Vistrap en molens geplaatst bij de Mokkebank

De aanleg van het nieuwe moerasgebied de Mokkebank langs de Friese IJsselmeerkust bereikt een belangrijke mijlpaal. De eerste van twee watermolens die straks het waterpeil regelen, is geplaatst. Ook is de basis van de vistrap gereed. Daarmee gaat het project de laatste fase van de inrichting in, die aan het eind van 2025 afgerond moet zijn.

Nieuwe natuur voor vogels en vissen
De Mokkebank wordt een rijk moerasgebied waar moerasvogels zoals de baardman, porseleinhoen en roerdomp veilig kunnen broeden in het riet, beschermd tegen roofdieren en hoog water. Ook vissen krijgen hier ruimte: het moeras wordt een belangrijke paaiplaats en veilige opgroeiplek voor soorten als karper, snoek en driedoornige stekelbaars.

Slim waterpeil en vistrap
Het gebied krijgt een tegengesteld waterpeil ten opzichte van het IJsselmeer. Bij harde wind in de winter stroomt water via keerkleppen het moeras in. Met behulp van windmolens blijft het peil in het voorjaar hoog en warmt het water op. Via de vistrap stroomt een voedselrijke lokstroom terug naar het IJsselmeer. Deze lokt vissen het gebied in om te paaien en zorgt voor een betere visstand. Hoe dat precies werkt? Dat zie je in deze animatie:

Meer weten
De inrichting van de Mokkebank wordt naar verwachting in het najaar van 2025 afgerond. Het gebied blijft niet toegankelijk, maar is goed te zien vanaf de Wieldijk en straks vanaf de nieuw geplaatste vogelkijkhut De Mok.

Lees meer over dit project op onze projectpagina Mokkebank  

Nieuwe mijlpaal voor de Vismigratierivier: contour compleet

Het werk aan de buitenste dam in het IJsselmeer is afgerond. Daarmee is de hele contour van de Vismigratierivier gereed: een belangrijke mijlpaal in de ontwikkeling van dit unieke natuurherstelproject. De Vismigratierivier maakt het straks mogelijk dat miljoenen trekvissen – zoals de zalm, paling en stekelbaars – weer vrij kunnen trekken tussen de Waddenzee en het IJsselmeer. Daarmee wordt een eeuwenoude verbinding hersteld, die door de aanleg van de Afsluitdijk verloren ging.

Met de nieuwe dam rondt aannemer Van Oord zijn laatste werkzaamheden aan het project af. In 2026 volgt de volgende stap: de aanleg van de slingerende rivier zelf, uitgevoerd door Boskalis Nederland.

Bescherming van natuur en herstel van verbindingen

De nieuwe dam beschermt de toekomstige rivier tegen wind, golven en stroming. Eerder bouwde Van Oord al de riviermonding aan de Waddenzeezijde – de toegangspoort voor vissen – een natuureiland en de westelijke flank in het IJsselmeer. Samen vormen ze de basis voor een robuust ecosysteem waarin vissen, vogels en andere waterdieren profiteren van meer leefruimte.

Ook op grotere schaal wordt gewerkt aan herstel van natuurlijke verbindingen. Zo leverde Van Oord als onderdeel van bouwcombinatie Levvel een bijdrage aan de versterking van de Afsluitdijk, inclusief de doorgang die straks de link vormt tussen de Waddenzee en de Vismigratierivier.

Circulair en natuurvriendelijk bouwen

Bij de aanleg is zoveel mogelijk gebruikgemaakt van grondstoffen uit de directe omgeving. Zo werd 400.000 kubieke meter zand rechtstreeks uit het IJsselmeer gewonnen en 20.000 ton breuksteen hergebruikt uit de Afsluitdijk. Dat scheelde duizenden transportbewegingen én zorgt ervoor dat vissen zich beter kunnen oriënteren: zand en stenen met dezelfde geur en smaak zijn voor hen vertrouwd.

