Winterslaap

Winterslaap of winterrust?

Dieren houden winterslaap, omdat er door de kou aan het eind van het jaar weinig voedsel is. Hierdoor is het lastig om de winter door te komen, want het lichaam warm houden en overleven kost veel energie. En geen eten betekent geen energie. Tijdens slapen verbrandt het lichaam minder energie, waardoor overleven makkelijker is (de hartslag vertraagt en de lichaamstemperatuur daalt). Dus om de winter door te komen gaan deze dieren in een diepe slaap. Dit doen ze natuurlijk niet zomaar. Ter voorbereiding hebben ze in de herfst al extra veel eten gezocht om een goede voorraad aan te leggen. Hoeveel ze eten is afhankelijk van de soort slaap die ze doen. Sommige dieren slapen heel erg diep en zwaar tijdens de winter, dit is een echte winterslaap. Slaapt een dier alleen meer dan normaal, dan noemen we dit winterrust. Dieren in winterrust worden makkelijker en vaker wakker en moeten af en toe nog wat eten.

Slapende dieren in de buurt

Ook dieren in onze eigen omgeving doen aan een winterslaap. Denk bijvoorbeeld aan egels, kikkers, padden en zelfs wespen houden een winterslaap!

Egels slapen graag in een knus huisje, onder bladeren en takken of in een egelhuisje. Hieronder blijven ze lekker warm en droog. Het is opvallend dat oudere egels eerder beginnen aan hun winterslaap dan jongere egels. Dit komt doordat jongere egels nog klein zijn (en goed moeten groeien) en daardoor meer eten nodig hebben. Het aanleggen van de voorraad kost dan ook iets meer tijd. Als ze eenmaal in winterslaap zijn, duurt dit totdat de nachten weer wat warmer zijn. Dat is het moment waarop de egels wakker.

Padden en kikkers zijn koudbloedig en hun lichaamstemperatuur is afhankelijk van de temperatuur waarin ze zich bevinden. Wanneer het koud wordt vertraagt hun lichaam en uiteindelijk wordt het dan tijd voor de winterslaap. Padden zoeken hiervoor een plekje onder de grond, waar ze het warm genoeg vinden en niet meer het gevaar lopen om te bevriezen. Sommige kikkers doen hetzelfde, ook zij maken een holletje in de grond of zoeken een andere droge plek om te schuilen. Toch zijn er ook kikkers die onderwater slapen. Ze verstoppen zich dan op de bodem van het water. Het is zelfs zo dat wanneer het water koud wordt het lichaam van de kikker vertraagt, waardoor hij niet meer met de longen hoeft te ademen. Het zuurstof om te overleven wordt dan uit het water gehaald door de huid.

Wespen kunnen ook een winterslaap houden. Ze doen het niet allemaal, maar er zijn een paar wespen die de winter overleven door een winterslaap te houden. Dit zijn de wespen koninginnen. Zodra het koud wordt gaan ze op zoek naar een plekje om te slapen. Alle andere wespen houden geen winterslaap en komen de winter dan ook niet door. De koningin zoekt haar slaapplaats in zacht hout, onder een boomschors of in de schuur. Tijdens de winterslaap van de koningin kan zij heel koud worden en zelfs bevriezen! Hiervan heeft ze gelukkig helemaal geen last. En als het dan weer warm genoeg wordt in het voorjaar, dan wordt ze gewoon weer wakker en begint ze aan het maken van een nest om haar eitjes in te leggen. Mooi toch?

Wakker worden gemaakt is niet fijn

Wanneer dieren heel diep slapen kan het lijken alsof ze dood zijn, maar waarschijnlijk slapen ze gewoon. Doordat ze heel langzaam ademen is het amper aan ze te merken. Daarnaast voelen ze erg koud aan. Dit komt door de lage lichaamstemperatuur. Dit hoort er allemaal bij. Ze weten zelf heel goed wat ze moeten doen in de winter. Als je ze bijvoorbeeld per ongeluk wekt dan kruipen ze na een tijdje weer terug in het oude nest of ze zoeken een fijn nieuw plekje. Het dromen kan daarna gewoon weer verdergaan! Vind je een slapend dier dan is dit ook de uitgelezen kans om het stilletjes op afstand te bewonderen. Denk er hierbij wel aan dat je het zelf niet lekker vindt om wakker te worden, voordat de wekker afgaat. Dit geldt voor dieren precies zo. Probeer dan ook op te letten als je de tuin opruimt en bladeren opraapt. Hier kunnen egeltjes in verstopt zitten.

