Bloeiende heide spotten? Hier moet je zijn!

Het is weer dat magische moment in het jaar: de heide kleurt paars! Wil jij dit prachtige natuurfenomeen van dichtbij zien? Wij delen onze beste tips!

1. Mandefjild

Het Mandefjild bij Bakkeveen is één van de pronkjuwelen van It Fryske Gea. Het gebied is een echte publiekstrekker. Heidevelden, bos, vennen en een zandverstuiving zijn het ideale decor voor een mooie wandeling. Het gebied bestaat uit De Bakkefeansterdunen, het Mandefjild en de Heide fan Allardseach. Tussen zonsopkomst en zonsondergang zijn de wandelpaden en zandvlakte vrij toegankelijk.

Mandefjild van boven

2. Schaopedobbe

De Schaopedobbe, een bijzonder heidegebied met vennen, een zandverstuiving en groepjes bomen. Landschappelijk gezien is dit een schat, vanwege zijn enorme rijkdom aan planten en dieren. Daarnaast is het een heel rustig gebied, hier kun je in stilte wandelen en de rust opzoeken tussen de heide. Er is een gemarkeerde wandelroute van 4 kilometer.

Schaopedobbe

3. De Delleboersterheide

De Delleboersterheide is het perfecte gebied voor het hele gezin. De grote weidse heide is de ideale plek voor kinderen om lekker rond te dwalen, zonder ze uit het oog te verliezen. Ook voor de ouders valt er genoeg te ontdekken. Nog niet bekend met de Delleboersterheide? Het is zeker een bezoekje waard.

 

delleboersterheide

Of bezoek één van onze kleinere heidegebieden

It Fryske Gea heeft naast de grote heidegebieden ook enkele kleine pareltjes in haar bezit. Onverwacht mooie natuurgebiedjes, die onbekend zijn bij het grote publiek. Op zoek naar iets meer rust? Bezoek dan een van de onderstaande gebieden.

Heide Hulstreed        Liphústerheide          Kapellepôle

Kwetsbaar gebied

De heide is niet alleen prachtig, het is ook kwetsbaar. Districtshoofd Michel Krol: “Dat is ook waarom mensen op de gemarkeerde paden moeten blijven. Overal zitten kwetsbare planten en insecten. Bij de zandverstuiving naast Bakkeveen, vind je bloeiende heide en daar kun je goed bij komen. Maar kom niet in het afgesloten gebied.” Om ervoor te zorgen dat mens en natuur goed samengaan, hebben we een aantal gedragsregels in It Fryske Gea. Zo zorgen we er samen voor dat de natuur niet verstoord wordt. We vragen je dan ook om deze regels te respecteren en je hieraan te houden.

Tweede zeearendjong uitgevlogen

Na nog een paar onrustig dagen op het nest is K2, het zeearendjong dat begin maart drie dagen na brusje K1 uit het ei kwam, vanmorgen om half zeven weggevlogen. Er waren nog vier dagen na het uitvliegen van K1 nodig om voldoende kracht en moed te verzamelen om zelf ook te gaan.

Dit is de laatste clip van 2025 over het wel en wee van het zeearendpaar dat we al vele jaren succesvol jongen de wereld in zien helpen. Er volgt nog een seizoenssamenvatting. Hou de website in de gaten.

 

It Fryske Gea stelt voorkeursvariant vast voor toekomst It Kathûs

Op basis van een zorgvuldige beoordeling heeft It Fryske Gea scenario 2 aangewezen als voorkeursvariant voor de herbestemming van de monumentale boerderij It Kathûs in Nes, bij Akkrum. Deze variant biedt uiteindelijk de meeste kansen om het erfgoed te behouden én het weidevogelgebied te beschermen, terwijl het aansluit bij de missie van It Fryske Gea en brede maatschappelijke waarde toevoegt. Chris Bakker, adjunct-directeur van It Fryske Gea: “Met deze voorkeursvariant kiezen we voor een plan dat recht doet aan de plek én aan onze missie: het verbinden van landschap, erfgoed en gemeenschap.” De komende periode wordt het plan verder uitgewerkt. Een definitief besluit volgt naar verwachting in 2026, na toetsing op uitvoerbaarheid, vergunningen en fondsenwerving.

