Gepiep uit het nest

Het duurt niet lang meer voordat de zeearendeieren uitkomen in de Alde Feanen. Als je goed luistert, hoor je al dat er een piepend geluid uit het nest komt. Dat zijn de kuikens die nu nog in het ei zitten.

 

Eerste ei!

Eindelijk was het zo ver: op 5 maart na een drie kwartier draaien op het nest, wordt om 15.28 uur het eerste ei gelegd!

 

De nestcam bij de zeearenden staat weer aan!

Broedseizoen 2023

Vorig jaar beleefden we met de webcam het opgroeien van twee gezonde jonge zeearenden in De Alde Feanen. Beelden van het uitvliegen hebben we toen helaas moeten missen; op het moment suprême was er een storing. Het jaar ervoor hebben we het uitvliegen ook gemist, toen was de camera iets te vaak als toilet gebruikt door de jongen. Maar drie keer is scheepsrecht, is het niet? In It Fryske Gea zijn inmiddels al heel wat jonge zeearenden grootgebracht en uitgevlogen. In het broedseizoen 2023 maar liefst 8 jongen!

Zeearenden in Koudum en Makkum

Vanaf 25 februari zit het zeearendpaar weer te broeden in Koudum. Zie onderstaande compilatie van de afgelopen maand, gemaakt door Albert Draaijer.

https://youtu.be/2Yxqsy5pe1U

De zeearenden in Makkum zitten ook al te broeden. Op onderstaand filmpje is de aflossing door de partner bij het broeden duidelijk te zien. Vooral ook hoe voorzichtig de zeearend op het ei gaat zitten.

https://youtu.be/txo0IfPUtXY

Nieuwe excursies: Verhalen in het landschap

Sporen van (cultuur)historie

De naam De Alde Feanen (De Oude Venen) zegt veel over de historie van het gebied, het is een oud veengebied. De natte omstandigheden hebben ervoor gezorgd dat De Alde Feanen de afgelopen duizenden jaren afwisselend wel en niet bewoond is geweest. Boeren, turfstekers en vissers vestigden zich in het gebied, lieten sporen achter en vertrokken weer.

Vanaf het open bovendek van geruisloze excursieboot De Blaustirns kun je de patronnen die door de vervening zijn ontstaan prachtig zien. We varen naar de Rûne Sâne, waar we van boord gaan voor een wandeling van circa 45 minuten. Onze excursieleider vertelt ondertussen op boeiende wijze over de historie en bijzondere bewoners van De Alde Feanen. Na de wandeling varen we terug naar het startpunt van de excursie.

Nationaal Park de Alde Feanen

De Alde Feanen is één van de grootste laagveenmoerassen van Noordwest-Europa. Het afwisselende landschap met petgaten, moerasbossen, riet- en graslanden biedt een thuis aan ontzettend veel bewoners. Er komen 450 plantensoorten en 100 soorten broedvogels voor! Het gebied valt dan ook onder het Europees netwerk van beschermde natuurgebieden (Natura 2000). Als je goed oplet, kun je zomaar een zeearend zien, maar ook reeën, aalscholvers, orchideeën en sporen van otters.

Stinzenflora-seizoen geopend

Stinzenflora bekijken?

Voorafgaand aan een bezoek is het aan te raden om eerst de kalender op de website te bekijken. Via de kalender wordt weergegeven op welke locaties welke stinzenplanten in bloei zijn. Vanwege de historie, grondsoort en ligging is iedere locatie anders en bloeit niet alles tegelijk. De website biedt informatie over deze soorten, bloeitijden en locaties. Deze informatie wordt gedurende het seizoen (februari tot mei) aangedragen door de vrijwillige correspondenten van de locaties zelf. Ook aanvullende informatie over beheer, andere opvallende zaken of te bezoeken plekken wordt gedeeld via de website.

Stinzenflora hotspots

Eén van de beste hotspots voor stinzenflora in Nederland is Landgoed Martenastate. Als voorbode op de lente verschijnen als eerste de sneeuwklokjes en de krokussen. Daarna zijn onder andere de holwortel, de vingerhelmbloem en de bostulp aan de beurt. Het pronkstuk van het park, de laan met het Haarlems Klokkenspel sluit het stinzenplantenseizoen af.

