Nationaal Natuurnetwerk: de tijd van vrijblijvendheid is voorbij

De uitvoering van het Nationaal Natuurnetwerk Nederland (NNN) in Fryslân verloopt te traag, blijkt uit een recente evaluatie van de provincie Fryslân. Het uitblijven van natuurherstel en het gebrek aan doorzettingskracht van de provincie Fryslân is zorgwekkend. Terwijl de realisatie van meer, verbonden natuur juist een enorme impuls kan geven aan biodiversiteit, leefbaarheid én economie in Fryslân.

Het Nationaal Natuurnetwerk Nederland (NNN) is een integraal netwerk van natuurgebieden, dat oorspronkelijk begon als de Ecologische Hoofdstructuur (EHS) en is ontwikkeld om de natuur in Nederland te versterken en met elkaar te verbinden. Dit netwerk is van cruciaal belang voor het behoud van biodiversiteit, het herstel van natuur en het verbeteren van ecologische processen.

Doelen worden niet gehaald

In Fryslân ligt nog een grote opgave. Volgens het Natuurpact zou er in Fryslân 1.618 hectare van functie naar natuur moeten worden gerealiseerd en 3.869 hectare moeten worden ingericht. Uit de tussenevaluatie blijkt dat met de huidige aanpak de doelen niet worden gehaald. Een versnelling is nodig. Niet alleen vanuit het perspectief van biodiversiteitsherstel en van het beheer van de natuurgebieden, maar ook voor landbouw en de Friese economie.

De gevolgen van deze achterstand zijn groot. De biodiversiteit en de klimaatdoelen van Fryslân staan op het spel. Geef je natuur de ruimte dan kan ze beter tegen een stootje. Maar door het niet afmaken van het NNN blijven natuurgebieden versnipperd en kwetsbaar, waardoor flora en fauna zich moeilijk kunnen verspreiden, migreren en voortplanten. Ook wordt de natuur minder weerbaar tegen droogte, wateroverlast en andere gevolgen van klimaatverandering.

Actiever grondbeleid

Daarbij komt dat niet voldoen aan de wettelijke doelen kan leiden tot sancties vanuit het Rijk. Provincies zijn namelijk zelf verantwoordelijk voor de uitvoering van het NNN. Het is belangrijk om nu vaart te maken. De tijd van vrijblijvendheid is voorbij. Alleen met daadkrachtig provinciaal beleid kunnen we de ruggengraat van de Friese natuur veiligstellen. En dat kan met een actiever grondbeleid en, waar nodig, verwerving met volledige schadeloosstelling – een middel dat in andere provincies effectief is gebleken zonder dat het draagvlak onder grondeigenaren verdwijnt. Het kan dus wel.

Een vaak onderbelicht maar belangrijk aspect, is de verwevenheid van natuur en landbouw. De landbouw is afhankelijk van natuurlijke processen zoals gezonde bodems, schoon water en bestuivende insecten. Tegelijkertijd heeft de natuur ook in zekere zin landbouw nodig voor beheer en onderhoud van het Friese landschap.

Investeren in natuur loont ook economisch

Natuur maakt het land ook weerbaarder tegen extreem weer. Water wordt beter vastgehouden, bodems blijven vruchtbaar en het landschap kan meer klimaatstress opvangen. Daarnaast biedt natuurbeheer boeren kansen voor een aanvullend verdienmodel. Via agrarisch natuurbeheer dragen ze bij aan biodiversiteit en verbreden tegelijk hun inkomen. Steeds meer boeren weten natuur goed in te passen in hun bedrijfsvoering.

Investeren in natuur loont, ook economisch. Volgens het CBS en de Universiteit van Wageningen gaven overheid en natuurorganisaties in 2022 zo’n 1,6 miljard euro uit aan natuurbeheer, grondaankoop en beloning van boeren voor ecologische maatregelen. In datzelfde jaar leverde de natuur zo’n 10 miljard euro aan directe baten op, onder meer via recreatie, toerisme, waterbeheer, verkoeling in steden en houtproductie. De totale maatschappelijke waarde van alle zogenoemde ‘ecosysteemdiensten’ wordt geschat op 15 miljard euro – 50 procent meer dan tien jaar eerder.