Huiszwaluw (blog Henk de Vries)

Een slimme huizen-nestbouwer

De huiszwaluw heeft een erg toepasselijke naam, want hij bouwt zijn nest tegen de gevels van huizen, vlak onder de dakgoot. Daarnaast broeden huiszwaluwen ook wel onder bruggen. Van oorsprong was dit behendige vogeltje gebonden aan rotsen, maar hij heeft zich helemaal aan onze omgeving aangepast. Het nest van een huiszwaluw wordt gebouwd van aarde en klei, maar net wat voorhanden is, vermengd met zwaluwspeeksel. Zo wordt snavel voor snavel een halve bol tegen de muur gemetseld, met maar een kleine opening. Voor één nest zijn tot wel duizend bolletjes nodig, een behoorlijke klus dus.

huiszwaluwnest aan huisgevel

Samenwerken voor het familieleven

Het mannetje begint vaak met de nestbouw, en als de vrouw het goedkeurt, bouwen ze samen verder. Het nestje wordt van binnen bekleed met strootjes en vaak witte veertjes. Is het kraambed klaar, dan worden er vaak in een paar dagen vier hagelwitte eitjes gelegd. Beide ouders broeden om en om op deze eitjes. Echt teamwork! Na twee weken kruipen de kleine kale jongen uit het ei, waarna het harde werk pas echt begint! De huiszwaluwkuikentjes hebben heel veel insecten nodig om te groeien en de ouders zorgen voor de aanvoer hiervan. Hoe groter ze worden, hoe meer honger ze krijgen. De grote jongen verdringen zich dan om het beste plekje in de nauwe nestopening te krijgen. In seizoenen met goed weer en veel insecten kunnen twee nestjes achter elkaar worden uitgebroed. De jongen van het eerste nest helpen dan vaak mee en slapen ’s nachts ook nog thuis. Het is dus een gezellige boel in die kleine nestkom.

huiszwaluw jong op nest

Foto van Huiszwaluw Jongen

Wie niet groot is moet slim zijn

Huiszwaluwen broeden het liefst met elkaar in een grote kolonie. Dat oogt heel gezellig, maar is vooral handig om vijanden te verjagen. In je eentje begin je als zwaluw niks tegenover een sperwer of een boomvalk. Met elkaar kan je zo’n rover wel aan. Het is erg de moeite waard om eens de tijd te nemen om het wel en wee in zo’n kolonie te bekijken. Er gebeurt namelijk ontzettend veel. En de zwaluwen blijven niet alleen braaf in hun eigen kommetje, soms wordt er ook een bezoekje gebracht aan de buurvrouw, of als de buren niet thuis zijn wordt er wat nestmateriaal geleend.

Huiszwaluwen die nestmateriaal lenen

Geen stront, maar een plankje onder de kont

Niet alle mensen vinden het fijn om nesten van huiszwaluwen tegen de gevel te hebben. Het vrolijke gekwetter is niet het probleem, de uitwerpselen vaak wel. Huiszwaluwen zijn erg netjes op hun eigen huisje, en poepen dus vlak over de rand. Dat leidt tot stront op de grond. Of auto, fiets en alles wat er onder het nestje staat. Gelukkig is daar een hele simpele oplossing voor: een plankje tegen de muur onder het nest.

” Skytsje skjin binne se, krekt as de minsk! Gelokkich kinne beide prima yn/ oan ien hûs libje mei de oplossing fan in stikje hout. Sa as op de foto te besjen is. “

Huiszwaluwen nest met plakje eronder

Door droogte is het aanmodderen

Het is voor huiszwaluwen niet altijd gemakkelijk om een nestje te bouwen. Vaak worden oude nesten weer gebruikt en opgeknapt, maar soms zijn ze in de winter ingestort of van de muur gevallen. Dan moeten ze op zoek naar modder. In droge jaren kan dit voor problemen zorgen, omdat de aarde dan niet vochtig genoeg is om er stevige specie van te maken. Mensenhulp kan het verschil maken. Eén manier is bijvoorbeeld om een klei- of leemplaatsje te maken die je vochtig houdt, maar langs de sloot een stukje grond kaal maken werkt ook! Daarnaast kan een kunstnestje worden gekocht voor aan de muur. Huiszwaluwen maken hiervan meestal dankbaar gebruik. In onderstaande video zie je hoe zwaluwen langs de waterkant modder voor hun nestje vinden!