Stinzenflora zoekkaarten

Moeite met het herkennen van de verschillende stinzenflora? Leer het gemakkelijk en op een leuke manier met behulp van de Stinzenflora zoekkaarten. Deze kaarten zijn voor Park Jongemastate in Raerd en het Wikelerbosk. Bekijk of print de PDF’s en ga op zoek naar deze kleurrijke verschijningen. Ook is het leuk om thuis of in het park te kijken of er stinzenplanten groeien! Je vindt ze hier >>

Winterakonieten en sneeuwklokjes – Jongemastate

Meer kans voor weidevogels Warkumerwaard

Werkzaamheden

Op de aangekochte percelen stonden een oude melkschuur en mestzak die beide in slechte staat verkeerden. Predatoren als ratten, hermelijn, bunzing en steenmarter vonden hier schuilplaats en vormden een bedreiging voor weidevogels. De dieren eten de eieren en kuikens van weidevogels.
Vanaf oktober 2023 zijn werkzaamheden uitgevoerd op de twee percelen en een aangrenzend perceel, om meer openheid te creëren en het gebied natter te maken. Door een aansluiting op een hoogwater circuit, dat wordt gestuurd door een molen in eigen beheer, worden de percelen vernat. Ook zijn een nieuwe stuw, enkele pendammen en duikers aangebracht. De oude melkschuur en mestzak zijn verwijderd en geven het gebied meer openheid. De grond waar de opstallen stonden zijn geëgaliseerd en ingezaaid om als grasland met het perceel te beheren.

De werkzaamheden zijn mogelijk gemaakt door een financiële bijdrage vanuit het LIFE-programma van Provincie Fryslân. Door de werkzaamheden krijgen jonge weidevogels meer kans om groot te worden en bij te dragen aan een sterkere populatie weidevogels in Fryslân.

Wandelexcursie met gids

Het natuurgebied is alleen toegankelijk onder begeleiding van een gids. Onze natuurgids neemt je graag mee voor een wandeling en laat je genieten van de natuurpracht. Bekijk hieronder het actuele aanbod van excursies.

Meer ruimte voor natuur en water in Wielsicht

Naast de inrichting van de zomerpolder legt het waterschap ook natuurvriendelijke oevers aan en wordt, waar nodig, de polderdijk om het gebied verbeterd. Zo wordt het water schoner, verbetert de biodiversiteit en is het gebied beter beschermd tegen wateroverlast en watertekort.
De wandelpaden worden ook aangepast aan de nieuwe situatie, zodat het gebied toegankelijk blijft voor wandelaars. Tijdens de werkzaamheden van november tot maart 2024 wordt het gebied in verband met de veiligheid afgesloten voor bezoekers. Na de werkzaamheden is het wandelgebied weer toegankelijk. Lees meer over dit project

5 tips voor een diervriendelijke tuin

1. Controleer voedersilo’s en -tafels en hang nestkastjes op. Vervang kapotte exemplaren en maak de bruikbare exemplaren schoon. Dit is ook het moment om alvast nestkastjes op te hangen. Vogels hebben vaak tijd nodig om te wennen aan een nieuw nestkastje voor ze er daadwerkelijk in gaan broeden. Pimpelmezen, koolmezen en ook de grote bonte specht gebruiken ze ook graag als slaapplek in de koude maanden.

2. Maak wat rommelige hoekjes. Verwilderde hoekjes zijn een echt paradijs voor veel soorten dieren. Denk aan stapeltjes hakhout, dakpannen en takken in een rustig hoekje van de tuin, dit zijn ideale winterplekken voor onder andere egels, kikkers, padden en salamanders. Of laat stapels plantenpotten op een beschutte plek staan voor insecten die een koele, droge plek zoeken.

3. Laat bladeren en fruit liggen. Hier doet de natuur het werk eigenlijk al voor jou! Laat voortaan de herfstbladeren liggen en ruim gerust wat minder op. Ook gevallen vruchten van fruit dragende bomen of struiken in je tuin zijn van groot belang voor allerlei dieren. Voor trekvogels zoals kramsvogel en koperwiek is dit een waar feestmaal!

Egels zijn dol op rommelige hoekjes

Tip! Egels hebben meestal een groter leefgebied dan jouw tuin. Kijk daarom goed of egels wel van de ene tuin naar de andere kunnen komen. Staat er een schutting tussen jouw tuin en die van de buren? Maak dan wat openingen aan de onderkant van je schutting zodat ze naar de tuin van de buren kunnen. Leuk om samen met de buren te doen, maar een egelsnelweg door meer tuinen is natuurlijk nog leuker en beter! 

4. Plant een haag, boom, struik of bloembollen. Dit is ook het moment om te gaan planten! Hagen, bomen en struiken zijn niet alleen een aanwinst voor je tuin, ze zijn ook nog eens een thuis voor veel dieren. Ze schuilen er in of vinden er hun voedsel. Wil je in het voorjaar en in de zomer een tuin vol bloemen? Plant dan nu alvast de bloembollen, daarmee maak je de bijen en vlinders ook nog eens erg blij.