Verbonden natuur

Tijdens de coronacrisis werd duidelijk hoe belangrijk groene buitenruimte is voor de mens. Miljoenen Nederlanders trokken de natuurgebieden in voor rust en ontspanning. De vraag naar groene ruimte dichtbij is sindsdien alleen maar gegroeid.

Fryslân staat nu op een kruispunt. Door in te zetten op natuurherstel en de realisatie van het NNN, kan de provincie een toekomstbestendig en mooi landschap creëren waarin plant, dier én mens floreren. Onze oproep is duidelijk: grijp dit moment aan, zet alle middelen in en werk samen aan een veerkrachtige, verbonden Friese natuur.

Jorien Bakker, Ambassadeur Fryslân, Groningen en Wadden Natuurmonumenten
Bert Hummelen, Provinciehoofd Staatsbosbeheer Friesland
Hans van der Werf, Directeur Friese Milieu Federatie
Henk de Vries, Directeur It Fryske Gea

Rust, ruimte en resultaat in het broedseizoen

Het broedseizoen is volle gang – en dat merken we! Dit voorjaar bruist de Friese natuur van nieuw leven. Grutto’s, kluten en lepelaars keren terug naar hun broedgebieden. Terwijl zij aan hun nesten bouwen, zorgen wij ervoor dat ze daar veilig en ongestoord kunnen broeden. Want rust en ruimte zijn in deze periode van levensbelang.

Weidevogels in De Bjirmen en De Keegen

In De Keegen en De Bjirmen zijn vorig jaar nieuwe plasdrasgebieden ingericht om weidevogels meer ruimte en rust te bieden. Door dammen en duikers te vervangen en greppels aan te passen, kunnen we het waterpeil beter reguleren. Zo ontstaat in het voorjaar een voedselrijk gebied waar vogels goed kunnen foerageren en broeden. Na het broedseizoen kan het waterpeil snel omlaag om beheer, zoals maaien en beweiden, mogelijk te maken. Deze optimalisaties geven beide gebieden een flinke impuls als broedgebied voor weidevogels. Dit voorjaar hopen we daar de eerste effecten van te zien.

Vogels volgen langs de IJsselmeerkust

Langs de Friese IJsselmeerkust is ook van alles te zien. In de Bocht fan Molkwar trekken de kunstmatige broedeilanden al jaren veel vogels aan. Vanaf vogelkijkhut De Swan heb je vanaf half mei uitstekend zicht op een lepelaarkolonie. In de Warkumerwaard kun je grutto’s, kluten en, als je geluk hebt, zelfs zeearenden bewonderen.

Vogelrijk voorjaar in de Jan Durkspolder

In de Jan Durkspolder in de Alde Feanen broeden lepelaars, blauwe reigers en grote zilverreigers. De vogelkijkhut en de uitkijktoren Romsicht bieden een prachtig uitzicht over de polder. Vergeet je verrekijker niet!

Droog voorjaar

Door het droge voorjaar konden we onze gebieden goed voorbereiden: greppels zijn open en ruigte is gemaaid. Maar het heeft ook een keerzijde: de harde grond maakt het lastig voor vogels om voedsel te vinden. Gelukkig zien we op natte plekken, zoals de zomerpolders bij de Grutte Wielen, wél veel vogels. Hier blijkt: water vasthouden loont.

Gedragsregels: zo help jij mee

Het broedseizoen vraagt ook om aanpassing van jouw gedrag in de natuur. Samen met Vogelbescherming en andere natuurorganisaties roepen we bezoekers op om de gedragsregels op te volgen:

  1. Houd afstand van rustende vogels
  2. Betreed geen afgezet gebied
  3. Blijf op de paden
  4. Houd honden aan de lijn
  5. Bezoek vogelkijkpunten
  6. Bewaar de rust

Tijdelijke afsluitingen

Sommige wandelroutes of gebieden zijn tijdelijk afgesloten. Dit doen we om vogels die op de grond broeden of jonge dieren hebben extra rust te geven. Op onze gebiedspagina’s lees je welke gebieden (deels) niet toegankelijk zijn.