De verwachting is dat de eerste vissen begin 2027 door de Vismigratierivier zullen zwemmen. Ook de natuur rondom de rivier zal daarvan profiteren: het gebied biedt straks nieuwe leefruimte voor vogels, planten en talloze andere dieren, waardoor een rijk en dynamisch ecosysteem kan ontstaan.

Ontdek het met It Fryske Gea

De aanleg van de Vismigratierivier is niet alleen een technisch hoogstandje, maar vooral een investering in natuurherstel. It Fryske Gea organiseert regelmatig excursies rondom dit gebied, waarbij gidsen vertellen over de achtergronden van het project en de betekenis voor vissen, vogels en de natuur in Fryslân. Zo kun je zelf van dichtbij zien hoe dit unieke project stap voor stap vorm krijgt.

Vismigratierivier zet motor aan voor natuurherstel

De Vismigratierivier bij de Afsluitdijk krijgt extra financiering. Het Waddenfonds, de ministeries van Infrastructuur en Waterstaat (IenW) en Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (LVVN), en de initiatiefnemers dragen samen 13 miljoen euro extra bij aan dit innovatieve project. Dankzij deze bijdrage kan de Vismigratierivier worden afgemaakt. Met de definitieve extra financiering is de realisatie van de Vismigratierivier bij de Afsluitdijk nu écht zeker. Een belangrijke mijlpaal, waar It Fryske Gea nauw bij betrokken is. De Vismigratierivier zorgt voor een open verbinding tussen de Waddenzee en het IJsselmeer. Zo kunnen trekvissen weer vrij bewegen tussen zoet en zout water. Dit heeft effect op de visstand van de Sargassozee tot de bovenloop van de Rijn in Zwitserland.

Matthijs de Vries, gedeputeerde bij provincie Fryslân en voorzitter van het dagelijks bestuur Waddenfonds, is verheugd over de extra financiering: “Het kunnen afmaken van dit baanbrekende project is internationaal van groot belang. De Vismigratierivier is van historische betekenis en dient wereldwijd als voorbeeld voor natuurherstel en duurzaam waterbeheer. Dit is fantastisch nieuws voor ons allemaal.”

Minister Robert Tieman van Infrastructuur en Waterstaat: “Het prachtige Fryslân staat bekend om de vele mooie wateren. Ik vind het belangrijk om die schoon en gezond te houden, daar hoort ook bij dat we barrières wegnemen voor vissen die willen trekken tussen de zoute Waddenzee en het zoete IJsselmeergebied. Dit project zorgt ervoor dat de vistrek op een natuurlijke wijze kan plaatsvinden. Mooi dat we daar als ministeries aan kunnen bijdragen.”

Extra financiering gelukt
Als gevolg van ontwikkelingen in de afgelopen jaren was er aanvullende financiering nodig voor de bouw van de Vismigratierivier. Daarom voerden provincie Fryslân en de initiatiefnemers gesprekken met de financierende partijen van het project. Alle financiers vinden het belangrijk dat de Vismigratierivier er helemaal komt. Voor het Waddenfonds, de ministeries van IenW en LVVN via het Programmatische Aanpak Grote Wateren (PAGW), en de initiatiefnemers via de Nationale Postcode Loterij was het mogelijk om extra middelen bij te dragen.

Vervolgstappen
De buitenzijde van de Vismigratierivier, de contour, is inmiddels zo goed als klaar. Het werk aan het laatste en grootste gebied, de slingerende rivier en een afsluitmiddel, bereidt provincie Fryslân op dit moment voor. Met de extra financiering kan dit werk in 2026 uitgevoerd worden. Naar verwachting zwemmen de eerste vissen in 2027 door de Vismigratierivier. Onderdeel van dit laatste gebied is ook een zogenoemde ‘inregelfase’, met onderzoek en monitoring, om te komen tot een stabiel werkend systeem.

