De das, een waardevolle bewoner van onze gebieden

Een sociale boef die graag in It Fryske Gea vertoeft

Gelukkig vind je ze tegenwoordig op veel meer verschillende plekken in Fryslân, ook in onze natuurgebieden. De dassen laten zich overdag niet zien, maar je kunt hun sporen zeker vinden. De oplettende bezoeker vindt regelmatig een pluk dassenhaar in het prikkeldraad of aan de onderkant van een hek. Een tijd terug is er een dassenburchttelling geweest van de Provincie Fryslân. We telden er tientallen. Er vanuit gaand dat er in elke burcht één of meerdere dassen leven heb je het al gauw over honderden dieren. Ze leven vaak in families van 3-6 dieren bij elkaar, maar jonge mannetjes gaan op een gegeven moment op ‘zichzelf’ wonen.

Veilig thuis in de dassenburcht

Zoals wij de voordeur achter onze kont dichttrekken voor wat eigen ruimte, zo trekt de das zich terug in zijn dassenburcht. En deze ondergrondse burchten zijn geen kleine optrekjes. Ze worden soms wel tientallen jaren gebruikt, waardoor er steeds verder aan gebouwd wordt. Dassenburchten kennen meestal 3 tot 10 of meer in (en uit)gangen en ze bestaan uit een gangenstelsel van tientallen meters met meerdere ‘kamers’. Voldoende ruimte om te delen met anderen. Het is dan ook geen uitzondering dat dassen samenleven met vossen of konijnen. Ze voorzien de kamers zelfs met nuttige decoratie in de vorm van nestmateriaal. Denk hierbij aan droog gras, mos, blad en dennennaalden. Dit verzamelen ze tijdens droge nachten in de omgeving en trekken het achterwaarts de burcht in.

Aan de buitenkant van, vooral de oude, dassenburchten zie je vaak duidelijke sporen lopen. We noemen dit ook wel wissels. Daarnaast kan je een bewoonde burcht herkennen aan sporen van ‘gemorst’ nestmateriaal.

Waardevol voor de natuur

Wij zijn erg blij met de aanwezigheid van deze grootste marterachtige van Nederland en willen dit graag zo houden. De das is niet alleen erg mooi met zijn zwart/wit gestreepte boevenpak, maar heeft ook een interessante leefwijze. Daarnaast zorgt hij door zijn graverij in bosgebieden voor open plekken, maar ook natuurlijke verjongeng (kiembed) en dus meer gevarieerde bossen. Dit komt onder andere door de pitjes van vruchten / bessenstruiken die hij uitpoept. Super nuttig dus!

Welke uil maakt welk geluid?

Kerkuil

De kerkuil verblijft het liefst rondom het boerenland. Daar zit hij graag in schuren of kerktorens. Hij is dol op rustige en donkere schuilhoekjes voor overdag. Ze worden actief als het donker wordt, dan gaan ze op zoek naar een lekker hapje! De kerkuil krijst en blaast, het klinkt een beetje griezelig.

kerkuil

Ransuil

Hoe-oe! Ik ben de ransuil! Als de zon schijnt, zie je mij niet zo snel want dan doe ik een dutje hoog in de bomen. Zodra het donker wordt, ga ik op pad. Dan vlieg ik superstil door het bos op zoek naar een lekker hapje. Het mannetje maakt niet heel veel geluid, maar soms roept hij een beetje zeurderig: hoe-oe-oe. Het vrouwtje haar geluid is wat hoger en zachter.

ransuil

Velduil

Velduilen zijn best bijzonder, ze jagen namelijk overdag en broeden op de grond! Ze eten het liefst kleine knaagdieren en jonge vogels. Ze hebben kleine pluimpjes op hun kop, maar die vallen vaak niet op. Veel geluid maken velduilen niet. Het mannetje roept tijdens de broedtijd “boe-boe-boe-boe-boe-boe-boe“. Maar dit hoor je eigenlijk nooit.

Vliegende velduil

Bosuil

De bosuil is de meest voorkomende uil hier. Hij leeft in bomen met bladeren maar ook in bomen met dennennaalden. Je kan hem zelfs tegenkomen in parken of woonwijken! De bosuil broedt in boomholtes en begint al rond februari of maart met nestelen. Het geluid van het mannetje is een beetje spookachtig. Dit wordt vaak gebruikt in griezelfilms!

bosuil

Steenuil

De steenuil is maar een kleintje, een beetje groter dan een merel. Zijn felgele ogen vallen op en ook zijn lichte ‘wenkbrauwen’ zijn niet te missen. En als je hem van achteren bekijkt, kun je even in de war raken. Want zijn achterhoofd lijkt heel erg op zijn voorhoofd! De steenuil maakt verschillende geluiden.

steenuil

Oehoe

De oehoe is een supergrote uil, één van de grootste ter wereld! Hij is wel twee keer zo groot als de ransuil. In Fryslân kom je hem (nog) niet tegen. Hij heeft hele lange oorpluimen en grote gele ogen. Het mannetje heeft een zware stem en roept: “hoé-oe….“. Het vrouwtje roept zachter en wat hoger.

oehoe

Weidevogelgeluiden herkennen?