Veel jonge zeearenden in It Fryske Gea

Op 11 april zagen we via de nestcam dat het eerste zeearend jong uit het ei gekropen was in de Alde Feanen. Drie dagen later volgde het tweede jong! Er ligt nog een derde ei in het nest. Maar de verwachting is dat deze niet meer uitkomt. Dit lees je ook in de blog van Andries. Zeearend kuikens worden gigantisch en blijven lekker lang op het nest (minstens 70 dagen!) Dus wij vermaken ons nog wel een tijdje. Ook in het westen van Fryslân zijn jongen!

Ook weer jongen in Makkum en Koudum

Naast het succes in de Alde Feanen, is er ook weer broedsucces in Makkum en Koudum. Er zijn opnieuw drie jonge zeearenden in Makkum. Eén met al een grijze kop (die vandaag al 14 dagen oud is) en twee met witte kopjes, die een aantal dagen jonger zijn. Er werd namelijk al vanaf 25 maart gevoed door de ouders. Het is ongelooflijk zo vroeg dit jaar, wel bijna een week eerder dan andere jaren. En in Koudum zitten sinds begin april twee jonge zeearenden in het nest!

Twee paartjes in Alde Feanen

In de Alde Feanen heeft zich dit jaar zelfs voor het eerst een tweede broedpaar gevestigd. Zeearend-expert van It Fryske Gea Sip Veenstra en zijn collega’s van beheer kwamen daar bij toeval achter. “Het is wel bijzonder. Drie eieren in ons vaste nest was al heel uniek. Tien jaar geleden was dat nog ondenkbaar, maar nu hebben we dus al twee zeearendfamilies in De Alde Feanen. De twee paartjes lijken elkaar wel te accepteren.”

“Als er maar genoeg eten is, dan hebben ze geen strijd en accordeert het wel. Je ziet dat ook wel in Duitsland en Polen.” – Sip Veenstra, Zeearend-expert It Fryske Gea

(Lees het hele interview met Sip op de website van Omrop Fryslân.)

Drie eieren … hoeveel jongen?!

Een legsel met drie eieren … maar wanneer begon nu het “echte broeden?” Wanneer en met welk onderling leeftijdsverschil kruipen de jongen uit hun ei? Wij mensen werden ongeduldig, interpreteerden en dachten het te weten. De zeearenden bleven echter onverstoorbaar, want zij wisten wel hoe het zat!

Er kwamen ‘pykjes’ …

Hoe was het ook al weer? Het eerste ei werd gelegd op 28 februari om 18.10 uur, het tweede op 4
maart om 16.37 uur en het derde op 8 maart om 17.30 uur. Drie eieren, die met een interval van
vier dagen (etmalen) waren gelegd. En ja, de indruk bestond dat na het tweede ei het “echte broeden” was begonnen, maar was dit ook echt zo? Daar leek het wel op, maar de meest essentiële vraag hadden wij onszelf niet gesteld. Zijn alle eieren wel bevrucht? Twee van de drie eieren in ieder geval wel, want op 11 april om 11.42 uur (38 dagen nadat het tweede ei was gelegd) zag een kuiken kans om zich aan de eischaal te ontworstelen. Daarna begon het lange wachten op het tweede en wellicht een derde kuiken. Het tweede kuiken kroop in de vroege ochtend (zo rond 6 uur) van 14 april uit het ei. Dat is 36½ dag na het leggen van het derde ei én met een 2½ dag oudere broer of zus.

zeearend kuikens

Het wachten toch beloond … twee pykjes!

Wat hadden we verwacht?