Zorgvuldige afweging
In 2022 werd It Fryske Gea eigenaar van It Kathûs, als onderdeel van de aankoop van 42 hectare weidevogelland. Daarna startte een breed participatief traject om een passende herbestemming te vinden. Drie plannen zijn getoetst aan criteria zoals erfgoedbehoud, natuurwaarden, mienskipsdraagvlak en haalbaarheid. Scenario 2 kwam hierin het beste naar voren. Projectleider Jan-Willem Rodenburg benadrukt: “We hebben dit traject met grote zorgvuldigheid doorlopen. Het gekozen scenario sluit het beste aan op onze criteria én op de bijzondere waarden van het gebied.”

De complete ondernemingsplannen zijn eerder ook samen met experts van Arcadia beoordeeld. Vervolgens zijn met enkele indieners verdiepende gesprekken gevoerd, waarna de plannen zijn doorontwikkeld en getoetst op (financiële) haalbaarheid. Dat is een intensief en zorgvuldig proces geweest.

Scenario 2: Centrum voor mens, natuur en transitie
Het plan is ontwikkeld door Christophe Meijer en Natasja van den Bos van Pean. It Kathûs wordt gefaseerd ontwikkeld tot een plek voor ontmoeting en verdieping, met ruimte voor logies, educatie, bijeenkomsten en streekproducten. Initiatiefnemer Christophe Meijer: “We zitten midden in een tijd die om transitie vraagt. Het Friese veenweidelandschap zakt en stoot zeer veel CO₂ uit. De grutto en andere weidevogels lijken te verdwijnen uit het landschap. Tegelijk zoeken boeren, overheden, kennisinstellingen én gewone mensen naar nieuwe manieren om om te gaan met landschap, voedsel en hun eigen welzijn. Precies dáárom krijgt een oeroud, onaangetast stuk grond in de Soarremoarsterpolder met daarop de monumentale boerderij It Kathûs nu een nieuwe functie. Een ruimte voor mens natuur en transitie.

Begin van een nieuwe fase
De keuze voor scenario 2 is een belangrijke stap, en luidt het begin in van een nieuwe fase. De eerste stap is het gebruik van het voorhuis voor logies en een deel voor eenvoudige bijeenkomsten. Vervolgstappen hangen af van vergunningen, financiering en draagvlak. It Fryske Gea blijft eigenaar van erf en casco. De exploitatie is in handen van de initiatiefnemer, die investeert in de verdere ontwikkeling. Het komende jaar werkt It Fryske Gea aan de voorbereiding en financiering van de restauratie. Intussen wordt samen met de initiatiefnemer het toekomstige gebruiksplan verder uitgewerkt. Zodra de volgende mijlpaal is bereikt, kan de restauratie van start gaan.

Vismigratierivier zet motor aan voor natuurherstel

De Vismigratierivier bij de Afsluitdijk krijgt extra financiering. Het Waddenfonds, de ministeries van Infrastructuur en Waterstaat (IenW) en Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (LVVN), en de initiatiefnemers dragen samen 13 miljoen euro extra bij aan dit innovatieve project. Dankzij deze bijdrage kan de Vismigratierivier worden afgemaakt. Met de definitieve extra financiering is de realisatie van de Vismigratierivier bij de Afsluitdijk nu écht zeker. Een belangrijke mijlpaal, waar It Fryske Gea nauw bij betrokken is. De Vismigratierivier zorgt voor een open verbinding tussen de Waddenzee en het IJsselmeer. Zo kunnen trekvissen weer vrij bewegen tussen zoet en zout water. Dit heeft effect op de visstand van de Sargassozee tot de bovenloop van de Rijn in Zwitserland.