De tips nog even op een rij

  • kijk of er zwaluwen in de buurt van je huis zijn (die wellicht een nestplek zoeken)
  • huiszwaluwen hebben een voorkeur voor witte/ lichte dakoversteken
  • bevestig een plankje tegen de muur om geen overlast van zwaluwpoep te hebben
  • leg een vochtig modderplaatsje aan/ afplaggen van begroeiing langs waterlijn
  • koop kunstnestjes voor aan de muur

Een kleine moeite, maar voor de zwaluwen én jezelf een groot plezier!

Henk de Vries
(directeur It Fryske Gea)

Jonge zeearenden op nest bij Koudum

Het is zover, op 10/11 april zijn er twee zeearend-kuikens uit het nest gekropen. De jonkies worden goed gevoed en zijn van een afstandje (vanaf de weg) duidelijk zichtbaar.

De jongen zijn inmiddels vier weken oud! Ze zitten prachtig op het nest. Hun verenpak verandert al van donzig wit/grijs naar steeds bruiner.

Je ziet de jonge zeearenden per dag groeien. Eerst vreten ze en dan schijten ze over de rand van het grote nest. Onder toeziend oog van een ouder.

Unieke beelden van dassenburcht

Een sociale boef die graag in It Fryske Gea vertoeft

Allereerst is het goed om te weten dat de das na eeuwenlange vervolging bijna was uitgeroeid in Fryslân, maar begin jaren negentig terugkeerde. Met behulp van de Stichting Das & Boom zijn er enkele dassen geherintroduceerd in de buurt van nog bestaande oude burchten. Bij It Fryske Gea was dit op de Delleboersterheide en in het Rysterbosk. Dit zijn mooie plekken voor de das. Ze houden namelijk van droge zandgronden, bosjes en houtwallen. Burchten liggen ook altijd in de buurt van gras/ akkerland en schoonwater, dat biedt voedsel, uitzicht en noodzakelijk drinkwater. Zo ook de burcht op de beelden!

Gelukkig vind je ze tegenwoordig op veel meer verschillende plekken in Fryslân, ook in onze natuurgebieden. Een tijd terug is er een dassenburchttelling geweest van de Provincie Fryslân. We telden er tientallen. Er vanuit gaand dat er in elke burcht één of meerdere dassen leven heb je het al gauw over honderden dieren. Ze leven vaak in families van 3-6 dieren bij elkaar, maar jonge mannetjes gaan op een gegeven moment op ‘zichzelf’ wonen.

Veilig thuis in de dassenburcht

Zoals wij de voordeur achter onze kont dichttrekken voor wat eigen ruimte, zo trekt de das zich terug in zijn dassenburcht. En deze ondergrondse burchten zijn geen kleine optrekjes. Ze worden soms wel tientallen jaren gebruikt, waardoor er steeds verder aan gebouwd wordt. Dassenburchten kennen meestal 3 tot 10 of meer in (en uit)gangen en ze bestaan uit een gangenstelsel van tientallen meters met meerdere ‘kamers’. Voldoende ruimte om te delen met anderen. Het is dan ook geen uitzondering dat dassen samenleven met vossen of konijnen. Ze voorzien de kamers zelfs met nuttige decoratie in de vorm van nestmateriaal. Denk hierbij aan droog gras, mos, blad en dennennaalden. Dit verzamelen ze tijdens droge nachten in de omgeving en trekken het achterwaarts de burcht in.

Aan de buitenkant van, vooral de oude, dassenburchten zie je vaak duidelijke sporen lopen. We noemen dit ook wel wissels. Daarnaast kan je een bewoonde burcht herkennen aan sporen van ‘gemorst’ nestmateriaal. Dit zie je ook duidelijk op bovenstaand filmpje. Hierin schuift de vrouwtjesdas het nestmateriaal bij elkaar met de voorpoten. Dit is waarschijnlijk voor de kraamkamer, want we hebben hier hopelijk te maken met een kraamburcht waar straks jongen worden geboren.