Als alle drie eieren bevrucht en onbeschadigd zouden zijn én er vanaf 8 maart is gebroed, dan
hadden we mogen verwachten dat er tussen 10 en 12 april twee jongen, met een klein onderling
leeftijdsverschil, waren geboren. Het derde ei zou dan een paar dagen later uit kunnen komen.
Maar zo ging het niet! Tussen 10 en 12 april kroop er maar één jong uit het ei. Vandaag (14 april)
een kleine drie dagen later, verscheen het tweede jong en eerlijk gezegd lijkt mij de kans klein dat
er nog een derde jong bijkomt.

We hebben niet vast kunnen stellen dat er een ei op het nest beschadigd zou zijn en dan is het
meest waarschijnlijke scenario dat van de drie gelegde eieren er eentje, waarschijnlijk dat van 28
februari, niet werd bevrucht. Waarom dat dan zo is? Heeft dit wellicht te maken met de leeftijd
van man zeearend? Of is het simpelweg toeval dan wel een onbegrepen speling van de natuur?
Maar … bij dit zeearend paar kun je alsnog verrast worden! Laten we in ieder geval genieten van
de beide jongen die er wel zijn! En … wat er in het nest gaat gebeuren met het (nog) niet
uitgekomen ei?

Opvallend bezoek in de zomerpolder

Dan nog even iets anders. In de voorgaande weken was er een opvallende bezoeker in de
zomerpolder waar het zeearend nest zich bevindt. Op meerdere momenten werd daar een jonge
(2de kalenderjaar) zeearend gesignaleerd, onder andere tijdens vaarexcursies door het Nationaal Park De Alde Feanen. Dit dier verbleef vaak, op een paar honderd meter afstand van de nestboom, tussen de talrijk aanwezige grauwe ganzen én … werd daar ongemoeid gelaten door het broedende zeearend paar.
Of deze 2de KJ zeearend een van de uitgevlogen jongen is van het vorig seizoen, dat durf ik niet
te zeggen. Misschien …, maar het kan ook een toevallige passant zijn van elders.

zeearend

Subadult (2de kalenderjaar) zeearend tussen de grauwe ganzen in de zomerpolder (foto: Andries Dijkstra, 5 april 2025)

Een kuiken!

We zaten al een tijdje in spanning te wachten… Maar vandaag, 11 april, kroop het eerste zeearendkuiken uit het ei! Wanneer volgen de andere twee?

Maak de energietransitie echt groen en spaar de natuur

Kabeltracé door Schiermonnikoog is niet het meest milieuvriendelijke alternatief

Negen natuurorganisaties zijn voorstander van echt groene en duurzame energietransitie, en pleiten daarom tegen onnodige schade aan de Waddennatuur. Bij de zoektocht naar tracés voor stroomkabels en waterstofleidingen die op de Noordzee opgewekte energie straks moeten transporteren naar de vaste wal, zijn de meest natuurvriendelijke en toekomstbestendige tracés niet op een gelijkwaardige en integrale manier onderzocht.

Herhaaldelijke schade

Daarmee sorteert het Ministerie van Klimaat en Groene Groei voor op meerdere doorsnijdingen van de Waddenzee. Minister Hermans (KGG) kiest voor stroomkabels onder de oostpunt van Schiermonnikoog geboord en door het wantij, en een waterstofleiding onder Ameland door. Ook moeten de kabels en leidingen onder kwelders, natuurgebieden en landbouwgebied aan de Groningse en Friese kust door gaan lopen naar de Eemshaven.De negen natuurorganisaties vrezen dat daarmee herhaaldelijk schade wordt toegebracht aan de natuur. Ze roepen op de aanleg van stroomkabels en waterstoftransportleidingen zo veel mogelijk te bundelen en alternatieve tracés in de oostelijke Waddenzee, door de Oude Westereems en de zogenaamde Tunnelvariant, als een volwaardige alternatieven te onderzoeken.

