Mooie krachtproef voor ambities It Fryske Gea

Voor It Fryske Gea was de aankoop van de boerderij, inclusief 40 hectare weidevogelland, vorig jaar een ‘boppeslach’. Bestuurslid Dennis Mous is “absoluut heel blij” met de aanwinst. Hij meent dat It Fryske Gea een belangrijke rol heeft te spelen in het behoud van de ‘kathedralen’ van het platteland.
Mous vergelijkt de opgave waar Fryslân voor staat ten aanzien van leegstaande of verpauperde boerderijen met die van de monumentale kerken in dorpen en steden. “Volgens prognoses verliezen jaarlijks zo’n tachtig tot honderd boerderijen hun huidige functie. Behoud is voor het Friese landschap van wezenlijk belang. Het zijn goede plekken om te wonen.”

It Fryske Gea zet zich niet alleen in voor natuur en landschap, maar ook voor het ‘rode’ erfgoed. Juist omdat boerderijen, landerijen en landschap zo nauw verweven zijn. It Kathûs is, aldus Mous, een uitgelezen kans ervaring op te doen in het vinden van een passende herbestemming van boerderijen, zonder afbreuk te doen aan landschap en natuur. “Ik zie de herbestemming en het opknappen van It Kathûs als een mooie krachtproef voor de toekomstige invulling van onze ambities. Het is zonde hoeveel boerderijen in slechte staat verkeren.” Mous ziet kansen vrijkomende boerderijen te splitsen in meerdere woningen of te combineren met zorgconcepten, een recreatiefunctie of andere woonvormen. “Het is belangrijk hierbij goed samen te werken met provincie, Hûs en Hiem en betrokken lokale partijen.”

In kaart gebracht

In opdracht van It Fryske Gea is allereerst de landschappelijke, ecologische en cultuurhistorische waarde van de stelpboerderij, en bijbehorend grasland, door deskundigen in kaart gebracht. Zij komen tot de slotsom dat It Kathûs voor een goed begrip van Fryslân en haar landbouwverleden van groot belang is. De manier van boeren creëerde een omgeving waarin grutto, tureluur, scholekster en kievit goed gedijen. Die samenhang is bijzonder. De boerderij ligt wat achteraf aan de Sodumerdyk in het veenweidegebied ten noordoosten van Nes, in het stroomdal van de Boarn. Op een handvol elzen, knotwilgen en populieren na is het een boomloos weidelandschap. Het oude grasland rondom de stelpboerderij bleef grotendeels onaangeroerd, zo schrijft landschapsdeskundige Jeroen Wiersma in zijn onderzoeksrapportage.

Spataderen in het boerenland

In de zevende en achtste eeuw stond het gebied onder invloed van de Middelzee; de Boarn was destijds een getijdenrivier. De dunne laag klei die door de werking van het getij achterbleef in de kreken klonk later minder in dan het veen. De kreken liggen daardoor nu als ‘spataderen’ in het boerenland. Deze inversieruggen zijn volgens Wiersma in ‘zeer gave toestand’ bewaard gebleven. De pioniers trokken via de Boarn steeds dieper het hoogveenmoeras in om het woeste land te ontginnen. Om het metersdikke hoogveen te ontwateren, groeven ze ontwateringssloten die ervoor zorgden dat het veen versneld inklonk. Het gehucht en de polder waartoe de boerderij behoort heet Soarremoarre, dat ‘het zuidelijk moeras’ betekent.

Klooster had grote invloed

In de achtste eeuw effenden missionarissen het pad voor het christelijk geloof. Aldeboarn was in die tijd een belangrijke plaats. Er verrees al in de tiende eeuw een kerk. Mogelijk dat de hoogveenontginningen en de vette, vruchtbare klei langs de Boarn daarin een rol speelden. Zeker is dat de welvarende Duitse kloosterorde om die reden in Nes een klooster vestigde. It Kathûs was één van de kloosterboerderijen. Uiteindelijk bezat het klooster 600 hectare, verdeeld over drie dorpen en vierentwintig boerderijen. Na de reformatie kwamen alle bezittingen in handen van de Staten van Friesland. It Kathûs werd verkocht aan de adellijke familie Sminia.

Fijnmazig greppelpatroon

De boerderij staat op een laatmiddeleeuwse huisterp. De overige percelen bestonden uit ingepolderd weiland en hooiland. De waterbeheersing vormde de sleutel tot een goede productie. Door een ingenieus stelsel van greppels en dwarsgreppels liep overtollig regenwater weg naar de poldersloten die in verbinding stonden met het boezemwater.