Belangrijke mijlpaal
Chris Bakker, aankomend directeur van It Fryske Gea: “Trekvissen zijn zelf het beschermen waard, maar ze zijn ook voedsel voor vogels en zeezoogdieren. We weten uit onderzoek en ervaring dat het herstel van deze natuurlijke dynamiek een kettingreactie geeft in het hele ecosysteem. Bijvoorbeeld onze natuurprojecten langs de Friese IJsselmeerkust, de Marker Wadden en nevengeulen langs de IJssel en de Rijn worden goed bereikbaar voor trekvis. De Vismigratierivier is daarmee niet alleen een doorgang voor vissen, maar een motor voor brede natuurontwikkeling in de Wadden, het IJsselmeergebied en ver daarbuiten.”

De Staat van de Wadden

Wie nog twijfelde over hoe het daadwekelijk met de Waddenzee gaat: De Staat van de Wadden brengt het voor het eerst helemaal compleet in beeld.

Het gaat niet goed met de natuur in het Nederlandse deel van de Waddenzee. Dat blijkt uit de maandag 23 juni gepresenteerde ‘Staat van de Wadden’ van de Waddenacademie in opdracht van het Ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (LVVN). Dit is het eerste uitgebreide en integrale overzicht van hoe het gaat met soorten en leefomstandigheden in het gebied. De conclusie is zorgwekkend: het grootste deel van de onderzochte natuurwaarden voldoet niet aan de norm, of laat zelfs een verslechtering zien. Het rapport laat zien dat daadkrachtig natuurherstelbeleid in de Waddenzee hard nodig is.

Toogdag

Vandaag is ook de jaarlijkse Toogdag voor de Wadden waar veel betrokken organisaties en mensen praten over het Waddengebied en Waddenzee. Zoals we weten uit het Ipsos onderzoek in opdracht van de Waddenvereniging, vindt driekwart van de Nederlanders het belangrijk dat de Werelderfgoedstatus van de Waddenzee behouden blijft en ook driekwart vindt dat de regering zich moet inspannen om deze te behouden. De Staat van de Wadden geeft voor eens en altijd aan dat dit tot nu toe onvoldoende is gebeurd; en dat waar zoveel Nederlanders van houden steeds verder achteruit gaat.

Soorten

De Staat van de Wadden heeft voor 238 indicatoren bekeken hoe het met de Waddenzee gaat. Dit zijn soorten zoals vogels, zeehonden, garnalen en kokkels, maar ook milieufactoren zoals (water)temperatuur (klimaatverandering), vervuiling bijv. zware metalen als arseen en kwik, slib in de bodem en zuurstofgehalte.

Voor elk van de 238 onderdelen is gekeken naar de trend over de afgelopen 12 jaar en de referentiewaarde: hoe de situatie zou moeten zijn in een gezonde Waddenzee. Van de 238 onderzochte indicatoren scoort:

  • 34% (82 indicatoren) slechter dan de norm én verslechtert nog steeds
  • 4% (10 indicatoren) scoort slecht, maar laat wel verbetering zien
  • Slechts 32% (75 indicatoren) gaat goed én verbetert
  • 2% (5 indicatoren) gaat goed, maar verslechtert
  • 28% (66 indicatoren) is nog onvoldoende onderzocht om conclusies te trekken

Wat moet er gebeuren?

Het Ministerie van LVVN gaat de ‘Staat van de Wadden’ gebruiken als basis voor het nieuwe Beleidskader Natuur Waddenzee, dat de (cumulatieve=optelsom) impact van gebruik op de natuur van de Waddenzee in beeld brengt en waar mogelijk terug gaat brengen. Zodat ecologie en economie weer met elkaar in balans komen. De volgende stap is in beeld brengen en afwegen door welke (optelsom van) economische activiteiten en andere factoren zoveel indicatoren slecht scoren, zodat gerichte maatregelen genomen kunnen worden, en de schadelijkste activiteiten in de toekomst niet meer toegestaan worden.