Meest Milieuvriendelijke Alternatief

Directeur Henk de Vries: “Wy freegje mei disse mienskiplike sjenswize oan Minister Hermans om álle rûtes út de plan-MER op in lykweardige en yntegrale wize te ûndersykjen, en dêrnei pas de kar te meitsjen foar it Meast Miljeufreonlike Alternatyf. Dat betsjut ek dat it nedich is om de Projekt-MER út te wreidzjen mei mear eastlike rûtes.”De energietransitie is een internationale landsgrenzen overschrijdende opgave waarvan de netbeheerders uit Noordzeelanden 09 april jl. in Kopenhagen hebben besloten hun windparken te verbinden om altijd de beschikking te hebben over zoveel mogelijk groen opgewekte stroom. Dat levert een enorme kostenbesparing op en wat ons betreft zou een sluitend onderdeel van die samenwerking moeten zijn dat ook wordt gezocht naar de meest natuurvriendelijke manier van aanlanden van opgewekte stroom.Dat aspect, het bundelen van de aanlanding van op zee opgewekte stroom op de meest natuurvriendelijke manier, is niet goed genoeg onderzocht. De lepelaars, zeehonden, wulpen, mosselbanken en alle andere soorten die afhankelijk zijn van Schiermonnikoog en de Waddenzee dreigen daar onnodig veel schade door te ondervinden.

Groene Groei

De Waddenzee staat al decennia onder druk. De optelsom van drukfactoren zoals visserij, recreatie, delfstoffenwinning, klimaatverandering en aanlanding van windenergie maken dat er veel natuur in de Waddenzee verloren is gegaan en ze ook in de toekomst nog steeds bedreigd wordt.Door samen met Duitsland de oostelijke tracés grondig en gelijkwaardig te onderzoeken, kan de minister van Klimaat en Groene Groei daadwerkelijk kiezen voor het Meest Milieuvriendelijke Alternatief en zowel de energietransitie realiseren als de natuur beschermen. Jorien Bakker: “In onze gezamenlijke zienswijze roepen wij daarom op Groene Groei ook écht Groen te laten zijn, zodat de overheid ook haar verplichtingen voor de natuur nakomt.”

Zienswijze

De zienswijze van de negen natuurorganisaties is hier te downloaden. Deze coalitie tegen onnodige aantasting van de Waddennatuur bestaat naast Natuurmonumenten uit: Waddenvereniging, Vogelbescherming Nederland, Stichting Het Groninger Landschap, It Fryske Gea, Friese Milieufederatie, Natuur- en Milieufederatie Groningen, Stichting De Noordzee en Stichting WAD.

Brandgevaar in natuurgebieden

Het is al langere tijd droog in de natuur. De kans is dan ook aanwezig dat een natuurbrand ontstaat die zich snel en onvoorspelbaar ontwikkelt. Vooral bos, heide en gras(duinen) zijn extra kwetsbaar. Wij zijn in deze periode extra alert, maar vragen ook de medewerking van iedereen die onze natuurgebieden bezoekt om te helpen een natuurbrand te voorkomen of de gevolgen te beperken.

Natuurbrand voorkomen

Bijna alle natuurbranden ontstaan door menselijk gedrag. Eén nonchalant weggegooide sigarettenpeuk of stuk glas kan al de oorzaak zijn van een brand die een natuurgebied verwoest. Zo kun je natuurbrand voorkomen:

  • Gooi je sigarettenpeuk  in de afvalbak; een droge natuur is brandgevoelig.
  • Gooi al je afval, en zeker glas, in afvalbakken.
  • Maak geen vuur. Dus geen barbecue of kampvuur in het bos of op de hei.
  • Door bospaden vrij te houden kan de brandweer snel ter plaatse zijn bij een natuurbrand. Zet je auto alleen op de aangelegde parkeerplaatsen aan de rand van het natuurgebied.