Ook weidevogels hebben hun unieke geluid. De kievit, grutto en tureluur roepen allemaal hun eigen naam. Als je ze in ieder geval in het Nederlands benadert. Voor de scholekster geldt dit niet. Die heeft gewoon kabaal. Benieuwd wie welk geluid maakt? Beluister vogelgeluiden >>

Verschillende soorten zwanen op een rij

Wilde Zwaan

Officieel de Cygnus Cygnus genoemd. De Wilde Zwaan onderscheidt zich van de Kleine Zwaan door groter formaat, meer naar voren uitpuilende borst, langere kopvorm, grotere hoeveelheid geel op de snavel en geluid. Juveniele zijn gelijkmatiger grijs dan juveniele Knobbelzwaan en hebben een lichtere snavelbasis. Roepen zijn luid, nasaal, trompetterend en op verschillende toonhoogten, in vlucht vaak drielettergrepig. Vliegt groepsgewijs in V of schuine lijn. Eet waterplanten, maar graast ook op weiden en akkers. Trekt in maart-april naar het noorden en in oktober-november naar het zuiden. De Wilde Zwaan is ook minder aan zoet water gebonden dan de Kleine Zwaan.

Kleine Zwaan

Officieel Cygnus columbianus bewickii genoemd. Bij directe vergelijking duidelijk kleiner dan de Wilde Zwaan, met kortere hals, minder langwerpige kop en op de snavel minder geel, met afgeronde, per individu verschillende tekening. Snavelkleur bij juveniele rozewit, uiteinde van snavel eerste winter vaak al donker wordend. Roep is helder en hoger dan van de Wilde Zwaan. Meestal één- of tweelettergrepig, wat klaaglijk toeterend. Broedt in de toendra en trekt dezelfde periode als de Wilde Zwaan via de Oostzee naar West-Europa.

De fluitzwaan is een Noord-Amerikaanse ondersoort van de Kleine Zwaan. Komt als dwaalgast voor in Europa. Deze is te herkennen aan zijn bijna geel zwarte snavel.

Knobbelzwaan

Officieel Cygnus color genoemd. Dit is de talrijkste zwaan. Vermoedelijk heeft de wilde Europese populatie zich lang geleden vermengd met tamme exemplaren die als siervogel werden gekweekt. Op grote afstand herkenbaar aan S-vormig gebogen hals, hoog achterlichaam en lange puntige staart. Van dichtbij te herkennen aan zijn oranjerode snavel met zwarte knobbel. Juveniel bruin, na verloop van tijd vlekkerig, vaak met lichte borst en altijd met zwart gekleurde snavelbasis en teugel. Vleugels maken in een vlucht fluitend geluid. Is erg zwijgzaam en eet voornamelijk waterplanten. Is het gehele jaar in Nederland.

De Zwarte Zwaan is een uit Australië afkomstige parkvogel die in Nederland in toenemend aantal in de vrije natuur tot broeden komt. Te herkennen aan zijn zwart met rode snavel en witte slagpennen.

Hoe overleven insecten de winter?

Koudbloedige dieren

Insecten zijn ’s zomers op hun best. Dit komt omdat er in dit jaargetijde volop eten te verkrijgen is. Bloemen met heerlijke nectar en bladeren groeien als kool. Ook de zon is in de zomer op zijn warmst – en dat is erg belangrijk voor insecten. Het zijn namelijk koudbloedige dieren die zichzelf niet warm kunnen houden. Hun lichaamstemperatuur past zich aan, aan de temperatuur van hun omgeving. Om te kunnen groeien, vliegen en paren hebben ze veel energie nodig: die krijgen ze van warmte en voedsel. Vandaar dat ze in de zomer zo actief zijn. Denk maar aan bijen die honing maken of lieveheersbeestjes die druk bezig zijn met voedsel verzamelen en paren.

Belangrijke schakel voor biodiversiteit

Voor sommige mensen zijn insecten vooral kriebelbeestjes, maar ze zijn enorm belangrijk voor de biodiversiteit. Ze zijn niet alleen de opruimers van de natuur, op hun beurt zijn ze zelf ook weer voedsel voor veel andere dieren. Sommige soorten insecten zijn ook essentieel voor de bestuiving van onze groente- en fruitgewassen. Een belangrijke schakel in allerlei voedselketens! In de natuurgebieden van It Fryske Gea proberen we hiermee zoveel mogelijk rekening te houden bij het beheer. Hierbij kun je denken aan het mozaïekbeheer van graslanden, vroeg in het voorjaar en laat in het najaar maaien, het vroegtijdig uitvoeren van greppelbeheer en het laten liggen van dood hout.