Matthijs de Vries, gedeputeerde bij provincie Fryslân en voorzitter van het dagelijks bestuur Waddenfonds, is verheugd over de extra financiering: “Het kunnen afmaken van dit baanbrekende project is internationaal van groot belang. De Vismigratierivier is van historische betekenis en dient wereldwijd als voorbeeld voor natuurherstel en duurzaam waterbeheer. Dit is fantastisch nieuws voor ons allemaal.”

Minister Robert Tieman van Infrastructuur en Waterstaat: “Het prachtige Fryslân staat bekend om de vele mooie wateren. Ik vind het belangrijk om die schoon en gezond te houden, daar hoort ook bij dat we barrières wegnemen voor vissen die willen trekken tussen de zoute Waddenzee en het zoete IJsselmeergebied. Dit project zorgt ervoor dat de vistrek op een natuurlijke wijze kan plaatsvinden. Mooi dat we daar als ministeries aan kunnen bijdragen.”

Extra financiering gelukt
Als gevolg van ontwikkelingen in de afgelopen jaren was er aanvullende financiering nodig voor de bouw van de Vismigratierivier. Daarom voerden provincie Fryslân en de initiatiefnemers gesprekken met de financierende partijen van het project. Alle financiers vinden het belangrijk dat de Vismigratierivier er helemaal komt. Voor het Waddenfonds, de ministeries van IenW en LVVN via het Programmatische Aanpak Grote Wateren (PAGW), en de initiatiefnemers via de Nationale Postcode Loterij was het mogelijk om extra middelen bij te dragen.

Vervolgstappen
De buitenzijde van de Vismigratierivier, de contour, is inmiddels zo goed als klaar. Het werk aan het laatste en grootste gebied, de slingerende rivier en een afsluitmiddel, bereidt provincie Fryslân op dit moment voor. Met de extra financiering kan dit werk in 2026 uitgevoerd worden. Naar verwachting zwemmen de eerste vissen in 2027 door de Vismigratierivier. Onderdeel van dit laatste gebied is ook een zogenoemde ‘inregelfase’, met onderzoek en monitoring, om te komen tot een stabiel werkend systeem.

Belangrijke mijlpaal
Chris Bakker, aankomend directeur van It Fryske Gea: “Trekvissen zijn zelf het beschermen waard, maar ze zijn ook voedsel voor vogels en zeezoogdieren. We weten uit onderzoek en ervaring dat het herstel van deze natuurlijke dynamiek een kettingreactie geeft in het hele ecosysteem. Bijvoorbeeld onze natuurprojecten langs de Friese IJsselmeerkust, de Marker Wadden en nevengeulen langs de IJssel en de Rijn worden goed bereikbaar voor trekvis. De Vismigratierivier is daarmee niet alleen een doorgang voor vissen, maar een motor voor brede natuurontwikkeling in de Wadden, het IJsselmeergebied en ver daarbuiten.”

De Staat van de Wadden

Wie nog twijfelde over hoe het daadwekelijk met de Waddenzee gaat: De Staat van de Wadden brengt het voor het eerst helemaal compleet in beeld.

Het gaat niet goed met de natuur in het Nederlandse deel van de Waddenzee. Dat blijkt uit de maandag 23 juni gepresenteerde ‘Staat van de Wadden’ van de Waddenacademie in opdracht van het Ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (LVVN). Dit is het eerste uitgebreide en integrale overzicht van hoe het gaat met soorten en leefomstandigheden in het gebied. De conclusie is zorgwekkend: het grootste deel van de onderzochte natuurwaarden voldoet niet aan de norm, of laat zelfs een verslechtering zien. Het rapport laat zien dat daadkrachtig natuurherstelbeleid in de Waddenzee hard nodig is.