Vuur in de natuur

Kom je uit bij een natuurbrand? Doe dan het volgende:

  • Probeer niet zelf de brand te blussen.
  • Blijf zoveel mogelijk uit de rook.
  • Vlucht naar een veilige plaats: de openbare weg, een groot verhard terrein of de bebouwde kom.
  • Loop haaks op de vuurhaard richting het gedeelte dat al verbrand is, daarmee is de kans kleiner dat de brand jou inhaalt. Bepaal de windrichting om in te kunnen schatten waar de brand naar toe gaat. Zo breng je je zelf en anderen het snelst in veiligheid.
  • Bel 112 en geef zo nauwkeurig mogelijk door waar je je bevindt. Weet je zelf de exacte locatie niet? Probeer zo goed mogelijk aan te geven waar je bent. Door nieuwe techniek genaamd AML (Advanced Mobile Location) kan de meldkamer vaak al bepalen waar jij je bevindt.

Schriftelijk akkoord voor herstel van de Makkumer Noardwaard

Langs de Friese IJsselmeerkust liggen de Makkumerwaarden. Onderdeel hiervan is de Makkumer Noardwaard, een natuureiland in het IJsselmeer van 260 hectare. De Makkumer Noardwaard krijgt een ecologische impuls als onderdeel van twee samenwerkende programma’s: Versterking Friese IJsselmeerkust (VFIJ) en de Programmatische Aanpak Grote Wateren (PAGW). Binnen VFIJ werken provincie, gemeenten, Wetterskip, It Fryske Gea en het Rijk sinds 2017 samen aan herstel van natuur en kustzone.

Wat gaan we doen?

Op de Makkumer Noardwaard gaan we een dynamisch moeras realiseren, rietland herstellen en voedselarme graslanden versterken. Deze ingrepen brengen nieuwe kansen voor moerasbroedvogels, vissen en bijzondere plantensoorten. Het gaat in totaal om 78,5 hectare aan natuurmaatregelen, waaronder:

  • 45 hectare dynamisch peilmoeras met vispassage en windmolens
  • 25 hectare waterriet in open verbinding met het IJsselmeer
  • 8,5 hectare geplagd grasland voor schraallandvegetaties

De werkzaamheden voeren we de komende jaren gefaseerd uit, met oog voor natuur, waterbeheer en toekomstig onderhoud.

Waarom voeren we dit uit?

Het IJsselmeer is een natuurgebied van internationaal belang, maar staat onder druk. Vooral de Friese kustzone kampt met problemen zoals erosie, verruiging en verdwijning van vitaal waterriet. Daardoor verdwijnen leefgebieden voor vogels als de Roerdomp en Visdief en is het moeilijker voor vissen om zich voort te planten.

Daarnaast staat het traditionele beheer van gemaaide rietlanden (dakriet) onder druk. Door verruiging (successie) neemt de kwaliteit van het riet af waardoor jaarlijks minder areaal wordt gemaaid en snel bos wordt. Ook staat de Nederlandse rietmarkt onder druk door de invoer van riet uit China. Deze ontwikkelingen dwingen It Fryske Gea als beheerder ook na te denken over alternatief beheer of het kiezen van andere doelen.

Hoe pakken we dit aan?

We richten het gebied opnieuw in om de overgang van land naar water te herstellen. Binnen bestaande kades verwijderen we wilgenbos, graven we slenken, versterken we de kade met vrijkomende grond en leggen we een vispassage aan. Klepduikers en twee windmolens zorgen straks voor een natuurlijk waterpeil.

Ook verwijderen we op enkele plekken de voedselrijke bovenlaag van gras- en rietland, zodat soortenrijke vegetatie zich kan ontwikkelen. Droog rietland wordt afgeplagd tot onder het waterpeil om waterriet en slenken te laten ontstaan.

Wat levert het project op?

Met deze ingrepen herstellen we de natuurlijke overgang van land naar water met veel ruimte voor waterriet en waterplanten. De visstand krijgt meer paai- en opgroeigebieden, moerasbroedvogels vinden weer geschikt broedhabitat en zeldzame planten zoals de Groenknolorchis maken meer kans om te floreren.