Bij It Kathûs is dat fijnmazige greppelpatroon goed bewaard gebleven. Dat maakt het voor Fryslân tot een bijzondere plek. Niet alleen vanuit cultuurhistorisch oogpunt, maar ook qua natuur. De spataderen zorgen voor variatie tussen nat en droog en de greppels bieden schuilplaatsen voor de kuikens van weidevogels. De rode regenworm, hoofdmaal van weidevogels, gedijt veel beter in een landschap met greppels dan in een egale vlakte.

Historische stelpboerderij

Uit de bouwhistorische opname en waardestelling van adviesbureau BDM blijkt dat de vrijwel intact gebleven stelpboerderij uit 1904 veel monumentale waarde heeft. Tel daarbij op het ‘volstrekt gaaf bewaarde eeuwenoude cultuurlandschap’ en het cultuurhistorisch en landschappelijk belang van It Kathûs is zonneklaar. Ook de stookhut en het varkenshok zijn nog aanwezig.

De fraaie Friese stelpboerderij is kenmerkend voor historische boerderijen vanaf de achttiende tot in de vroege twintigste eeuw. BMD prijst de kwaliteit van het ontwerp ‘in een zorgvuldig vormgegeven traditioneel ambachtelijke stijl met sporadisch gebruik van neorenaissance elementen.’ Het woongedeelte bestaande uit een betegelde gang en lambrisering, een woonkamer met keuken en bedstedenwand, een opkamer en een pronkkamer met ornamenten, versierde stookplaats, decoratieve schilderingen en het authentieke spekhok op zolder is nagenoeg ongeschonden. Het rapport van BMD rept van ‘een zorgvuldig ontworpen geheel waarvan de onderdelen op elkaar afgestemd zijn.’

Authentieke constructie

Het bintwerk in de boerderij kent twee bouwfasen. De twee voorste binten dateren van de nieuwbouw in 1904 en zijn van Amerikaans grenen. De achterste drie binten zijn hergebruikt uit de in 1857 gebouwde voorganger. Zij zijn van Zweeds vurenhout, zo blijkt uit het onderzoek van Paul Borghaerts. De specialist in houtdatering trof geen materiaal aan uit een nog eerdere bouwfase of uit een langhuis. De binten van Amerikaans grenen zijn nog in uitstekende conditie, terwijl de achterste drie hebben geleden onder insectenvraat en schimmels. Dat komt vooral door de aanwezigheid van vee in de schuur. ‘De vochtige, warme dampen, die door vee ontstaan, zijn funest voor vurenhout’, schrijft hij. Het bintwerk getuigt ‘van traditioneel timmermanswerk’. Het is kenmerkend voor het type stelpboerderij waarbij de gebinten doorgaan in het woongedeelte.

Ingrijpende opknapbeurt

Aan de hand van de rapporten en aanbevelingen stelt It Fryske Gea een plan op voor de ingrijpende opknapbeurt van zowel de boerderij als de landerijen. Mous: “Met de onderzoeken die gedaan zijn kunnen we de juiste keuzes maken. We willen nu doorpakken.” De originaliteit van de boerderij is volgens hem bijzonder, zo blijkt ook uit de verschillende onderzoeken. De staat waarin het pand verkeert, laat helaas te wensen over. Er is in de laatste decennia weinig aan onderhoud gedaan en ook leegstand deed de stelpboerderij geen goed. Het erf is alvast opgeschoond, de stallen zonder monumentale waarde – waarin asbest was verwerkt – zijn gesloopt. Ook verwilderde, in de jaren zeventig aangeplante, struiken in de voortuin zijn verwijderd. Zo komen de leilindes bij de keuken beter tot hun recht. Enkele essen met essentakziekte zijn gekapt en de singel is gesnoeid zodat de bomen weer kunnen uitlopen.

Vernieuwde fietspad langs De Lende officieel geopend

Het fietspad volgt de beek De Lende die voorheen recht door het landschap liep. Door het uitgraven van een aantal beeklussen kronkelen de beek en het fietspad nu door het beekdal. Het fietspad is nu twee meter breed en gemaakt van beton. Ook zijn er twee kano-in- en uitstapplaatsen gekomen, verschillende visplekken en er is een nieuwe aanlegsteiger.