Samenwerkende natuurorganisaties in de Wadden* vinden het goed dat het ministerie met het Beleidskader Natuur Waddenzee stappen wil zetten richting herstel van de Waddenzee en zien uit naar het afwegingskader. Maar de urgentie is groot: er mag geen tijd verloren gaan. Een gezonde en rijke Waddenzee vraagt om ambitie, duidelijke keuzes en snelle actie.

*De Coalitie Wadden Natuurlijk bestaat uit: de Waddenvereniging, Vereniging Natuurmonumenten, Vogelbescherming Nederland, It Fryske Gea, Het Groninger Landschap, Landschap Noord-Holland, Stichting WAD.

Positieve eerste indruk Schotse Hooglanders

Grazende hulp in de Fônejacht

Sinds april grazen vijf Schotse Hooglanders in de Fônejacht, een gebied van 13 hectare in Nationaal Park De Alde Feanen. Ze worden ingezet om op natuurlijke wijze de reuzenberenklauw te bestrijden, een invasieve plantensoort die zich snel verspreidt en andere vegetatie verdringt.

Schotse hooglanders

 

Voorzichtig positief

De eerste indruk van hun werk is voorzichtig positief. De dieren zijn actief in de delen van het gebied waar de reuzenberenklauw zich bevindt, en er zijn al plekken zichtbaar waar deze plant duidelijk is teruggedrongen. Dankzij hun wendbaarheid komen de Hooglanders op plekken waar machines minder goed bij kunnen – dat scheelt bovendien in inzet van materieel én uitstoot.

Reuzenbereklauw

Links van de afrastering waar geen Schotse Hooglanders komen en rechts, waar ze wél komen

Later dit jaar: evaluatie

Aan het einde van het jaar volgt een evaluatie van dit beheer. Dan wordt bekeken of de inzet van deze dieren voldoende effect heeft en of uitbreiding nodig is. Voor nu stemmen de eerste signalen hoopvol.

Lees meer over dit project op: www.itfryskegea.nl/nieuws-publicaties/schotse-hooglanders-alde-feanen

Biesbosch bouwt circulaire dam voor Vismigratierivier

Als je over de Afsluitdijk rijdt, zie je ter hoogte van Kornwerderzand een groot werkschip: snijkopzuiger Biesbosch. In het IJsselmeer zijn we begonnen met de bouw van de buitenste dam voor de Vismigratierivier. Ruud Kromwijk, projectmanager bij Van Oord, legt uit waar deze nieuwe dam voor dient, hoe we deze bouwen en waarom dit indrukwekkende werkschip nodig is.

Sterke dam om de rivier te beschermen

“De nieuwe dam omringt de toekomstige rivier en beschermt deze tegen wind, golven en stroming. Dit is noodzakelijk, omdat het rivierdeel voornamelijk uit zachte zandlichamen zal bestaan. Het water in de rivier zal met het getij stijgen en dalen. De dam dient ook als afscheiding, zodat brak water niet in het zoete IJsselmeer komt,” legt Kromwijk uit. De dam sluit aan op andere delen van de Vismigratierivier, zoals de groene westflank, en maakt daarmee de contour van het project af.

Biesbosch nodig voor compacte IJsselmeerbodem

“We bouwen de dam met zand uit de IJsselmeerbodem. Een normale zandzuiger zou moeite hebben om het materiaal los te krijgen, omdat de bodem hier zeer gepakt is. Daarom gebruiken we snijkopzuiger Biesbosch,” geeft Kromwijk aan. De snijkopzuiger woelt de bodem los met een graafwiel en zuigt het zand op. Dit zand wordt vervolgens door een drijvende leiding naar het sproeiponton gepompt, dat op de locatie van de toekomstige dam ligt. Kromwijk: “We spuiten het zand onder water, laag voor laag, in het profiel van de dam. Daarna bedekken we de zanddam met breuksteen, zodat het zand niet weg kan spoelen.