Verdekt opgesteld, maar waardevol voor de natuur

Hoe sociaal de das is in de omgang met andere dieren, zo schuw is hij ten aan zien van de mens. We krijgen ze dan ook maar zelden te zien. Bij onraad of verdachte geluiden en geuren blijft hij binnen. It Fryske Gea communiceert daarom niet over de exacte locaties van dassenburchten. De mens is eeuwenlang een grote vijand geweest van de das en dat zijn dassen nog niet vergeten. Ga daarom ook niet op zoek naar dassenburchten in de natuur!

Wij zijn erg blij met de aanwezigheid van deze grootste marterachtige van Nederland en willen dit graag zo houden. De das is niet alleen erg mooi met zijn zwart/wit gestreepte boevenpak, maar heeft ook een interessante leefwijze, zoals de beelden laten zien. Daarnaast zorgt hij door zijn graverij in bosgebieden voor open plekken, maar ook natuurlijke verjongeng (kiembed) en dus meer gevarieerde bossen. Dit komt onder andere door de pitjes van vruchten / bessenstruiken die hij uitpoept. Dit eet hij graag, maar ook (regen)wormen, kevers, bessen, graan, mais, paddenstoelen, muizen, kikkers… en nog veel meer. Je kan het bijna een alleseter noemen. Helaas soms ook beschermde (weidevogel)eieren.

Voortplanting enzovoorts…

En dan nu de grote hamvraag. Is de vrouwtjesdas die we op de beelden zien drachtig? Dat weten we niet. Dat er iets gaande is, dat wel!

Op de beelden zie je één vrouwtjesdas en twee mannetjes die haar het hof proberen te maken. Dit gaat gepaard met mooie sociale gebaren, zoals konten tegen elkaar aanwrijven, om elkaar heen draaien, paren, maar ook gevechten tussen de mannetjes. ‘Fuort do, dit wyfke is fan my!’, Een duidelijk signaal van één van de mannetjes. Ze besluipen elkaar en wachten af wat het vrouwtje doet. Dassen zijn niet strikt monogaam, maar blijven wel vaak levenslang samen. Het ritueel herhaalt zich dan ook meerdere dagen. Verder zien we het vrouwtje bij de burcht druk in de weer. Ze verzamelt nestmateriaal, maakt ruimte in de burcht en drinkt water uit de sloot. Hard werken maakt dorstig.

Je ziet helaas niet aan het uiterlijk van de das of ze drachtig is. Wel is het de periode van de paartijd. Hierbij moeten we ook vertellen dat de eicel zich meestal in december vastzet, waarna er na zeven weken twee a drie jongen worden geboren. Vaak tussen half januari en maart. De paring op de beelden zorgt dus waarschijnlijk pas voor jongen in 2021. Mochten er nu ook jongen uit het nest komen, dan heeft de bevruchting al in 2019 plaatsgevonden. Pyt houdt, de familie das op gepaste afstand in de gaten en, ons allemaal op de hoogte. Wordt vervolgd!

dassenburcht vlakbij Bosk fan Jonkerslan

Overwinterende ganzen in Fryslân

Fotograaf: Dico de Klein

Welke soorten in welke gebieden?

  • De brandgans is overal in de provincie te zien op open grasland, zoals in Noard-Fryslân Bûtendyks en het Lauwersmeergebied.
  • De rotgans kom je ook tegen in het lauwersmeergebied, maar blijft liever wat dichter bij de kust, zoals bij de Peazemerlannen.
  • De grauwe gans en de kolgans zijn vaak wat meer in het binnenland te vinden, bijvoorbeeld in de Alde Feanen of rond de Petgatten De Feanhoop.
  • De kleine rietgans zoekt zijn heil overwegend in de waterrijke gebieden van Zuid-west Friesland, maar is ook vaak te vinden in de Grutte Wielen.
  • De rietgans overwintert meestal meer in het binnenland. Het Fochteloërveen is bijvoorbeeld een gebied waar ze veelal aan te treffen zijn.
  • De grote Canadese gans is een Noord-Amerikaanse soort die in de hele provincie steeds talrijker wordt, als overwinteraar zowel als broedvogel.
  • De sneeuwgans kent een vaste groep overwinteraars, die vaak in de Noord-westhoek van Friesland zijn te vinden, zoals in de Bjirmen.