Het leven van een insect

De meeste insecten – door wetenschappers ook wel imago’s genoemd – leven maar kort. Soms maar een paar dagen en als ze geluk hebben een paar maanden. In het najaar is er veel minder voedsel te vinden en wordt het kouder, waardoor ze minder energie krijgen en vaak dood gaan. Meestal hebben de imago’s dan wel gedacht aan de volgende generatie: ze leggen eieren en vervolgens leggen ze zelf het loodje. Maar dit geldt zeker niet voor alle insecten: sommige gaan wel in winterslaap of overleven de winter.

Insecten die overwinteren

Veel insecten vermijden het liefst de winter. Veel te koud, te droog, te guur en te extreem! Ze overwinteren liever als larve in de modder of als ei ergens in de vegetatie. Veel insecten hebben methodes ontwikkeld om de winter door te komen. Hieronder een aantal voorbeelden.

1. Het lieveheersbeestje

Op de zonnige dagen in het najaar gaat het lieveheersbeestje druk op zoek naar een fijne plek om te overwinteren. Dit doen zij het liefst in de natuur of in onze huizen: een perfecte overwinterplaats die lekker warm en beschut is. Via naden, kieren, spleten en ventilatieroosters komen ze onze huizen binnen. Of ze vliegen simpelweg door een openstaande raam of deur. Tijdens het overwinteren zitten ze vaak teruggetrokken in een hoekje of op een ander beschutte plek. In de natuur vind je ze geregeld in de strooisellaag, tussen afgestorven plantendelen, in groenblijvende heesters of in spleten in de schors van loofbomen of coniferen, in de bodem, in dood hout, in mos of graspollen.

Wist je dat?! Niet alleen lieveheersbeestjes zijn gek op dood hout. Andere dieren zijn er ook gek op: spechten, vleermuizen, boommarters, noem het maar op. Zij maken allemaal dankbaar gebruik van dode bomen of boomresten die blijven liggen. Daarom wordt er vaak bewust voor gekozen om het te laten liggen, zodat de natuur zijn gang kan gaan.

Wat je kunt doen om lieveheersbeestjes in de winter te helpen:

  • Laat ze overwinteren in je huis: lieveheersbeestjes zijn kampioen in het bladluis bestrijden en verdienen een warm welkom in je huis. Zowel ’s zomers als in de winter voor hun winterslaap.
  • Je kunt ook buiten een fijne plek voor ze creëren door een huisje voor ze te maken. Leuk om zelf te maken en je doet de lieveheersbeestjes er ook nog eens een plezier mee! Voorzie een kastje ter grootte van een vogelhuisje van gleuven en richt het in met wat droge bladeren of rolletjes golfkarton.

2. Vlinders

Zodra de dagen in september en oktober kouder worden gaan de vlinders in winterrust. Ze veranderen van gedaante en brengen de winter door als eitje, rups of pop. Een paar voorbeelden van dappere soorten die de winter doorbrengen in Nederland: de kleine vos, de dagpauwoog, de gehakkelde aurelia en de citroenvlinder. Zij komen ook in het voorjaar als eerste weer tevoorschijn.

Voor sommige vlinders is het in de winter ook te koud in Nederland. Zij vertrekken in het najaar naar Zuid-Europa of Noord-Afrika. De atalanta en de distelvlinder zijn voorbeelden die overwinteren in het zuiden en worden daarom ook trekvlinders genoemd.

Wist je dat?! De citroenvlinder een echte taaie is? Deze vlinder gaat gewoon ergens aan een blad of takje hangen en overleeft dit zelfs als de temperatuur onder nul komt!

Kijktip: in het voorjaar en in de zomer kun je heel veel verschillende soorten vlinders en libellen bewonderen in de Lendevallei en Delleboersterheide. Verstoor ze alleen niet in hun natuurlijke habitat, blijf op de paden en houd je aan de gedragsregels.