Een circulaire dam van ‘eigen bodem’

Net als bij andere delen van de Vismigratierivier maken we voor deze dam zoveel mogelijk gebruik van grondstoffen uit de omgeving. Kromwijk legt uit wat hiermee wordt bespaard: “We halen 400.000 kubieke meter zand uit de bodem van het IJsselmeer en gebruiken dit direct voor de Vismigratierivier. Hierdoor hoeven we geen grondstoffen aan te kopen en te vervoeren. Dit bespaart ongeveer 400 scheepvaartbewegingen, of 18.500 vrachtwagenbewegingen.” Daarnaast helpt het de migrerende vissen, omdat gebiedseigen materiaal dezelfde geur en smaak heeft als de omgeving. Nieuwe geuren en smaken zou de vissen kunnen afschrikken.

Toonaangevend voor Nederlandse waterbouw

“De Vismigratierivier is een prachtig en toonaangevend project voor de Nederlandse waterbouwsector. We laten zien dat behoud van zoetwater en natuurherstel samen kunnen gaan. Het zet Nederland echt op de kaart. We doen dit allemaal voor de vissen, zodat zij straks dwars door de Afsluitdijk kunnen migreren van en naar het Rijndelta-systeem en verder. Van Oord draagt daar letterlijk en figuurlijk een steentje aan bij,” licht Kromwijk trots toe.

Van Oord rondt het werk aan de nieuwe dam in de zomer van 2025 af. Daarna volgt nog één belangrijke stap in de bouw: de aanleg van de slingerende rivier en een zogenaamd afsluitmiddel, waar provincie Fryslân naar verwachting in 2026 mee zal starten.

Afbeelding en video door Hans den Hartog

It Fryske Gea zoekt doel voor It Kathûs

Op het eerste gezicht lijkt het een prachtig mooie boerderij, midden in de weilanden naast Nes bij Akkrum: It Kathûs. Achter de stelp is een groot stuk gebied ingericht als vogeltjesland. Een parel midden in Fryslân. Maar als je dichterbij It Kathûs komt is al snel te zien dat de boerderij er slecht aan toe is. Overal rotten de kozijnen weg, de vloer in de hal is grotendeels verzakt en hier en daar zitten zulke grote gaten in de plafonds, dat je zo naar buiten kunt kijken.

Originele elementen

Toch heeft het gebouw een historische waarde. Er is sinds de bouw in 1907 eigenlijk niets aan veranderd. Daardoor zijn zaken zoals het originele verfwerk nog te zien. En ook de indeling van de boerderij is nog net zoals het vroeger ook was. Van een opkamer en een pronkkamer aan de voorzijde, tot en met het spekhok op zolder, waar vroeger het vlees in werd gerookt.

Het wordt een uitdaging om het gebouw weer bij de tijd te krijgen, geeft ook projectleider Jan Willem Rodenburg toe. (Bekijk hier het hele interview met Jan Willem).

Rodenburg by it spekhok op souder
Rodenburg bij het spekhok op zolder© Omrop Fryslan, Jantine Weidenaar

Nieuwe bestemming

De afgelopen jaren is It Fryske Gea vooral bezig geweest met onderzoek naar het gebouw. Van een bouwkundig tot een dendrologische inspectie, om zo een goed beeld te krijgen van de staat van het gebouw. De volgende stap is om de boerderij wind- en waterdicht te maken. It Fryske Gea heeft daarvoor subsidie van het Rijk gekregen. Pas daarna kan er nagedacht worden over een nieuwe bestemming van de boerderij.