5. Maak een composthoop. Eén derde van je afval kan je omtoveren tot krachtvoer voor je (moes)tuin. Door te composteren doe je eigenlijk wat de natuur altijd al gedaan heeft: de natuurlijke kringloop zijn gang laten gaan. Voor vogels en egels is je composthoop een heerlijk buffet en een goede plaats voor een winterslaap! Wees daarom voorzichtig met het aanharken van de composthoop.

Mooie krachtproef voor ambities It Fryske Gea

Voor It Fryske Gea was de aankoop van de boerderij, inclusief 40 hectare weidevogelland, vorig jaar een ‘boppeslach’. Bestuurslid Dennis Mous is “absoluut heel blij” met de aanwinst. Hij meent dat It Fryske Gea een belangrijke rol heeft te spelen in het behoud van de ‘kathedralen’ van het platteland.
Mous vergelijkt de opgave waar Fryslân voor staat ten aanzien van leegstaande of verpauperde boerderijen met die van de monumentale kerken in dorpen en steden. “Volgens prognoses verliezen jaarlijks zo’n tachtig tot honderd boerderijen hun huidige functie. Behoud is voor het Friese landschap van wezenlijk belang. Het zijn goede plekken om te wonen.”

It Fryske Gea zet zich niet alleen in voor natuur en landschap, maar ook voor het ‘rode’ erfgoed. Juist omdat boerderijen, landerijen en landschap zo nauw verweven zijn. It Kathûs is, aldus Mous, een uitgelezen kans ervaring op te doen in het vinden van een passende herbestemming van boerderijen, zonder afbreuk te doen aan landschap en natuur. “Ik zie de herbestemming en het opknappen van It Kathûs als een mooie krachtproef voor de toekomstige invulling van onze ambities. Het is zonde hoeveel boerderijen in slechte staat verkeren.” Mous ziet kansen vrijkomende boerderijen te splitsen in meerdere woningen of te combineren met zorgconcepten, een recreatiefunctie of andere woonvormen. “Het is belangrijk hierbij goed samen te werken met provincie, Hûs en Hiem en betrokken lokale partijen.”

In kaart gebracht

In opdracht van It Fryske Gea is allereerst de landschappelijke, ecologische en cultuurhistorische waarde van de stelpboerderij, en bijbehorend grasland, door deskundigen in kaart gebracht. Zij komen tot de slotsom dat It Kathûs voor een goed begrip van Fryslân en haar landbouwverleden van groot belang is. De manier van boeren creëerde een omgeving waarin grutto, tureluur, scholekster en kievit goed gedijen. Die samenhang is bijzonder. De boerderij ligt wat achteraf aan de Sodumerdyk in het veenweidegebied ten noordoosten van Nes, in het stroomdal van de Boarn. Op een handvol elzen, knotwilgen en populieren na is het een boomloos weidelandschap. Het oude grasland rondom de stelpboerderij bleef grotendeels onaangeroerd, zo schrijft landschapsdeskundige Jeroen Wiersma in zijn onderzoeksrapportage.

Spataderen in het boerenland

In de zevende en achtste eeuw stond het gebied onder invloed van de Middelzee; de Boarn was destijds een getijdenrivier. De dunne laag klei die door de werking van het getij achterbleef in de kreken klonk later minder in dan het veen. De kreken liggen daardoor nu als ‘spataderen’ in het boerenland. Deze inversieruggen zijn volgens Wiersma in ‘zeer gave toestand’ bewaard gebleven. De pioniers trokken via de Boarn steeds dieper het hoogveenmoeras in om het woeste land te ontginnen. Om het metersdikke hoogveen te ontwateren, groeven ze ontwateringssloten die ervoor zorgden dat het veen versneld inklonk. Het gehucht en de polder waartoe de boerderij behoort heet Soarremoarre, dat ‘het zuidelijk moeras’ betekent.

Klooster had grote invloed

In de achtste eeuw effenden missionarissen het pad voor het christelijk geloof. Aldeboarn was in die tijd een belangrijke plaats. Er verrees al in de tiende eeuw een kerk. Mogelijk dat de hoogveenontginningen en de vette, vruchtbare klei langs de Boarn daarin een rol speelden. Zeker is dat de welvarende Duitse kloosterorde om die reden in Nes een klooster vestigde. It Kathûs was één van de kloosterboerderijen. Uiteindelijk bezat het klooster 600 hectare, verdeeld over drie dorpen en vierentwintig boerderijen. Na de reformatie kwamen alle bezittingen in handen van de Staten van Friesland. It Kathûs werd verkocht aan de adellijke familie Sminia.