In het nieuwe dynamische moeras kunnen soorten als de Bruine kiekendief, Roerdomp, Porseleinhoen en Snor zich vestigen. Ook vissen profiteren van de aangelegde vispassage en natuurlijke peilschommelingen.

Stuurgroep 1DYK beëindigd

De stuurgroep 1DYK is beëindigd. In deze stuurgroep werkten o.a. Wetterskip Fryslân, provincie Fryslân, Rijkswaterstaat, gemeenten en terreinbeherende organisaties – waaronder It Fryske Gea – samen aan een integraal gebiedsplan. Ondanks intensieve inspanningen lukte het niet om overeenstemming te bereiken over één allesomvattend plan.

Omdat de dijkversterking hoe dan ook moet doorgaan, zijn het ‘Integrale Inrichtingsplan’ (IIP) en het dijkverbeteringstraject Koehool–Lauwersmeer losgekoppeld. De aanpak wordt nu opgesplitst in kleinere deelprojecten. Henk de Vries, directeur It Fryske Gea: “Door het IIP los te koppelen, dreigt dit een traditionele dijkversterking te worden, met beperkt oog voor natuurontwikkeling. Terwijl we juist inzetten op een dijkversterking die hand in hand gaat met het versterken van de natuur in het gebied.”

Ondanks het stoppen van de stuurgroep, heeft het proces waardevolle inzichten opgeleverd. Het Wetterskip heeft een zorgvuldig en intensief traject doorlopen waarin belangen, wensen en opgaven van de betrokken partijen helder in kaart zijn gebracht. Dit heeft geleid tot een lijst met concrete en kansrijke maatregelen.

De Vries: “Toch is het niet gelukt om gezamenlijk de stap naar de lange termijn te zetten. De zeespiegel blijft stijgen en er is geen tijd meer te verliezen. Links en rechts van Fryslân zien we dat dit wél lukt om tot innovatieve en integrale oplossingen te komen. Langs de Afsluitdijk ligt een ‘Ecologische Dijk’ met een kruidenrijk grasmengsel en in Groningen wordt slib ingewonnen met een ‘Dubbele Dijk’, wat zowel het kustgebied als de natuur versterkt. Het geld is er, de grond is er, laten we stoppen met praten en aan de slag gaan! It Fryske Gea blijft zich inzetten om natuurontwikkeling zoveel mogelijk onderdeel te laten zijn van de bescherming tegen hoog water in de kustzone.”

Pilot bestrijding invasieve rivierkreeften in de Grutte Wielen

Rivierkreeften veroorzaken schade aan waterkwaliteit en biodiversiteit. Ze graven in oevers en bodems, waardoor waterplanten verdwijnen en oevers verzwakken. Dit heeft negatieve gevolgen voor de ecologie en waterveiligheid. Daarom werken Wetterskip Fryslân en It Fryske Gea samen om de schadelijke rode Amerikaanse rivierkreeft te bestrijden. In natuurgebied De Grutte Wielen wordt deze pilot opgezet samen met Friese binnenvissers om de populatie van deze invasieve exoot te beperken. Adviesbureau ATKB begeleidt het proces.

Er zijn vier soorten aangetroffen: de gevlekte, gestreepte en rode Amerikaanse rivierkreeft en de marmerkreeft. De rode Amerikaanse rivierkreeft veroorzaakt de meeste problemen. In 2024 is deze soort op drie locaties in Fryslân aangetroffen: in De Grutte Wielen, een poldergebied tussen Hallum en Burdaard en op Ameland.

Om verdere verspreiding te voorkomen, wordt in de Grutte Wielen gestart met een gerichte vangactie. Dit gebeurt met speciale tunnelfuiken die de kans op bijvangst minimaliseren. Op Ameland wordt eerst verder onderzoek gedaan, omdat daar slechts enkele exemplaren zijn gevonden.

Met deze pilot zet Wetterskip Fryslân, in samenwerking met It Fryske Gea, een belangrijke stap naar een betere waterkwaliteit en een gezonder ecosysteem in Friese natuurgebieden.

Secret Link