Het Kathûs is nog niet volledig onbewoond
It Kathûs is nog niet volledig onbewoond© Omrop Fryslân

It Fryske Gea wil heel graag de omgeving betrekken bij de toekomst van It Kathûs, daarom wordt er binnenkort een open dag georganiseerd voor inwoners van Akkrum, Nes en Aldeboarn.

‘Een klus voor optimisten’

Het moet mensen op ideeën brengen voor een nieuwe invulling, bijvoorbeeld als kenniscentrum voor natuurinclusieve landbouw of als zorgcentrum. Er is veel mogelijk, zo zegt Rodenburg, als het de vogels maar niet verstoord.

Er moet nog heel wat gebeuren in het Kathûs
Er moet nog heel wat gebeuren in het Kathûs
Der moat noch hiel wat barre yn it Kathûs© Omrop Fryslân

Na de open dag zal er ook een inloopavond worden georganiseerd, om verder te praten over de ideeën. Uiterlijk eind dit jaar moet er een plan liggen over de toekomst van It Kathûs. Daarna begint het echte werk, want het opknappen van de boerderij is volgens Rodenburg een klus “voor optimisten.”

Bron: Omrop Fryslân

Meer kans voor weidevogels Warkumerwaard

Werkzaamheden

Op de aangekochte percelen stonden een oude melkschuur en mestzak die beide in slechte staat verkeerden. Predatoren als ratten, hermelijn, bunzing en steenmarter vonden hier schuilplaats en vormden een bedreiging voor weidevogels. De dieren eten de eieren en kuikens van weidevogels.
Vanaf oktober 2023 zijn werkzaamheden uitgevoerd op de twee percelen en een aangrenzend perceel, om meer openheid te creëren en het gebied natter te maken. Door een aansluiting op een hoogwater circuit, dat wordt gestuurd door een molen in eigen beheer, worden de percelen vernat. Ook zijn een nieuwe stuw, enkele pendammen en duikers aangebracht. De oude melkschuur en mestzak zijn verwijderd en geven het gebied meer openheid. De grond waar de opstallen stonden zijn geëgaliseerd en ingezaaid om als grasland met het perceel te beheren.

De werkzaamheden zijn mogelijk gemaakt door een financiële bijdrage vanuit het LIFE-programma van Provincie Fryslân. Door de werkzaamheden krijgen jonge weidevogels meer kans om groot te worden en bij te dragen aan een sterkere populatie weidevogels in Fryslân.

Wandelexcursie met gids

Het natuurgebied is alleen toegankelijk onder begeleiding van een gids. Onze natuurgids neemt je graag mee voor een wandeling en laat je genieten van de natuurpracht. Bekijk hieronder het actuele aanbod van excursies.

Meer ruimte voor natuur en water in Wielsicht

Naast de inrichting van de zomerpolder legt het waterschap ook natuurvriendelijke oevers aan en wordt, waar nodig, de polderdijk om het gebied verbeterd. Zo wordt het water schoner, verbetert de biodiversiteit en is het gebied beter beschermd tegen wateroverlast en watertekort.
De wandelpaden worden ook aangepast aan de nieuwe situatie, zodat het gebied toegankelijk blijft voor wandelaars. Tijdens de werkzaamheden van november tot maart 2024 wordt het gebied in verband met de veiligheid afgesloten voor bezoekers. Na de werkzaamheden is het wandelgebied weer toegankelijk. Lees meer over dit project

Mooie krachtproef voor ambities It Fryske Gea

Voor It Fryske Gea was de aankoop van de boerderij, inclusief 40 hectare weidevogelland, vorig jaar een ‘boppeslach’. Bestuurslid Dennis Mous is “absoluut heel blij” met de aanwinst. Hij meent dat It Fryske Gea een belangrijke rol heeft te spelen in het behoud van de ‘kathedralen’ van het platteland.
Mous vergelijkt de opgave waar Fryslân voor staat ten aanzien van leegstaande of verpauperde boerderijen met die van de monumentale kerken in dorpen en steden. “Volgens prognoses verliezen jaarlijks zo’n tachtig tot honderd boerderijen hun huidige functie. Behoud is voor het Friese landschap van wezenlijk belang. Het zijn goede plekken om te wonen.”