Wandelexcursie

Ter ere van de opening organiseert It Fryske Gea op zaterdag 8 oktober een wandelexcursie door het moerasgebied. Laat je tijdens de excursie verrassen door de verschillende landschapstypen met rietland, oeverlandjes, moerasbos en open water. Onze enthousiaste gids vertelt je meer over de cultuurhistorie en het ontstaan van dit gebied. Meld je hier aan voor de gratis excursie.
TIP! Neem je verrekijker mee, de eerste vogeltrek is weer begonnen. Met een beetje geluk spot je hier zelfs de visarend.

Samenwerking

De werkzaamheden aan het fietspad en de beek zijn onderdeel van gebiedsontwikkeling Beekdal Linde. De gebiedscommissie Beekdal Linde werkt in opdracht van de provincie Fryslân en in samenwerking met de streek aan plannen voor het gebiedsontwikkelingsproject. De commissie bestaat uit vertegenwoordigers van gemeenten Ooststellingwerf en Weststellingwerf, natuur- en milieuorganisaties, Wetterskip Fryslân, LTO Noord, Vereniging kleine dorpen en de provincie Fryslân.

It Fryske Gea verkoopt Wiidpleats

De vrijwilligers en het personeel van It Fryske Gea zullen volgend jaar na de zomervakantie een nieuwe basis krijgen. Ook voor de bezoekers van Nationaal Park de Alde Feanen zoekt de vereniging in overleg met haar partners naar een alternatief. In beide gevallen gaat het om een tijdelijke én een definitieve oplossing.

Thuis in Earnewâld

De verhuizing van It Fryske Gea zal niet ver voeren zegt directeur Henk de Vries: ‘Ik kin my net betinke dat It Fryske Gea de Alde Feanen of it doarp Earnewâld loslitte sil. En ús edukaasjeminsken, sawol frijwilligers as personiel, hawwe hjir in prachtich programma ûntwikkele. Dat hinget net ôf fan de Wiidpleats. Wy sille dus in duorsum nij plak fine as meitsje yn Earnewâld!’

Geschiedenis

It Fryske Gea kocht de Wiidpleats, destijds een sportcomplex, begin 2006. Het gebouw kende hoogtijjaren toen Landbouwmuseum, It Fryske Gea, Nationaal Park de Alde Feanen, horeca en recreatieondernemers er samen een divers aanbod hadden. Reden voor It Fryske Gea om het gebouw en terrein af te stoten is dat de exploitatie van het gebouw in de laatste jaren steeds meer onder druk kwam te staan. Ook een gebrekkige energiehuishouding van het enorme pand speelt een belangrijke rol.

Zwanenburg Projecten communiceert zelf over de toekomstplannen voor de locatie.

It Fryske Gea trotse eigenaar van Kathûs en omliggend ‘fûgeltsjelân’

In 2020 overleed Ane Sjoerd Peenstra. Hij was de laatste van generaties boeren – eigenaren of pachters – op Kathûs bij Nes en liet zijn erfenis na aan Stichting Leppehiem (Akkrum). Leppehiem is blij met de verkoop aan It Fryske Gea verwoordt Mutsaers: ‘Wij waren natuurlijk ontzettend dankbaar voor deze prachtige nalatenschap van de heer Peenstra. Wij richten ons echter op het verlenen van ouderenzorg. Het goed onderhouden van een boerderij met grond sluit daar niet echt bij aan. Bij It Fryske Gea is dat – in samenwerking met de boeren – in goede handen.’ De stichting Leppehiem bood It Fryske Gea de eerste kans tot aankoop, een kans om niet te laten lopen: De aankoop sluit perfect aan bij het Aanvalsplan Grutto en bij Stean foar it Fean, de veenweidevisie van It Fryske Gea. Naast behoud van het weidevogelland in de Soarremoarsterpolder, heeft It Fryske Gea zich ook tot doel gesteld de authentieke stelpboerderij, die met de landerijen ooit tot het klooster van Nes heeft behoord, te behouden.

Samenwerking met boeren

It Fryske Gea werkt voor het weidevogelbeheer vaker samen met boeren in de omgeving. De extensieve, biologische of biologisch dynamische bedrijfsvoering van boeren uit Nes e.o. (via gebiedscoöperatie It Lege Midden) is precies wat dit weidevogelland nodig heeft. It Fryske Gea verpacht de grond daarom aan die boeren.