Toogdag

Vandaag is ook de jaarlijkse Toogdag voor de Wadden waar veel betrokken organisaties en mensen praten over het Waddengebied en Waddenzee. Zoals we weten uit het Ipsos onderzoek in opdracht van de Waddenvereniging, vindt driekwart van de Nederlanders het belangrijk dat de Werelderfgoedstatus van de Waddenzee behouden blijft en ook driekwart vindt dat de regering zich moet inspannen om deze te behouden. De Staat van de Wadden geeft voor eens en altijd aan dat dit tot nu toe onvoldoende is gebeurd; en dat waar zoveel Nederlanders van houden steeds verder achteruit gaat.

Soorten

De Staat van de Wadden heeft voor 238 indicatoren bekeken hoe het met de Waddenzee gaat. Dit zijn soorten zoals vogels, zeehonden, garnalen en kokkels, maar ook milieufactoren zoals (water)temperatuur (klimaatverandering), vervuiling bijv. zware metalen als arseen en kwik, slib in de bodem en zuurstofgehalte.

Voor elk van de 238 onderdelen is gekeken naar de trend over de afgelopen 12 jaar en de referentiewaarde: hoe de situatie zou moeten zijn in een gezonde Waddenzee. Van de 238 onderzochte indicatoren scoort:

  • 34% (82 indicatoren) slechter dan de norm én verslechtert nog steeds
  • 4% (10 indicatoren) scoort slecht, maar laat wel verbetering zien
  • Slechts 32% (75 indicatoren) gaat goed én verbetert
  • 2% (5 indicatoren) gaat goed, maar verslechtert
  • 28% (66 indicatoren) is nog onvoldoende onderzocht om conclusies te trekken

Wat moet er gebeuren?

Het Ministerie van LVVN gaat de ‘Staat van de Wadden’ gebruiken als basis voor het nieuwe Beleidskader Natuur Waddenzee, dat de (cumulatieve=optelsom) impact van gebruik op de natuur van de Waddenzee in beeld brengt en waar mogelijk terug gaat brengen. Zodat ecologie en economie weer met elkaar in balans komen. De volgende stap is in beeld brengen en afwegen door welke (optelsom van) economische activiteiten en andere factoren zoveel indicatoren slecht scoren, zodat gerichte maatregelen genomen kunnen worden, en de schadelijkste activiteiten in de toekomst niet meer toegestaan worden.

Samenwerkende natuurorganisaties in de Wadden* vinden het goed dat het ministerie met het Beleidskader Natuur Waddenzee stappen wil zetten richting herstel van de Waddenzee en zien uit naar het afwegingskader. Maar de urgentie is groot: er mag geen tijd verloren gaan. Een gezonde en rijke Waddenzee vraagt om ambitie, duidelijke keuzes en snelle actie.

*De Coalitie Wadden Natuurlijk bestaat uit: de Waddenvereniging, Vereniging Natuurmonumenten, Vogelbescherming Nederland, It Fryske Gea, Het Groninger Landschap, Landschap Noord-Holland, Stichting WAD.

‘Tweede Kamer aan zet om door te pakken op natuur en klimaat’

Door de val van het kabinet dreigen zeer noodzakelijke oplossingen voor natuur- en klimaatproblemen nog meer vertraging op te lopen. ‘Dat is een groot risico waar we nu voor moeten waken’, aldus Nederlandse natuur- en milieuorganisaties. ‘We hebben de natuur nodig. We hebben allemaal belang bij schone lucht, gezond drinkwater, en een plek om tot rust te komen. Het gaat niet goed met de natuur. Effectief natuur- en klimaatbeleid hebben daarom nú aandacht nodig. De kabinetsval mag geen verdere vertraging betekenen. Het is cruciaal dat er nu echt iemand op gaat komen voor de natuur, het klimaat en een gezonde leefomgeving. De Tweede Kamer is nu aan zet om door te pakken.’