Wat je kunt doen om vlinders in de winter te helpen:

  • Het kan gebeuren dat een vlinder in het najaar een plekje zoekt in jouw huis om te overwinteren. Lekker warm, maar niet goed voor de vlinder. Ze blijven hierdoor actief en verbruiken veel meer energie dan nodig. Als dit gebeurt raden we je aan om ze voorzichtig te vangen in een glas en vrij te laten op een beschutte plek.
  • Je tuin winterklaar maken? Doe dit liever niet! Laat uitgebloeide planten zoals ze zijn, maai het gras niet en laat bladeren en takken lekker liggen. Wacht hiermee tot het voorjaar. Alle eitjes, rupsen en poppen overwinteren graag in je tuin tussen de beplanting of afgevallen blad. Overigens net zoals vele andere dieren, waaronder eekhoorns en egels.
  • Vlinders die in ons land overwinteren zoeken graag beschutte plekjes op. In schuurtjes, rommelzolders of tussen de bladeren. Je kunt ze hierbij ook een handje helpen door zelf een vlinderkastje te maken. Dit kun je van hout maken, maar ook van een oud melkpak. Beplak het pak met groen papier, maak 3 spleetjes aan de voorkant van 1 cm breed en 5 cm lang en maak een deurtje van 5 bij 5 cm aan de achterkant. Beplak het vervolgens met blaadjes, plaats een stuk schors in de binnenkant en hang het op een zonnige plek!

3. Honingbijen

Honingbijen worden niet voor niets ‘queen of the sun’ genoemd. In de zomer voelen zij zich optimaal. De een is bezig met het schoonmaken van de raten, de ander met het halen van nectar en weer iemand anders met het voeren van de jonge bijen. In tegenstelling tot in de winter. Dan hebben ze allemaal één taak: het warm houden van elkaar. Ze kruipen tegen elkaar aan, vormen een bol (tros) en gaan wapperen met hun vleugels zodat er warmte en honing ontstaat.

Wist je dat?! In de zomer bestaat een bijentros vaak uit zo’n 60.000 bijen, in de winter nog maar uit 10.000. Omdat de voorraad honing beperkt is, vindt er ieder najaar de darrenslacht plaats. Mannetjes worden dan naar buiten gedreven door de ‘werksters’. Ook worden er minder eitjes gelegd zodat het volk van nature slinkt.

Wat je kunt doen om honingbijen in de winter te helpen:

  • Net zoals alle andere insecten en dieren zijn honingbijen ontzettend blij met een niet-opgeruimde herfsttuin. Ze overwinteren onder de grond en zijn gek op holle stengels, hout, een kier tussen de klinkers of een kleine spleet in stenen.
  • Creëer zelf een plek waar de bijen kunnen overwinteren door een bijenhotel te maken. Deze kun je heel gemakkelijk maken door blokken hout met gaten erin op een zonnige plek te leggen. Pak een stammetje, blok, plank of iets anders en boor daar een flink aantal gaten in. Leg het in de zon en als er voldoende bloeit in de buurt is de kans groot dat de bijen zich hier gaan nestelen. Ze kunnen hier ook in overwinteren!
  • Zorg ervoor dat je bloemen in je tuin hebt die vanaf het vroege voorjaar tot het late najaar bloeien. In deze periodes is er vaak minder voedsel te vinden. Vaste planten zijn ideaal en ook voor onkruid geldt: laat lekker staan! Dit zijn vaak goede drachtplanten (een plant die in de vorm van nectar en pollen voedsel levert) voor bijen.

Insectenhotel maken

Om meerdere insecten te helpen in de winter kun je een insectenhotel maken. Deze kun je zo groot of klein maken als je zelf wilt. Maak gebruik van allerlei natuurlijk materiaal om je hotel te vullen en verwelkom verschillende insecten in je hotel! Hoe je zo’n insectenhotel maakt lees je hier. Succes!

Denk ook aan de andere dieren in de winter

Er zijn nog veel meer dieren die jouw hulp kunnen gebruiken om te overwinteren! Denk ook eens aan de eekhoorn, egel of de vogels. Maak eens een vogeltaartje of andere vogelsnacks voor in de tuin.

Top 10 paddenstoelen in de winter

Waar vind je paddenstoelen in de winter?

Paddenstoelen vind je in de winter voornamelijk in bossen, parken en tuinen met dood hout. Daarom wordt er vaak bewust gekozen om dood hout te laten liggen en de natuur haar gang te laten gaan. Voor ons lijkt het dood, maar eigenlijk zit het vol leven. Veel insecten, vogels, dieren en schimmels maken hier dankbaar gebruik van. Vooral paddenstoelen zijn er gek op! Ze worden daarom ook wel de opruimers van de natuur genoemd, omdat zij natuurlijk materiaal afbreken. De stoffen die hierbij vrijkomen zijn weer bruikbaar voor andere bosbewoners. Win-win dus!