 

Schuwe struikrover bij de Schaopedobbe

Het sperwermannetje is een onderdeurtje en qua grootte vergelijkbaar met een kraai. Ze voeden zich met vinken, groenlingen en mezen. Vrouwtjes zijn bijna twee keer zo groot en jagen dan ook op grotere vogels zoals lijsters, Turkse tortels en gaaien. Sperwers gaan doldriest te werkbij de jacht. Met hoge snelheid plukken ze hun prooi uit de lucht, soms gaan ze zo op in het verschalken van hun buiten dat ze met prooi en al tegen boom of ruit aankappen. De sperwers zijn standvogels die in de winter gezelschap krijgen van soortgenoten uit het hogere Noorden. Omdat zij zich doorgaans schuilhouden in de boomkruinen is de winter, als het meeste blad op de grond ligt ,een goede tijd om de vogels waar te nemen. De sparren en dennen in de Schaopedobbe bieden dan nog enige beschutting.

Het prooiaanbod bepaalt hoe het met de sperwer gaat

De sperwer slaat vogels (is het pakken van de prooi) vooral in bossen en tuinen van dorpen. In de winter is de hoog op zijn poten staande vogel zelfs nog weleens op de voedertafel aan te treffen. Met zijn scherpe klauwen heeft de volhardende jager goed grip op zijn roofbuit. Het is trouwens onzin te denken dat roofvogels schuldig zijn aan het uitroeien van hun prooien. Het zijn juist de prooien die bepalen hoe het met de roofvogels gaat. Als er veel voedselaanbod is, leggen ze meer eieren en worden de jongen groot. Bij voedselschaarste legt een sperwerpaartje weleens helemaal geen eieren, net als de buizerd of havik. Soms schakelen ze ook over op andere prooien die wel in voldoende mate voorhanden zijn.

Verstopt in een dichte boom of struik

De sperwer heeft een glijdende vlucht, waarbij hij hoogte verliest. Dit is anders dan de havik die in een rechte lijn blijft vliegen. Daarnaast bouwt een sperwer jaarlijks een nieuw nest, doorgaans wel in de buurt van de oude broedplaats. Vaak is dat nest dicht tegen de stam aan geplaatst of in een dichte struik. De voorkeur gaat uit naar een dicht, jong bos met fijnspar en lariks. Die mix is in de Schaopedobbe voorhanden.

De jongen komen uit de in de piektijd van het uitvliegen van hun hoofdmaal, mezen. In het dichte bos jagen vader en moeder op vogels vanaf een zitplaats die ze steeds verruilen voor een andere hinderlaag. Onderwijl kijken en luisteren ze goed om een geschikte prooi te detecteren. De wintergasten vliegen vanaf maart tot april weer terug naar hun broedplaatsen in Scandinavië en Noord-Rusland.

Populariteit

Na het verbod op giftige landbouwstoffen nam het aantal sperwers weer toe. Sinds 2000 neem het aantal weer af, waarschijnlijk door toename van haviken, een belangrijke concurrent en geduchte vijand van de sperwer, en door een afname van zangvogels in het boerenland en op de Veluwe. Ook het op grote schaal dunnen of kappen van naaldbos werkt niet in het voordeel van deze energieke rover. De sperwer leeft verborgen en is vrij schuw, dat maakt hem lastig te spotten. Het aantal broedparen in Nederland bedraagt zo’n 4000 tot 5000.

Leuk weetje is dat de naam sperwer komt van spreeuwenarend, wat genoeg zegt over zijn vroegere favoriete menu. De overstap naar mezen maakt duidelijk dat de vogel niet al te kieskeurig is.

Meer lezen?

Benieuwd wat Fokke Bosker nog meer te weten is gekomen tijdens zijn tocht door de Schaopedobbe en andere gebieden in It Fryske Gea? Je leest het in de Friesland Post.