It Fryske Gea zet zich niet alleen in voor natuur en landschap, maar ook voor het ‘rode’ erfgoed. Juist omdat boerderijen, landerijen en landschap zo nauw verweven zijn. It Kathûs is, aldus Mous, een uitgelezen kans ervaring op te doen in het vinden van een passende herbestemming van boerderijen, zonder afbreuk te doen aan landschap en natuur. “Ik zie de herbestemming en het opknappen van It Kathûs als een mooie krachtproef voor de toekomstige invulling van onze ambities. Het is zonde hoeveel boerderijen in slechte staat verkeren.” Mous ziet kansen vrijkomende boerderijen te splitsen in meerdere woningen of te combineren met zorgconcepten, een recreatiefunctie of andere woonvormen. “Het is belangrijk hierbij goed samen te werken met provincie, Hûs en Hiem en betrokken lokale partijen.”

In kaart gebracht

In opdracht van It Fryske Gea is allereerst de landschappelijke, ecologische en cultuurhistorische waarde van de stelpboerderij, en bijbehorend grasland, door deskundigen in kaart gebracht. Zij komen tot de slotsom dat It Kathûs voor een goed begrip van Fryslân en haar landbouwverleden van groot belang is. De manier van boeren creëerde een omgeving waarin grutto, tureluur, scholekster en kievit goed gedijen. Die samenhang is bijzonder. De boerderij ligt wat achteraf aan de Sodumerdyk in het veenweidegebied ten noordoosten van Nes, in het stroomdal van de Boarn. Op een handvol elzen, knotwilgen en populieren na is het een boomloos weidelandschap. Het oude grasland rondom de stelpboerderij bleef grotendeels onaangeroerd, zo schrijft landschapsdeskundige Jeroen Wiersma in zijn onderzoeksrapportage.

Spataderen in het boerenland

In de zevende en achtste eeuw stond het gebied onder invloed van de Middelzee; de Boarn was destijds een getijdenrivier. De dunne laag klei die door de werking van het getij achterbleef in de kreken klonk later minder in dan het veen. De kreken liggen daardoor nu als ‘spataderen’ in het boerenland. Deze inversieruggen zijn volgens Wiersma in ‘zeer gave toestand’ bewaard gebleven. De pioniers trokken via de Boarn steeds dieper het hoogveenmoeras in om het woeste land te ontginnen. Om het metersdikke hoogveen te ontwateren, groeven ze ontwateringssloten die ervoor zorgden dat het veen versneld inklonk. Het gehucht en de polder waartoe de boerderij behoort heet Soarremoarre, dat ‘het zuidelijk moeras’ betekent.

Klooster had grote invloed

In de achtste eeuw effenden missionarissen het pad voor het christelijk geloof. Aldeboarn was in die tijd een belangrijke plaats. Er verrees al in de tiende eeuw een kerk. Mogelijk dat de hoogveenontginningen en de vette, vruchtbare klei langs de Boarn daarin een rol speelden. Zeker is dat de welvarende Duitse kloosterorde om die reden in Nes een klooster vestigde. It Kathûs was één van de kloosterboerderijen. Uiteindelijk bezat het klooster 600 hectare, verdeeld over drie dorpen en vierentwintig boerderijen. Na de reformatie kwamen alle bezittingen in handen van de Staten van Friesland. It Kathûs werd verkocht aan de adellijke familie Sminia.

Fijnmazig greppelpatroon

De boerderij staat op een laatmiddeleeuwse huisterp. De overige percelen bestonden uit ingepolderd weiland en hooiland. De waterbeheersing vormde de sleutel tot een goede productie. Door een ingenieus stelsel van greppels en dwarsgreppels liep overtollig regenwater weg naar de poldersloten die in verbinding stonden met het boezemwater.