Fijnmazig greppelpatroon

De boerderij staat op een laatmiddeleeuwse huisterp. De overige percelen bestonden uit ingepolderd weiland en hooiland. De waterbeheersing vormde de sleutel tot een goede productie. Door een ingenieus stelsel van greppels en dwarsgreppels liep overtollig regenwater weg naar de poldersloten die in verbinding stonden met het boezemwater.

Bij It Kathûs is dat fijnmazige greppelpatroon goed bewaard gebleven. Dat maakt het voor Fryslân tot een bijzondere plek. Niet alleen vanuit cultuurhistorisch oogpunt, maar ook qua natuur. De spataderen zorgen voor variatie tussen nat en droog en de greppels bieden schuilplaatsen voor de kuikens van weidevogels. De rode regenworm, hoofdmaal van weidevogels, gedijt veel beter in een landschap met greppels dan in een egale vlakte.

Historische stelpboerderij

Uit de bouwhistorische opname en waardestelling van adviesbureau BDM blijkt dat de vrijwel intact gebleven stelpboerderij uit 1904 veel monumentale waarde heeft. Tel daarbij op het ‘volstrekt gaaf bewaarde eeuwenoude cultuurlandschap’ en het cultuurhistorisch en landschappelijk belang van It Kathûs is zonneklaar. Ook de stookhut en het varkenshok zijn nog aanwezig.

De fraaie Friese stelpboerderij is kenmerkend voor historische boerderijen vanaf de achttiende tot in de vroege twintigste eeuw. BMD prijst de kwaliteit van het ontwerp ‘in een zorgvuldig vormgegeven traditioneel ambachtelijke stijl met sporadisch gebruik van neorenaissance elementen.’ Het woongedeelte bestaande uit een betegelde gang en lambrisering, een woonkamer met keuken en bedstedenwand, een opkamer en een pronkkamer met ornamenten, versierde stookplaats, decoratieve schilderingen en het authentieke spekhok op zolder is nagenoeg ongeschonden. Het rapport van BMD rept van ‘een zorgvuldig ontworpen geheel waarvan de onderdelen op elkaar afgestemd zijn.’

Authentieke constructie

Het bintwerk in de boerderij kent twee bouwfasen. De twee voorste binten dateren van de nieuwbouw in 1904 en zijn van Amerikaans grenen. De achterste drie binten zijn hergebruikt uit de in 1857 gebouwde voorganger. Zij zijn van Zweeds vurenhout, zo blijkt uit het onderzoek van Paul Borghaerts. De specialist in houtdatering trof geen materiaal aan uit een nog eerdere bouwfase of uit een langhuis. De binten van Amerikaans grenen zijn nog in uitstekende conditie, terwijl de achterste drie hebben geleden onder insectenvraat en schimmels. Dat komt vooral door de aanwezigheid van vee in de schuur. ‘De vochtige, warme dampen, die door vee ontstaan, zijn funest voor vurenhout’, schrijft hij. Het bintwerk getuigt ‘van traditioneel timmermanswerk’. Het is kenmerkend voor het type stelpboerderij waarbij de gebinten doorgaan in het woongedeelte.

Ingrijpende opknapbeurt

Aan de hand van de rapporten en aanbevelingen stelt It Fryske Gea een plan op voor de ingrijpende opknapbeurt van zowel de boerderij als de landerijen. Mous: “Met de onderzoeken die gedaan zijn kunnen we de juiste keuzes maken. We willen nu doorpakken.” De originaliteit van de boerderij is volgens hem bijzonder, zo blijkt ook uit de verschillende onderzoeken. De staat waarin het pand verkeert, laat helaas te wensen over. Er is in de laatste decennia weinig aan onderhoud gedaan en ook leegstand deed de stelpboerderij geen goed. Het erf is alvast opgeschoond, de stallen zonder monumentale waarde – waarin asbest was verwerkt – zijn gesloopt. Ook verwilderde, in de jaren zeventig aangeplante, struiken in de voortuin zijn verwijderd. Zo komen de leilindes bij de keuken beter tot hun recht. Enkele essen met essentakziekte zijn gekapt en de singel is gesnoeid zodat de bomen weer kunnen uitlopen.