It Fryske Gea ziet mooie kansen voor weidevogels op de onaangeroerde, eeuwenoude percelen. De grond tussen Nes en Aldeboarn bestaat uit veen met een laagje klei eroverheen en is nooit onderdeel geweest van ruilverkaveling. Dat in combinatie met een hoge waterstand, kruidenrijk grasland en zorgvuldig weidevogelbeheer maakt de grond populair bij grutto, kievit, tureluur en andere weidevogels.

Kathûs

De boerderij Kathûs staat op een erf van ongeveer een hectare. De plek in het landschap is bijzonder, zeker gezien de relaties met het voormalige Klooster Nes. Hier willen we de komende tijd meer onderzoek doen naar de cultuurhistorische waarden van het omliggende landschap, het erf en de boerderij zelf. De stelpboerderij is zowel van binnen als van buiten grotendeels in originele staat. It Fryske Gea richt zich in de komende jaren op het achterstallig onderhoud van het pand en een toekomstbestendige exploitatie van het gebouw. Welke functie(s) het gebouw krijgt is dus nog niet vastgesteld, maar de originele elementen van de typisch Friese boerderij die bewaard zijn gebleven, krijgen daarin zeker een plek.

Verankerd in beleid

De grond ligt buiten het Natuur Netwerk Nederland, toch past de aankoop goed bij It Fryske Gea. Denk alleen maar aan de doelstelling van het Aanvalsplan Grutto van grote aaneengesloten weidevogelgebieden. Ook valt het mooi in het jaar van de publiekscampagne ‘Geef de grutto een thuis om groot te worden’ van It Fryske Gea. Daarnaast kan de aankoop bijdragen aan het behoud van veenbodems in het veenweidegebied zoals beschreven in Stean foar it Fean, de visie van It Fryske Gea op veenweidegebied. De aankoop van de stelpboerderij sluit verder aan op een onderdeel van de missie van It Fryske Gea voor ontwikkeling, beheer en behoud van cultuurhistorisch erfgoed in Fryslân.

Getijdenwijzer kwelder Westhoek voor bescherming rustende wadvogels

Rusten op de kwelder

Het is een prachtig gezicht: tienduizenden vogels strijken bij hoog water neer op de kwelder. Soorten als bonte strandloper, zilverplevier en rosse grutto kunnen dan niet bij hun voedsel op de ondergelopen slikken en rusten uit op dit hoger gelegen gebied net buiten de dijk. Mensen komen hier dan ook graag naartoe om het natuurschoon te bewonderen: omwonenden die hun hond uitlaten, toeristen, vogelaars. Maar als voorbijgangers te dichtbij komen, vliegen duizenden vogels op, die daarmee hun kostbare energie verspillen.

Topatleten

De vogels die rusten op de kwelder, zijn veelal doortrekkers en overwinteraars. Het zijn eigenlijk topatleten die topfit moeten zijn voor de wedstrijd. Ze leggen enorme afstanden af tussen broedgebieden en overwinterplaatsen. Daarvoor moeten ze veel eten en veel rusten, om opgevet en uitgerust te kunnen beginnen aan hun vlucht van soms duizenden kilometers. Als ze verstoord worden, raken ze onnodig veel energie kwijt, dan vertrekken ze in slechtere conditie.

Genieten vanaf de dijk

De meeste mensen zijn graag bereid om zich zo te gedragen dat ze vogels niet verstoren. Ze weten alleen niet altijd wat ze daarvoor moeten doen. De getijdenwijzer helpt bezoekers. Het scherm geeft realtime aan om de kwelder te vermijden, omdat het hoogwater is en de vogels rusten. Dan kun je op de dijk genieten van de vogels. En als het laagwater is, zitten de vogels verderop op het wad om te foerageren. Dan geeft de getijdenwijzer aan dat je kwelder kunt betreden.

De getijdenwijzer wordt de komende tijd nog verder ingeregeld. Hij gebruikt nu data van het dichtstbijzijnde meetpunt in Harlingen. Maar door windkracht, windrichting en de helling van het talud kan de waterhoogte bij Westhoek afwijken.