Organisaties: Greenpeace, IVN Natuureducatie, IUCN NL, LandschappenNL, Milieudefensie, Natuur & Milieu, de Natuur- en Milieufederaties, Natuurmonumenten, SoortenNL, Stichting de Noordzee, Vogelbescherming Nederland, de Waddenvereniging en WWF-NL.

Positieve eerste indruk Schotse Hooglanders

Grazende hulp in de Fônejacht

Sinds april grazen vijf Schotse Hooglanders in de Fônejacht, een gebied van 13 hectare in Nationaal Park De Alde Feanen. Ze worden ingezet om op natuurlijke wijze de reuzenberenklauw te bestrijden, een invasieve plantensoort die zich snel verspreidt en andere vegetatie verdringt.

Schotse hooglanders

 

Voorzichtig positief

De eerste indruk van hun werk is voorzichtig positief. De dieren zijn actief in de delen van het gebied waar de reuzenberenklauw zich bevindt, en er zijn al plekken zichtbaar waar deze plant duidelijk is teruggedrongen. Dankzij hun wendbaarheid komen de Hooglanders op plekken waar machines minder goed bij kunnen – dat scheelt bovendien in inzet van materieel én uitstoot.

Reuzenbereklauw

Links van de afrastering waar geen Schotse Hooglanders komen en rechts, waar ze wél komen

Later dit jaar: evaluatie

Aan het einde van het jaar volgt een evaluatie van dit beheer. Dan wordt bekeken of de inzet van deze dieren voldoende effect heeft en of uitbreiding nodig is. Voor nu stemmen de eerste signalen hoopvol.

Lees meer over dit project op: www.itfryskegea.nl/nieuws-publicaties/schotse-hooglanders-alde-feanen

Kracht van het Noorden kan in de herkansing

Voorlopig komt er geen Lelylijn, maar wat dan wel? Landschaps- en natuurbeheerders roepen de drie noordelijke provincies op om daar een goed plan voor te bedenken.

Nu de financiering van de Lelylijn op losse schroeven staat, dreigen we in het Noorden met lege handen te komen te staan als het gaat om investeringen vanuit het Rijk. Want de noordelijke lobby hiervoor was volledig opgehangen aan de Lelylijn. Opnieuw doen de natuurorganisaties daarom een oproep aan de noordelijke bestuurders: kom met een integrale visie op Noord-Nederland.

Ruim twee jaar geleden presenteerden de noordelijke natuurorganisaties de visie ‘De kracht van het Noorden’. In eerste instantie was het een reactie op de plannen voor de Lelylijn. De noordelijke bestuurders vonden de Lelylijn hét breekijzer voor een betere toekomst voor Noord-Nederland.

De natuurorganisaties zagen dat toch iets anders. Het risico van inzetten op de Lelylijn in combinatie met grootschalige woningbouw zou ertoe kunnen leiden dat Noord-Nederland meer en meer op de Randstad gaat lijken. Wij zagen destijds kansen om een breed gedragen visie op Noord-Nederland te maken, waarin de specifieke en onderscheidende kwaliteiten van de drie noordelijke provincies versterkt zouden worden. Zoals de prachtige natuur, de variatie in gave landschappen, de sterke landbouwstructuur en de aanwezigheid van rust en ruimte en bijbehorende vrijetijdseconomie.

Gemiste kans

Op dit moment wordt in drie provinciehuizen aan nieuwe provinciale omgevingsvisies gewerkt en hierbij wordt nauwelijks verder gekeken dan de provinciegrenzen. Dat vinden wij een gemiste kans. Er is veel wat ons in het Noorden bindt en dat vraagt om een gezamenlijke ruimtelijke visie.

Hetzelfde geldt voor water. Op dit moment is de waterhuishouding van Noord-Nederland in belangrijke mate afhankelijk van de wateraanvoer vanuit het IJsselmeer. Scenario’s laten zien dat de vraag naar zoet water in Noord-Nederland fors zal stijgen als gevolg van klimaatverandering (droogte) en zeespiegelstijging (verzilting). Tegelijkertijd neemt het aanbod van IJsselmeerwater sterk af door verminderde aanvoer vanuit de Rijn.