‘Dobbepaarden’- wandelroute vereeuwigt reddingsactie

Het verhaal van de dobbepaarden

Het is de nacht van 31 oktober 2006 – een storm raast over het Noarderleech. Te veel water voor het buitendijkse land om te verdragen, waardoor het overstroomt. Zo’n 150 paarden komen daardoor vast te zitten op een dobbe, een aantal zijn al verdronken. Met man en macht wordt er door verschillende instanties aan gewerkt om de paarden te verplaatsen, maar tevergeefs. Op 3 november komt daarin verandering: het water is inmiddels wat gezakt en daardoor ontstaat een kans. Vier amazones trekken met hun eigen paarden door het water naar de dobbe toe, waarna de gestrande paarden in een langgerekt lint volgen naar de zeedijk.

Uitwaaien achter de zeedijk

Henk de Vries, directeur van It Fryske Gea ‘De buitendijkse natuur is ruig en weids. In Noard-Fryslân Bûtendyks kun je uitwaaien aan de rand van de Waddenzee en je verwonderen over de vele vogels. Het paardendrama geeft extra lading aan het gebied, omdat je weet dat de elementen hier de baas zijn. De nieuwe wandelroute is een mooie aanvulling. Wij zijn dan ook dankbaar voor het initiatief en de inzet van de lokale bevolking. Samen hebben we er iets moois van gemaakt.’

Wandelroute voor het dorp Marrum

De zeven kilometer lange wandelroute start bij het kunstwerk van Machiel Braaksma. De hoefijzers op de grond verwijzen naar de paarden die hier weer veilig aan land kwamen. Het kunstwerk ligt buitendijks, vlakbij het tempeltje van Ids Willemsma. Volg de zwarte markeringspalen met rood en witte band. Om de kwetsbare vogels ongestoord te kunnen laten broeden is de ‘Dobbepaarden’-wandelroute jaarlijks van 15 maart – 15 juli afgesloten.

Halbe Hettema ontvangt Sulveren Swanneblom

Met de pen opkomen voor de natuur in Fryslân

Halbe Hettema publiceerde met grote regelmaat over de natuur. Weetjes over soorten, maar ook artikelen over mensen die actief bijdragen aan de natuur. Hiermee droeg hij bij aan het creëren van draagvlak en maakte hij lezers bewust van hun invloed op onze natuur. Zijn bevlogenheid liet hij zien door regelmatig zaken ter discussie te stellen. De achteruitgang van de weidevogels ging hem aan het hart en uitte hij in dramatische berichten over de achteruitgang, het belang van insecten, de invloed van de mens, zijn visie op predatie en de broedmachine als redding voor de kievit. Hij etaleerde een grote kennis van de natuur.

Ook richting It Fryske Gea wist Hettema zich kritisch op te stellen. Zo was de bejaging van ganzen hem een doorn in het oog. Anderzijds gaf hij ons altijd de mogelijkheid te reageren op kritiek. Een objectieve blik op de ontwikkelingen van de natuur en het handelen van de mens daarin kenmerkte zijn schrijven.

Met een uitgebreide reportage in de Leeuwarder Courant van zaterdag 20 oktober nam de natuurverslaggever afscheid van de krant. Bekijk in onderstaande video zijn visie op de Friese natuur.

Bronvermelding foto en video: LC

Zwaluwhaven, symbool voor nieuw leven

Een bijzonder mo(nu)ment

Zo’n uniek project moet uiteraard op een waardige en respectvolle manier worden onthuld. Dit gebeurt op zondag 15 april, de bevrijdingsdag van Fryslân en Leeuwarden. Nabestaanden van de Engelse en Canadese bemanning zijn dan aanwezig om het monument te onthullen. Op die manier kunnen zij de crash en het verlies van hun vaders en grootvaders een (definitieve) plek geven. Ook is op deze dag de officiële opening van de expositie ‘Geraakt. De laatste vlucht van LancasterR5682’ in bezoekerscentrum Nationaal Park de Alde Feanen in Earnewâld. Vanaf maandag 16 april kun je deze expositie bezoeken. Daarnaast worden er in die week speciale vaarexcursies langs de zwaluwhaven georganiseerd. Met een beetje geluk zijn de lege nestgaten dan druk bezet met oeverzwaluwen die terugkomen uit Afrika.