Wij & Wadvogels

Negen organisaties, waaronder Vogelbescherming, slaan de handen ineen voor het herstel van gezonde vogelpopulaties in het Waddengebied. Dit gebeurt in de vorm van het meerjarige samenwerkingsprogramma Wij & Wadvogels dat in 2020 is gestart. Het bestaat uit concrete maatregelen op plaatsen waar vogels broeden en rusten, zoals nestbescherming, aanleg van broedeilanden en herstel van hoogwatervluchtplaatsen. Daarnaast worden bewoners en bezoekers bewust gemaakt van het belang van rust voor vogels en hoe je van het Waddengebied kunt genieten zonder vogels (onbedoeld) te verstoren. Wij & Wadvogels wordt financieel mogelijk gemaakt door het Waddenfonds, het ministerie van LNV en de drie Waddenprovincies.

In het meerjarige samenwerkingsprogramma ‘Wij & Wadvogels’ werken Het Groninger Landschap, It Fryske Gea, Landschap Noord-Holland, Natuurmonumenten, Rijksuniversiteit Groningen, Staatsbosbeheer, The Fieldwork Company, Vogelbescherming Nederland en de Waddenvereniging aan het herstel van gezonde vogelpopulaties in het Waddengebied. ‘Wij & Wadvogels’ wordt mogelijk gemaakt door het Waddenfonds, het ministerie van LNV en de drie Waddenprovincies.

Zwaluwhaven, symbool voor nieuw leven

Een bijzonder mo(nu)ment

Zo’n uniek project moet uiteraard op een waardige en respectvolle manier worden onthuld. Dit gebeurt op zondag 15 april, de bevrijdingsdag van Fryslân en Leeuwarden. Nabestaanden van de Engelse en Canadese bemanning zijn dan aanwezig om het monument te onthullen. Op die manier kunnen zij de crash en het verlies van hun vaders en grootvaders een (definitieve) plek geven. Ook is op deze dag de officiële opening van de expositie ‘Geraakt. De laatste vlucht van LancasterR5682’ in bezoekerscentrum Nationaal Park de Alde Feanen in Earnewâld. Vanaf maandag 16 april kun je deze expositie bezoeken. Daarnaast worden er in die week speciale vaarexcursies langs de zwaluwhaven georganiseerd. Met een beetje geluk zijn de lege nestgaten dan druk bezet met oeverzwaluwen die terugkomen uit Afrika.

Thundering through the clear sky

De zwaluwhaven verbeeldt het verhaal van de jonge vliegeniers. Ze vochten voor onze vrijheid en vlogen op 4 en 5 september 1942 naar Bremen om daar vliegtuigfabrieken te bombarderen. Vanuit Engeland vertrokken er 251 vliegtuigen, maar niet iedereen maakte de overtocht terug naar huis tijdens deze laatste vlucht. De vliegtuigen worden in het ontwerp weergegeven door 251 nestgaten in een half ronde, stenen wand waarin zwaluwen kunnen broeden. Van deze nestgaten blijven er 12 dicht, die symbool staan voor het aantal niet teruggekeerde vliegtuigen. Oeverzwaluwtjes zijn ‘weersvoorspellers’ en ‘thuisbrengers’.

Het monument kent prachtige details. Zo wordt het monument opgebouwd uit Engelse bakstenen, wat perfect past in de natuurlijke omgeving van Nationaal Park de Alde Feanen. De nestgaten worden gevuld met metalen capsules voorzien van een boodschap. En het materiaal van de capsules uit de omgesmolten onderdelen van het opgegraven vliegtuig. Zelfs de grootte van de Engelse Lancaster was van inspiratie voor Nynke Rixt Jukema. De 32 meter brede zwaluwhaven heeft dezelfde spanwijdte als de gecrashte bommenwerper.

Werkzaamheden aan vuilstort verbinden het verleden met een gezonde toekomst

In januari 2017 startte het ‘inpakken’ van de vuilstortplaats door het plaatsen van damwanden. Het vliegtuigwrak, van de ter plaatse neergestorte LancasterR5682 uit WOII, lag in de weg en moest daarom worden geborgen. De berging is gefinancierd door provincie Fryslân en het Rijk en uitgevoerd door de gemeente Leeuwarden.

Om de bemanning en het offer dat zij hebben gebracht te eren, nam de provincie het initiatief tot een monument op de plaats van de crash en een expositie in het bezoekerscentrum. Hiermee verbinden we het verleden met een gezonde toekomst en krijgt een bezoek aan dit schitterende gebied voor omwonenden, natuurliefhebbers en recreanten een extra dimensie.

Meer lezen?
Bezoek de gratis Lancaster Expositie
Berging bommenwerper ‘Lancaster R5682’ in Alde Feanen

 

Secret Link