In de winter vind je deze ‘doodhoutbewoners’ volop in een aantal natuurgebieden van It Fryske Gea:

Gedragsregels

Deze bijzondere verschijningen zijn natuurlijk super leuk om te ontdekken, maar ze plukken is niet toegestaan. Wil je jouw ontdekkingen thuis showen? Leg ze dan vast op beeld! In de winter kun je de volgende paddenstoelen vinden:

1. Het ‘gewone’ elfenbankje

Het elfenbankje is een zwam met prachtig gekleurde ringen die tot ieders verbeelding spreekt. In gedachten zie je de elfjes al dartelen op de zwam. Sprookjesachtig!

2. De berkenzwam

De berkenzwam groeit zowel op levende als dode bomen. Voor levende bomen betekent dit wel een langzame dood: de berkenzwam produceert giftige stoffen die het hout doen rotten. Deze zwam wordt daarom ook wel de berkendoder genoemd.

3. De gele trilzwam

De gele trilzwam groeit het hele jaar door en omdat de bomen in het bos geen bladeren meer hebben, valt de zwam extra op. Je kunt hem vaak vinden op dode takken van loofbomen, op de eik en op struiken. Een jonge trilzwam is altijd glanzend geeld tot knaloranje van kleur. Naarmate de zwam veroudert, wordt hij donkerder van kleur.

4. Het geweizwammetje

Een onmisbare schakel in de kringloop van een gezond en gevarieerd bos. Zijn naam heeft hij te danken aan de geweivormige uitsteeksels. De witte poeder aan de toppen bevatten sporen waaruit ongeslachtelijke voortplanting komt. Later worden ook in de zwarte stammetjes sporen gevormd waarmee hij zich geslachtelijk voortplant.

5. De aardappelbovist

Een aardappel waar je zeker geen puree van hoeft te maken! Deze onopvallende bovisten met hun licht geschubde aardappelschil zijn giftig. De hele aardappel is gevuld met bruine sporenmassa en stoot deze uit door een klein gaatje bovenin de zwam. Sta je er per ongeluk op, dan ploft de zwam een bruine wolk sporen uit.

6. Tonderzwam

De tonderzwam heeft de vorm van een paardenhoef en groeit meerdere jaren achter elkaar, in tegenstelling tot veel andere paddenstoelen. De zwam vormt hoeden van maximaal 50 centimeter tot een dikte van 30 centimeter. De bovenzijde is bedekt met een harde korst van een à twee millimeter dik.

7. Paarse korstzwam

De paarse korstzwam groeit graag op verse stronken en zwammen van loofbomen, maar leeft ook als parasiet op levende bomen en struiken. Het is een opvallende verschijning met een paarse bovenzijde en wit-roze behaarde randen.

8. Stekeltrilzwam

De stekeltrilzwam is goed herkenbaar aan zijn gelatineuze vruchtlichaam en aan zijn stekels aan de onderzijde. Het favoriete plekje van de zwam is op sterk vermolmde stronken en stammen van naaldbomen van de den of spar, op voedselarm zandgrond en in gemengde bossen en naaldbossen.

9. Gele korstzwam

De gele korstzwam heeft een waaiervorm met golvende hoedjes die vaak dakpansgewijs boven elkaar liggen. Ze groeien bij voorkeur op dood hout van eiken of beuken.

10. Waaierkorstzwam

De bovenzijde van de waaiervormige zwam is okergeel tot grijzig bruin met een lichte groeirand. De onderkant is vaak grijzig geel of okergeel en heeft geen poriën. Je ziet ze vaak op dood loofhout, takken en stammen van de els of wilg.

Help de eekhoorn de winter door

Waarom je eekhoorns vaker in de herfst ziet

Misschien is het je al wel opgevallen, maar het zijn drukke tijden voor de eekhoorn in de herfst! Vooral in de vroege ochtend of in de namiddag zie je ze vaak door tuinen en bossen rennen, zoekend naar voedsel om hun wintervoorraad aan te vullen. In tegenstelling tot veel andere dieren, houdt een eekhoorn geen winterslaap. Deze kleine acrobaten blijven ook in de koude wintermaanden actief. Alleen als het echt slecht weer is met storm, regen of sneeuw, blijven ze hooguit een paar dagen in hun nest. Een goede voedselvoorraad is dus van levensbelang voor de eekhoorn.

Wat eten eekhoorns?

Eekhoorns zijn gek op hazelnoten, beukennootjes en tamme kastanjes. Ze verzamelen ook graag bepaalde paddenstoelen, zaden, bessen, eikels, dennenappels en boomschors. In de herfst zijn ze volop in de weer met het verzamelen van voedsel. Ze eten deze periode veel meer, zodat ze wat bij te zetten hebben in de winter. Maar ze verstoppen ook voedsel voor een later moment, bijvoorbeeld onder de grond of in een boomholte.

Wat kan ik doen om de eekhoorn de winter door te helpen?