Thundering through the clear sky

De zwaluwhaven verbeeldt het verhaal van de jonge vliegeniers. Ze vochten voor onze vrijheid en vlogen op 4 en 5 september 1942 naar Bremen om daar vliegtuigfabrieken te bombarderen. Vanuit Engeland vertrokken er 251 vliegtuigen, maar niet iedereen maakte de overtocht terug naar huis tijdens deze laatste vlucht. De vliegtuigen worden in het ontwerp weergegeven door 251 nestgaten in een half ronde, stenen wand waarin zwaluwen kunnen broeden. Van deze nestgaten blijven er 12 dicht, die symbool staan voor het aantal niet teruggekeerde vliegtuigen. Oeverzwaluwtjes zijn ‘weersvoorspellers’ en ‘thuisbrengers’.

Het monument kent prachtige details. Zo wordt het monument opgebouwd uit Engelse bakstenen, wat perfect past in de natuurlijke omgeving van Nationaal Park de Alde Feanen. De nestgaten worden gevuld met metalen capsules voorzien van een boodschap. En het materiaal van de capsules uit de omgesmolten onderdelen van het opgegraven vliegtuig. Zelfs de grootte van de Engelse Lancaster was van inspiratie voor Nynke Rixt Jukema. De 32 meter brede zwaluwhaven heeft dezelfde spanwijdte als de gecrashte bommenwerper.

Werkzaamheden aan vuilstort verbinden het verleden met een gezonde toekomst

In januari 2017 startte het ‘inpakken’ van de vuilstortplaats door het plaatsen van damwanden. Het vliegtuigwrak, van de ter plaatse neergestorte LancasterR5682 uit WOII, lag in de weg en moest daarom worden geborgen. De berging is gefinancierd door provincie Fryslân en het Rijk en uitgevoerd door de gemeente Leeuwarden.

Om de bemanning en het offer dat zij hebben gebracht te eren, nam de provincie het initiatief tot een monument op de plaats van de crash en een expositie in het bezoekerscentrum. Hiermee verbinden we het verleden met een gezonde toekomst en krijgt een bezoek aan dit schitterende gebied voor omwonenden, natuurliefhebbers en recreanten een extra dimensie.

Meer lezen?
Bezoek de gratis Lancaster Expositie
Berging bommenwerper ‘Lancaster R5682’ in Alde Feanen

 

Kijk live mee naar broedende zeearenden in de Alde Feanen

Het eerste zeearend-jong in Nationaal Park De Alde Feanen

Vorig jaar kregen wij al de primeur. In twee van onze natuurterreinen maakte een paartje zeearenden een nest. De zeearenden in Nationaal Park De Alde Feanen waren zelfs erg succesvol. Meestal is zo’n eerste nest gedoemd om te mislukken, maar hier bewees dit onervaren paartje het tegendeel. Ze wisten niet alleen het ei succesvol uit te broeden, maar waren ook goede ouders. Inmiddels vliegt het jong van vorig jaar gezond rond. Regelmatig worden de ouders met dit jong gespot wanneer ze het natuurgebied de Grutte Wielen bij Leeuwarden bezoeken of naar vis jagen in Nationaal Park De Alde Feanen.

Lente in de bol

De komende maanden staan voor de zeearenden weer in het teken van nieuw leven. Het ouderpaar van vorig jaar is alweer gespot bij hun oude nest met daarop de webcam gericht, maar hebben hun oog ook laten vallen op een oud haviksnest in de omgeving. Op beide plekken bouwen ze momenteel aan een nest. Het wordt daarom nog even spannend of de vogels zich voor de camera laten zien, welke mede mogelijk is gemaakt door Ynnatura. Sip Veenstra, medewerker van It Fryske Gea: “Oant it alderlêste momint witte wy net foar hokker nêst se kieze sille.” Bloggers en medewerkers Sip Veenstra en Jan de Boer van It Fryske Gea volgen het wel en wee op de voet. Elke week beschrijven zij in hun blog de hoogtepunten.

Nieuwsgierig?
Volg de livestream van de zeearend webcam en de blogs van de heren op www.itfryskegea.nl/zeearend of www.beleefdelente.nl. De camera’s blijven aan tot alle jongen zijn uitgevlogen.

Secret Link