Noorden kwetsbaar

Noord-Nederland is zeer kwetsbaar als we er niet voor zorgen dat we minder afhankelijk worden van het IJsselmeerwater. Dit risico geldt voor de natuur en zeker ook voor de landbouw en de drinkwaterwinning. Gelukkig is het Noorden gezegend met een grote grondwatervoorraad in het Drents Plateau. Als we alles op alles zetten om deze voorraad grondwater te vergroten en optimaal te benutten, kunnen we de afhankelijkheid van IJsselmeerwater fors verminderen. Ook dat vraagt om een benadering die de grenzen van waterschappen en provincies overstijgt.

Nu de Lelylijn op een zijspoor is gezet, krijgen de provinciale bestuurders een herkansing om met een integrale en breed gedragen visie te komen op het Noorden. Een visie die uitgaat van een regio waar het ook voor komende generaties goed wonen, werken en leven is en die van grote meerwaarde is voor de BV Nederland.

Dit opiniestuk, geschreven voor Marco Glastra (Het Groninger Landschap), Sonja van der Meer (Het Drentse Landschap) en Henk de Vries (It Fryske Gea), verscheen op 26 mei in de Leeuwarder Courant. Mede namens de noordelijke collega’s van Staatsbosbeheer, Natuurmonumenten en Natuur en Milieufederaties.

Chris Bakker nieuwe directeur It Fryske Gea

Het bestuur van It Fryske Gea heeft Chris Bakker benoemd als nieuwe directeur. Met ingang van 1 oktober 2025 volgt hij Henk de Vries op. Bakker brengt ruime ervaring mee op het snijvlak van natuurbeheer, beleid en maatschappelijke samenwerking. Met zijn benoeming kiest It Fryske Gea nadrukkelijk voor iemand die de sterke inhoudelijke basis van de organisatie verbindt met actuele maatschappelijke vraagstukken als biodiversiteit, klimaatverandering en sociale cohesie.

Chris Bakker

Toekomstperspectief voor Fryslân

Bakker ziet zijn nieuwe rol als een mooie en betekenisvolle uitdaging: ‘De Friese natuur staat onder druk, maar er is hoop – vooral als we nu in actie komen. De afname van biodiversiteit, verminderde verbondenheid tussen groen en mensen en de zichtbare gevolgen van klimaatverandering zijn zorgwekkend. Tegelijkertijd voelen veel mensen een groeiende behoefte om bij te dragen aan het aanpakken van deze grote maatschappelijke vraagstukken. Die behoefte is begrijpelijk, maar het lijkt op wereldniveau vaak moeilijk om echt verschil te maken. Juist daarom is het waardevol dat dit wél kan in onze eigen provincie. Het geeft ons werk betekenis, nu meer dan ooit. It Fryske Gea staat midden in het landschap én de samenleving. Dankzij kennis, een sterk netwerk en grote betrokkenheid kunnen we op eigen schaal het verschil maken – en perspectief bieden voor de toekomst dichtbij huis.’

Hij vervolgt: ‘We beschermen natuur en erfgoed door het zelf aan te kopen en te beheren. Het gaat goed met onze gebieden en gebouwen. We doen het samen: leden, vrijwillige medewerkers en professionals werken betrokken en deskundig aan hetzelfde doel. Onze gebieden zijn van waarde voor mensen: de natuur helpt de gevolgen van klimaatverandering op te vangen en bij ons kun je je thuis voelen in It Fryske Gea, tot rust komen en gezond blijven.’

‘Met mijn ervaring in het verbinden van natuur en samenleving én de liefde voor het Friese landschap, wil ik hier als directeur op voortbouwen. Ik zie ernaar uit om dat samen met onze mensen, leden en partners in Fryslân te doen.’