Je kunt de eekhoorn op verschillende manieren de winter door helpen. Zo kun je bijvoorbeeld je tuin natuurlijk inrichten, zodat het een geschikt leefgebied wordt voor eekhoorns (en andere wilde dieren). Verder kun je:

  • Een aantal grote bomen in je tuin plaatsen. Eekhoorns zijn gek op de hazelaar, notelaar, tamme kastanje beuk en inheemse eik. Hier maken ze graag hun thuis van.
  • Een kommetje met water in de tuin zetten, zodat ze voldoende kunnen drinken. Het favoriete kostje van de eekhoorn bevat namelijk niet voldoende vocht. Probeer deze wel op een plek te zetten waar andere huis- en roofdieren niet bij kunnen. Eekhoorns zijn echte acrobaten, dus er is vast een plekje te vinden!
  • Eekhoorns bouwen zelf nesten van takken, mos en grassen in de kroon van een boom. Je kunt ze ook een handje helpen door zelf een nestkast te kopen of bouwen. Deze kun je vervolgens zo hoog mogelijk (minimaal 4 meter) in de boom hangen. Zorg er alleen voor dat de ingang niet naar het zuidwesten of westen wijst. Als ze het nestje accepteren slepen ze het zelf vol met takjes, mos en grassen. Met een beetje geluk bevalt het zo goed dat je komend voorjaar baby eekhoorns in je tuin hebt lopen!
  • Je kunt zelf eekhoornvoederplekjes maken. Verzamel hazelnoten, beukennootjes, tamme kastanjes of ander voedsel dat een eekhoorn graag eet. Hang dit in een boom en zorg ervoor dat de vogels er niet bij kunnen. Maak bijvoorbeeld een klapdeksel op het voerbakje. Dit is voor eekhoorns geen probleem.

Help meer dieren de winter door

Wil je nog meer dieren de winter door helpen? Dieren zoals egels, vogels en insecten kunnen ook goed je hulp gebruiken. Maak eens een vogeltaartje of andere vogelsnacks voor in de tuin.

Ecoloog Marten Sikkema over uilen

Waarom hoor je een uil vaak in de herfst roepen?

In de zomer hoor je vaak geen uilen, maar in de herfst roepen ze veel vaker ‘oehoe’. Waar heeft dit mee te maken? Marten Sikkema vertelt: “In de herfst is het vroeg donker en daardoor is de kans groter dat je een uil hoort roepen dan in de zomer. Je hoort dan voornamelijk bosuilen. Deze beginnen al heel vroeg in het jaar met broeden. In de periode vooraf zijn ze dan heel vocaal.”

Wanneer en waar heb je de meeste kans om een uit te zien?

“Uilen zie je vaak bij een heldere nacht. Dan heb je in ieder geval de meeste kans om ze te zien. Het zijn en blijven nachtdieren die zich niet altijd kenbaar maken. Kerkuilen laten zich soms in de zomer zien, in de tijd dat jongen beginnen uit te vliegen. Dan kun je bijvoorbeeld een broedlocatie opzoeken. Hiervoor kun je een boerderij in de buurt eens vragen. In de winter kun je overdag Ransuilen bewonderen als ze liggen te slapen in zogenaamde roestbomen. Wees alleen wel voorzichtig, want ze zijn erg verstoringsgevoelig. De lenzen van verrekijkers en fototoestellen kunnen als bedreigend overkomen, omdat de uilen het ervaren als grote ogen van de uil. En in de winter is het erg belangrijk dat ze niet teveel energie verspillen aan dit soort verstoringen.”

Welke uilen zijn er allemaal in Fryslân?

“In Fryslân zien we voornamelijk kerkuilen, ransuilen en bosuilen. De steenuil is zeer zeldzaam in Fryslân en ook de velduil komt sporadisch voor. Als deze zich laat tonen, is het vooral in muizenrijke jaren. Leuk om te weten is dat de Oehoe nu ook weer voor de deur staat. Deze broeden sindskort net over de grens in Drenthe. Het lijkt een kwestie van tijd voordat we deze imposante dieren mogen verwelkomen aan de top van de voedselketen.”

Wat doet It Fryske Gea voor de uilen in de gebieden?

“Als er ergens velduilen worden gehoord of gezien, dan houden we daar rekening mee met het maaien of beweiden van graslanden. Deze soort broedt namelijk op de grond. In een aantal van onze gebouwen bieden we broedgelegenheden aan voor kerkuilen.”

Welke gevaren zijn er voor uilen?

“Dat zijn er helaas veel. Om er aan paar op te noemen: natuurlijke predatie (zoals grotere uilensoorten of steen- en boommarters), voedselschaarste, muizen- en rattengif, landbouwgif, prikkeldraad, verkeer en tot slot natuurlijk parasieten, bacteriën en virussen. Het verschilt per soort, jaar en gebied welke gevaren het belangrijkst zijn. Maar voor bijvoorbeeld de kerkuil is verkeer een grote doodsoorzaak. En ik hou mijn hart vast voor de gevolgen van vogelgriep, ik vrees dat ook uilen daar slachtoffer van zullen worden.”