Weidevogels terug in Eanjumerkolken

https://www.youtube.com/watch?v=ln6lIMMzN6g

“Door het terugbrengen van greppels, het verhogen van het waterpeil en een mooie samenwerking tussen It Fryske Gea en de pachters is al veel verbeterd, maar het doel is om het gebied nog geschikter te maken voor de weidevogels”, vertelt Bauke Dijkstra, opzichter district Noard. “Het is toch prachtig dat we vorig jaar zoveel broedparen telden: 14 grutto, 41 kievit, 21 tureluur, 10 scholekster en 3 veldleeuwerik. Nog los van de broedparen van gele kwikstaart, graspieper, bergeend, krakeend, kuifeend en slobeend. En niet te vergeten nesten van watersnip en zomertaling. Zelfs de kluut is weer teruggekeerd. Hoe mooi kan het zijn?”

Elkaar versterken

In de tijd dat It Fryske Gea besloot de Eanjumerkolken aan te pakken, startte ook het project Wij & Wadvogels voor het verbeteren van de omstandigheden voor broedende, rustende en foeragerende vogels in het Waddengebied. Een ander project waar It Fryske Gea op aansloot is het project Súd Ie, Wetterfront Dokkum voor het weer bevaarbaar maken van de vaarroute tussen Dokkum en Oostmahorn. De Suder Ie, die gedeeltelijk samenvalt met de grens van de Eanjumerkolken, is een oude slenk die vanuit de Waddenzee het land inliep. Door de tijd heen verloor dit water onder meer door de aanleg van bruggen de functie van vaarroute. Ook de sterk verminderde ecologische kwaliteit van de Suder Ie vroeg om herstel.

Via de sluizen van het Lauwersmeer probeert Wetterskip Fryslân zoveel mogelijk vis terug te krijgen in de Friese boezem. Hindernissen zoals stuwen, gemalen en sluizen maken ze toegankelijk. “De Eanjumerkolken is aangewezen als paai- en opgroeigebied voor onder meer de driedoornige stekelbaars en de glasaal. Daarvoor moeten ze natuurlijk wel het gebied in en uit kunnen trekken. Sinds 2013 zijn in dit kader al veel projecten afgerond. De oevers van de Súd Ie zijn natuurlijker gemaakt, de afwatering is verbeterd en de waterhuishouding is aangepast. Er zijn ook vispassages gerealiseerd en duikers vervangen.”

Pachters en weidevogels

Van de hogere waterpeilen, dankzij vispasseerbare stuwen, profiteren ook de weidevogels in dit voor hen zo belangrijke gebied. Het beheer, inclusief het onderwater zetten van percelen en het weer afvoeren van water, gebeurt in overleg met de pachters. De weidevogelcoördinator zorgt voor de planning van een werkbaar mozaïek van beweiden, maaien en waterbeheer.

“Zo’n lappendeken is zeer gunstig voor de weidevogels, maar onze pachters moeten in het voorjaar natuurlijk wel weer het land op kunnen. Door goed overleg ben je samen sterk. Boeren hebben land nodig en wij hebben de boeren nodig, want zij hebben het juiste materieel en het vee. Vee is namelijk ook een mooie toevoeging voor het weidevogelbeheer. Vee zorgt voor leven, structuur en natuurlijke bemesting waar insecten op afkomen. Bovendien floreert daardoor het bodemleven. Omdat vee ook nesten kan vertrappen, kijken we goed waar het kan lopen. Kleine aantallen kunnen het gebied mooi kaal houden, ook weer goed voor de kuikens die vanuit het lange gras al snel naar de kale stukken trekken. Rondom de Eanjumerkolken zorgt het Agrarisch Collectief Waadrâne met agrarisch natuurbeheer ook nog voor een schil ter versterking van het kerngebied.”

“De lage graslanden zijn ook een ideale habitat voor planten,” stipt Bauke nog even aan. “De behaarde boterbloem bijvoorbeeld, maar ook kamgras, melkkruid en zilte schijnspurrie profiteren van de brakke plekken waar nog sprake is van zoute kwel. Het is geweldig om te zien hoe we een gebied samen in korte tijd zo kunnen verbeteren. En met een nieuw project onder de vlag van Wij & Wadvogels 2e fase kunnen we de komende jaren nog een slag maken.”

Over de Eanjumerkolken

De Eanjumerkolken is een kleinschalig natuurgebied van 141 hectare bij het dorp Anjum – Eanjum in het Frysk, vandaar de naam. Met twee cultuurhistorische elementen in de vorm van eendenkooien en de verspreid liggende drinkdobben, is het een uniek gebied. Tot het afsluiten van de Lauwerszee in 1969 was het een laaggelegen, slecht ontwaterd gebied waarvan het oorspronkelijke karakter door de ruilverkaveling in 1950 sterk was aangetast. De eendenkooien waren toen al eigendom van It Fryske Gea en in 1953 gebeurde dat ook met de laaggelegen graslanden.

Secret Link