Bestuur ziet toekomst met vertrouwen tegemoet

Het bestuur van It Fryske Gea is blij met de opvolging van De Vries. Voorzitter Janny Vlietstra spreekt haar vertrouwen uit in de nieuwe directeur: ‘Met Chris Bakker krijgen we een betrokken en deskundige directeur. Hij brengt zowel strategische visie als bestuurlijke ervaring mee en weet wat er speelt in het veld. Zijn vermogen om mensen en belangen te verbinden past uitstekend bij de koers die wij als organisatie willen varen.’ Volgens Vlietstra wil It Fryske Gea met de komst van Bakker zijn rol als natuurbeschermer, erfgoedbeheerder en maatschappelijke verbinder verder versterken.

Over Chris Bakker

Chris Bakker (geboren in 1975) is een ervaren bestuurder en natuurliefhebber met een brede achtergrond in natuurbeheer, ecologie en beleid. Hij studeerde biologie en werkte eerder onder andere bij Het Utrechts Landschap. De afgelopen jaren was hij Adjunct-directeur van It Fryske Gea. In zijn loopbaan heeft hij zich ingezet voor het verbinden van ecologische waarden met maatschappelijke ontwikkelingen, altijd met oog voor de kracht van samenwerking. Bakker voelt zich sterk verbonden met het Friese landschap en de gemeenschap.

Nestgeur…!

In figuurlijk zin bedoelen we daarmee de vertrouwde geur van het gezin en huis waar men vandaan komt en opgroeide. Voor de zeearend jongen zou dit eveneens van toepassing kunnen zijn, maar zeker ook in de letterlijke betekenis van het woord … de geur op het nest!

Vliegende zeearend

Hygiëne op het nest

Inmiddels wordt het nest ruim vier weken bewoond door twee hongerige zeearend jongen. Op de nestrand liggen prooiresten, braakballen en sporen van ontlasting. En zulks in combinatie met warm en zonnig weer …, dan kan het haast niet anders dan dat er sprake is van ‘nestgeur’ in de letterlijke betekenis van het woord. De zeearend ouders nemen met regelmaat de karkassen van de prooien (hazen, meerkoeten, etc.) weer mee van het nest om deze ergens in de polder te droppen. Ook wordt er frequent vers plantaardig materiaal aangevoerd en de nestbodem doorwoeld. Toch maak ik mij geen illusies dat het daar op het nest, althans voor de menselijke reukzin, ontzettend stinkt! Maar dit vormt voor de jonge zeearenden geen enkele belemmering om te groeien als kool en zich gezond te kunnen ontwikkelen totdat ze sterk genoeg zijn om hun vertrouwde nest te verlaten.

Kunnen vogels ruiken?

Tot medio de vorige eeuw waren veel ornithologen (vogeldeskundigen) er van overtuigd dat vogels niet konden ruiken. Maar dat bleek na gedegen wetenschappelijk onderzoek toch anders te zijn. De meeste vogels hebben twee neusgaten (spleetjes) aan de bovenkant van de snavel. Via deze gaten komen de geuren naar binnen en worden getransporteerd naar een hersenkwab die hun reukzin bepaalt. De mate waarin vogels kunnen ruiken verschilt per soort. Hoe groter de genoemde hersenkwab, hoe beter ze kunnen ruiken en de geur detecteren. Zo hebben de aaseters onder de vogels genoeg aan een paar moleculen van het gas (een organische zwavelverbinding) wat vrijkomt uit een vers lijk, om die vervolgens als voedselbron op te kunnen sporen. En ja, hoewel de zeearenden momenteel uitsluitend verse, net gedode, prooien aanvoeren, zijn het eveneens aaseters die goed kunnen ruiken! Ik denk dat zij de geur van de nog aanwezige prooiresten op het nest zeker niet als vervelend en onaangenaam ervaren. Het zou best eens kunnen zijn dat zij die geur ervaren, zoals veel mensen de geur van gefrituurd voedsel weten te waarderen!

Nest zeearend

 

Secret Link