Wat eten uilen?

“Dat verschilt natuurlijk per soort, maar voor veel soorten zijn met name woelmuizen een belangrijke prooi. Voor een kleine soort als de steenuil zijn ook kevers belangrijk, terwijl een Oehoe juist weer van alles pakt: van Egels tot Zwarte kraaien en soms zelfs jonge vossen.”

Uilen jagen ’s nachts, hoe zien ze hun prooi?

“Uilen jagen grotendeels op gehoor. Ze hebben een bijzonder en goed aangepast gehoor, waarmee ze hun prooi kunnen lokaliseren. Daarnaast hebben ze ook zeer lichtgevoelige ogen, waarmee ze met weinig licht toch nog veel (elk geval veel meer dan ons) kunnen zien. Zo zijn uilen aangepast aan hun levenswijze.”

Leuk weetje: Uilen zijn door speciale aanpassingen van de bouw van de veren in staat om geruisloos te vliegen. Zo kunnen ze hun prooi verrassen.

Als laatste: wat is jouw lievelingsuil en waarom?

“Mijn lievelingsuil komt niet in Nederland voor, die heb ik gezien tijdens een trekvogelonderzoek in de savanne’s in West-Afrika. Ik heb het over de Verreaux’s eagle owl! Dat is een bakbeest van een uil. Het is zelfs de grootste uilensoort in Afrika. Ze hebben schitterende grijze tekening en gek genoeg met roze oogleden, dat ziet er een beetje maf uit als ze overdag in een boom zitten te slapen. Maar het mooist vind ik het geluid van deze uil. In de vogelgids wordt het omschreven als ‘a series of deep low grunts’. Het lage, bijna grommende geluid klinkt als een behoorlijk chagrijnige uil en draagt tot wel 5 km ver.”

Meer weten over uilen?

Ga mee uilenballen pluizen! In de kerstvakantie organiseren we speciaal voor kinderen de jeugdactiviteit uilenballen pluizen. Samen met onze enthousiaste natuurgids gaan we op onderzoek uit in ons bezoekerscentrum in de Alde Feanen en Ketliker Skar. Beide gebieden de thuisbasis voor veel uilen! De ideale plek om meer te leren over de uil. Want wat weten we eigenlijk over deze roofvogel en hoe ontdekken we wat hij eet? Ontdek het en ga mee uilenballen pluizen.

Vernieuwde fietspad langs De Lende officieel geopend

Het fietspad volgt de beek De Lende die voorheen recht door het landschap liep. Door het uitgraven van een aantal beeklussen kronkelen de beek en het fietspad nu door het beekdal. Het fietspad is nu twee meter breed en gemaakt van beton. Ook zijn er twee kano-in- en uitstapplaatsen gekomen, verschillende visplekken en er is een nieuwe aanlegsteiger.

Wandelexcursie

Ter ere van de opening organiseert It Fryske Gea op zaterdag 8 oktober een wandelexcursie door het moerasgebied. Laat je tijdens de excursie verrassen door de verschillende landschapstypen met rietland, oeverlandjes, moerasbos en open water. Onze enthousiaste gids vertelt je meer over de cultuurhistorie en het ontstaan van dit gebied. Meld je hier aan voor de gratis excursie.
TIP! Neem je verrekijker mee, de eerste vogeltrek is weer begonnen. Met een beetje geluk spot je hier zelfs de visarend.

Samenwerking

De werkzaamheden aan het fietspad en de beek zijn onderdeel van gebiedsontwikkeling Beekdal Linde. De gebiedscommissie Beekdal Linde werkt in opdracht van de provincie Fryslân en in samenwerking met de streek aan plannen voor het gebiedsontwikkelingsproject. De commissie bestaat uit vertegenwoordigers van gemeenten Ooststellingwerf en Weststellingwerf, natuur- en milieuorganisaties, Wetterskip Fryslân, LTO Noord, Vereniging kleine dorpen en de provincie Fryslân.

It Fryske Gea verkoopt Wiidpleats

De vrijwilligers en het personeel van It Fryske Gea zullen volgend jaar na de zomervakantie een nieuwe basis krijgen. Ook voor de bezoekers van Nationaal Park de Alde Feanen zoekt de vereniging in overleg met haar partners naar een alternatief. In beide gevallen gaat het om een tijdelijke én een definitieve oplossing.