Bij It Kathûs is dat fijnmazige greppelpatroon goed bewaard gebleven. Dat maakt het voor Fryslân tot een bijzondere plek. Niet alleen vanuit cultuurhistorisch oogpunt, maar ook qua natuur. De spataderen zorgen voor variatie tussen nat en droog en de greppels bieden schuilplaatsen voor de kuikens van weidevogels. De rode regenworm, hoofdmaal van weidevogels, gedijt veel beter in een landschap met greppels dan in een egale vlakte.

Historische stelpboerderij

Uit de bouwhistorische opname en waardestelling van adviesbureau BDM blijkt dat de vrijwel intact gebleven stelpboerderij uit 1904 veel monumentale waarde heeft. Tel daarbij op het ‘volstrekt gaaf bewaarde eeuwenoude cultuurlandschap’ en het cultuurhistorisch en landschappelijk belang van It Kathûs is zonneklaar. Ook de stookhut en het varkenshok zijn nog aanwezig.

De fraaie Friese stelpboerderij is kenmerkend voor historische boerderijen vanaf de achttiende tot in de vroege twintigste eeuw. BMD prijst de kwaliteit van het ontwerp ‘in een zorgvuldig vormgegeven traditioneel ambachtelijke stijl met sporadisch gebruik van neorenaissance elementen.’ Het woongedeelte bestaande uit een betegelde gang en lambrisering, een woonkamer met keuken en bedstedenwand, een opkamer en een pronkkamer met ornamenten, versierde stookplaats, decoratieve schilderingen en het authentieke spekhok op zolder is nagenoeg ongeschonden. Het rapport van BMD rept van ‘een zorgvuldig ontworpen geheel waarvan de onderdelen op elkaar afgestemd zijn.’

Authentieke constructie

Het bintwerk in de boerderij kent twee bouwfasen. De twee voorste binten dateren van de nieuwbouw in 1904 en zijn van Amerikaans grenen. De achterste drie binten zijn hergebruikt uit de in 1857 gebouwde voorganger. Zij zijn van Zweeds vurenhout, zo blijkt uit het onderzoek van Paul Borghaerts. De specialist in houtdatering trof geen materiaal aan uit een nog eerdere bouwfase of uit een langhuis. De binten van Amerikaans grenen zijn nog in uitstekende conditie, terwijl de achterste drie hebben geleden onder insectenvraat en schimmels. Dat komt vooral door de aanwezigheid van vee in de schuur. ‘De vochtige, warme dampen, die door vee ontstaan, zijn funest voor vurenhout’, schrijft hij. Het bintwerk getuigt ‘van traditioneel timmermanswerk’. Het is kenmerkend voor het type stelpboerderij waarbij de gebinten doorgaan in het woongedeelte.

Ingrijpende opknapbeurt

Aan de hand van de rapporten en aanbevelingen stelt It Fryske Gea een plan op voor de ingrijpende opknapbeurt van zowel de boerderij als de landerijen. Mous: “Met de onderzoeken die gedaan zijn kunnen we de juiste keuzes maken. We willen nu doorpakken.” De originaliteit van de boerderij is volgens hem bijzonder, zo blijkt ook uit de verschillende onderzoeken. De staat waarin het pand verkeert, laat helaas te wensen over. Er is in de laatste decennia weinig aan onderhoud gedaan en ook leegstand deed de stelpboerderij geen goed. Het erf is alvast opgeschoond, de stallen zonder monumentale waarde – waarin asbest was verwerkt – zijn gesloopt. Ook verwilderde, in de jaren zeventig aangeplante, struiken in de voortuin zijn verwijderd. Zo komen de leilindes bij de keuken beter tot hun recht. Enkele essen met essentakziekte zijn gekapt en de singel is gesnoeid zodat de bomen weer kunnen uitlopen.