behoorden in de vroege middeleeuwen tot de dichtstbevolkte gebieden van Europa. Maar ondertussen steeg het zeewater en spleet de Middelzee Fryslân in twee gebiedsdelen, de gewesten Oostergo en Westergo.

Rond 800 lag noordelijk Westergo als een eiland in het kweldergebied, omsloten door Middelzee en Marne. Daar begint het verhaal van de Slachte. Achter de kleigebieden lag een brede strook veengebied, die door ontwatering steeds lager kwam te liggen. Er ontstond een langwerpige kom, omsloten door de hogere kleistreken en zandgronden. De waterhuishouding in dit ‘Lege Midden’ bleek problematisch. Bij ongunstige wind in combinatie met stormvloed waaide het water uit het ‘Lege Midden’ op en bedreigde de akkers en dorpen in het zuidelijk deel van Westergo.

Moederpolders

Om het land te beschermen tegen overstromingen werden om de dorpen ringdijken aangelegd. Het is niet toevallig dat juist in het zuidelijk Westergo, in de hoek waar Marne en Middelzee elkaar raakten, het offensief tegen de wateroverlast begon. De welvaart en het snel in omvang groeiende inwonertal maakten het mogelijk zulke kostbare en arbeidsintensieve projecten te starten. De bevolkingsdruk maakte landaanwinning en kolonisatie van de veenmoerassen nodig. Edelen, boeren en ambachtslieden sloegen de handen ineen. Niet alleen om de eigen veiligheid te vergroten bij stormvloed, maar ook om de landbouwopbrengst te verhogen. Deze eerste regionale polders heten ook wel moederpolders, ze zijn belangrijke mijlpalen in de geschiedenis van het landschap en de vorming van Fryslân.

Bij de aanleg van de dijken is zoveel mogelijk gebruikgemaakt van in het landschap voorkomende hoogten, zoals kwelderruggen en dorps- en boerderijterpen. Dat verklaart het kronkelige verloop van de waterkeringen die soms net zo’n grillig patroon volgen als de kreken en prielen op het drooggevallen Wad (zie ook de illustratie van de oudste inpolderingen in Westergo).

De tien oudste inpolderingen in Westergo. De Slachte loopt als een lint tussen deze moederpolders door.

Aaneensmeden

De Slachte ontstond in de daaropvolgende eeuwen door delen van al bestaande ringvormige polderdijkjes verder op te hogen en tot een langgerekte binnendijk aaneen te smeden. Slachte is een oude naam voor binnendijk.

Door de aanleg van de bijna 42 kilometer lange slaperdijk, een landinwaarts gelegen reservedijk, ontstond rond 1300 een oostelijk en westelijk compartiment op het oude eiland Westergo. De Slachte beschermde het oostelijke deel tegen water uit het westen wanneer de dijken in de omgeving van Makkum en Harlingen het zouden begeven. In het zuiden vormde de waterkering een buffer tegen het door zuidwestenwind opgestuwde water uit het ‘Lege Midden’. Het westelijke deel gold voortaan als buitendijks land dat alleen door zeedijken werd beschermd.

Ruzie over kosten

Eendrachtige samenwerking tussen dorpsbewoners en boeren legde de basis voor de realisatie van de Slachtedyk. Tegelijk vormde die noodzakelijke eendracht de achilleshiel. De eeuwen die volgden staan bol van geschillen, gesteggel en hoog oplopende ruzies over de onderhoudskosten aan de dijk en de noodzakelijke spuisluizen. Verwaarlozing leidde vaak tot doorbraken bij stormvloed en overstromingen die veel schade veroorzaakten.

Bij de Allerheiligenvloed van 1570 braken opnieuw de zeedijken. Grote delen van de Friese kuststreek liepen onder water. Duizenden inwoners lieten het leven. Ook de Slachte liep forse schade op. Het was stadhouder Caspar de Robles, de laatste van het Spaanse bewind, die met harde hand paal en perk stelde aan het gekissebis. Hij eiste dat ‘de boeren den dijk maken’. Met dwangarbeid en onder militair toezicht zette hij ruim drieduizend man uit Westergo aan het werk. Hij zorgde in 1576 voor een boedelscheiding waardoor voortaan de lasten tussen de binnen- en buitendijksters billijker verdeeld waren. Zo maakte hij een eind aan de conflicten. Het beeld van de ‘Stiennen Man’ bij Harlingen herinnert aan zijn ingrijpen.

Het water klotste tegen de dijk

In de zestiende en zeventiende eeuw stond het water met een zekere regelmaat voor de dijk. In 1610 keerde de Slachte de vloed na dijkdoorbraken tussen Workum en Stavoren. In 1628 raakte de dijk bij Franeker beschadigd. In 1702 vond na doorbraken nogmaals groot onderhoud plaats. In 1825 keerde de binnendijk voor het laatst de watervloed die Fryslân overstroomde.

Tot in de jaren negentig van de vorige eeuw behield de Slachte de functie van slaperdijk. Alle openingen, zoals voor vaarroutes en uitwateringssluizen, konden bij overstromingsgevaar afgesloten worden. Een voorbeeld van zo’n historisch schotbalkenhokje vinden we bij de Tolsumersyl. Nadat in 1993 de Friese zeewering op de toenmalige Deltahoogte was gebracht – gemiddeld 8 meter boven N.A.P. – was de rol van de Slachte als noodwaterkering uitgespeeld.

Het schotbalkhokje bij Tolsumersyl

Natuurhistorisch landschapsmonument

In 1995 besloot Wetterskip Fryslân de Slachte zijn eeuwenoude functie te ontnemen. Vijf jaar later volgde de overdracht aan It Fryske Gea. De natuurorganisatie acht de Slachte van grote cultuurhistorische en landschappelijke waarde. De dijk vertelt het verhaal van de duizendjarige strijd tegen het water, van gemeenschapszin en van het belang van samenwerking.

Wie over de dijk wandelt of fietst ziet de contouren van oude terpdorpen, terwijl het cultuurlandschap zich in al zijn rijkdom ontvouwt. Maar de Slachte wijst ons ook op de kwetsbaarheid van het omringende landschap waar vogelgeluiden verstommen, insecten verdwijnen en grootschalige landbouw en dorpsuitbreidingen flora en fauna bedreigen. Opnieuw kan de dijk een rol vervullen als beschermer tegen onheil, dit keer tegen de afkalving van de biodiversiteit. Daarover meer in het volgende artikel van Een dijk van een dijk.  

Pictogram

Wil je de Friese natuur een handje helpen?

Doe een donatie
It Fryske Gea maakt gebruik van functionele en analytische cookies om jouw ervaring op onze website te verbeteren. Door akkoord te gaan met de tracking cookies kunnen wij jou gerichte berichten over de natuur en onze activiteiten op social media en via derde partijen tonen. Lees meer over cookies