Thuis in Earnewâld

De verhuizing van It Fryske Gea zal niet ver voeren zegt directeur Henk de Vries: ‘Ik kin my net betinke dat It Fryske Gea de Alde Feanen of it doarp Earnewâld loslitte sil. En ús edukaasjeminsken, sawol frijwilligers as personiel, hawwe hjir in prachtich programma ûntwikkele. Dat hinget net ôf fan de Wiidpleats. Wy sille dus in duorsum nij plak fine as meitsje yn Earnewâld!’

Geschiedenis

It Fryske Gea kocht de Wiidpleats, destijds een sportcomplex, begin 2006. Het gebouw kende hoogtijjaren toen Landbouwmuseum, It Fryske Gea, Nationaal Park de Alde Feanen, horeca en recreatieondernemers er samen een divers aanbod hadden. Reden voor It Fryske Gea om het gebouw en terrein af te stoten is dat de exploitatie van het gebouw in de laatste jaren steeds meer onder druk kwam te staan. Ook een gebrekkige energiehuishouding van het enorme pand speelt een belangrijke rol.

Zwanenburg Projecten communiceert zelf over de toekomstplannen voor de locatie.

It Fryske Gea trotse eigenaar van Kathûs en omliggend ‘fûgeltsjelân’

In 2020 overleed Ane Sjoerd Peenstra. Hij was de laatste van generaties boeren – eigenaren of pachters – op Kathûs bij Nes en liet zijn erfenis na aan Stichting Leppehiem (Akkrum). Leppehiem is blij met de verkoop aan It Fryske Gea verwoordt Mutsaers: ‘Wij waren natuurlijk ontzettend dankbaar voor deze prachtige nalatenschap van de heer Peenstra. Wij richten ons echter op het verlenen van ouderenzorg. Het goed onderhouden van een boerderij met grond sluit daar niet echt bij aan. Bij It Fryske Gea is dat – in samenwerking met de boeren – in goede handen.’ De stichting Leppehiem bood It Fryske Gea de eerste kans tot aankoop, een kans om niet te laten lopen: De aankoop sluit perfect aan bij het Aanvalsplan Grutto en bij Stean foar it Fean, de veenweidevisie van It Fryske Gea. Naast behoud van het weidevogelland in de Soarremoarsterpolder, heeft It Fryske Gea zich ook tot doel gesteld de authentieke stelpboerderij, die met de landerijen ooit tot het klooster van Nes heeft behoord, te behouden.

Samenwerking met boeren

It Fryske Gea werkt voor het weidevogelbeheer vaker samen met boeren in de omgeving. De extensieve, biologische of biologisch dynamische bedrijfsvoering van boeren uit Nes e.o. (via gebiedscoöperatie It Lege Midden) is precies wat dit weidevogelland nodig heeft. It Fryske Gea verpacht de grond daarom aan die boeren.

It Fryske Gea ziet mooie kansen voor weidevogels op de onaangeroerde, eeuwenoude percelen. De grond tussen Nes en Aldeboarn bestaat uit veen met een laagje klei eroverheen en is nooit onderdeel geweest van ruilverkaveling. Dat in combinatie met een hoge waterstand, kruidenrijk grasland en zorgvuldig weidevogelbeheer maakt de grond populair bij grutto, kievit, tureluur en andere weidevogels.

Kathûs

De boerderij Kathûs staat op een erf van ongeveer een hectare. De plek in het landschap is bijzonder, zeker gezien de relaties met het voormalige Klooster Nes. Hier willen we de komende tijd meer onderzoek doen naar de cultuurhistorische waarden van het omliggende landschap, het erf en de boerderij zelf. De stelpboerderij is zowel van binnen als van buiten grotendeels in originele staat. It Fryske Gea richt zich in de komende jaren op het achterstallig onderhoud van het pand en een toekomstbestendige exploitatie van het gebouw. Welke functie(s) het gebouw krijgt is dus nog niet vastgesteld, maar de originele elementen van de typisch Friese boerderij die bewaard zijn gebleven, krijgen daarin zeker een plek.

Verankerd in beleid

De grond ligt buiten het Natuur Netwerk Nederland, toch past de aankoop goed bij It Fryske Gea. Denk alleen maar aan de doelstelling van het Aanvalsplan Grutto van grote aaneengesloten weidevogelgebieden. Ook valt het mooi in het jaar van de publiekscampagne ‘Geef de grutto een thuis om groot te worden’ van It Fryske Gea. Daarnaast kan de aankoop bijdragen aan het behoud van veenbodems in het veenweidegebied zoals beschreven in Stean foar it Fean, de visie van It Fryske Gea op veenweidegebied. De aankoop van de stelpboerderij sluit verder aan op een onderdeel van de missie van It Fryske Gea voor ontwikkeling, beheer en behoud van cultuurhistorisch erfgoed in Fryslân.

Secret Link