De naam De Alde Feanen (De Oude Venen) zegt veel over de historie van het gebied, het is een oud veengebied. De natte omstandigheden hebben ervoor gezorgd dat De Alde Feanen de afgelopen duizenden jaren afwisselend wel en niet bewoond is geweest. Boeren, turfstekers en vissers vestigden zich in het gebied, lieten sporen achter en vertrokken weer.
Vanaf het open bovendek van geruisloze excursieboot De Blaustirns kun je de patronnen die door de vervening zijn ontstaan prachtig zien. We varen naar de Rûne Sâne, waar we van boord gaan voor een wandeling van circa 45 minuten. Onze excursieleider vertelt ondertussen op boeiende wijze over de historie en bijzondere bewoners van De Alde Feanen. Na de wandeling varen we terug naar het startpunt van de excursie.
Nationaal Park de Alde Feanen
De Alde Feanen is één van de grootste laagveenmoerassen van Noordwest-Europa. Het afwisselende landschap met petgaten, moerasbossen, riet- en graslanden biedt een thuis aan ontzettend veel bewoners. Er komen 450 plantensoorten en 100 soorten broedvogels voor! Het gebied valt dan ook onder het Europees netwerk van beschermde natuurgebieden (Natura 2000). Als je goed oplet, kun je zomaar een zeearend zien, maar ook reeën, aalscholvers, orchideeën en sporen van otters.
https://www.itfryskegea.nl/wp-content/uploads/2025/01/header-midden.jpg15002000adminhttps://www.itfryskegea.nl/wp-content/uploads/2024/04/logo.svgadmin2024-02-28 10:13:332025-01-03 12:47:19Nieuwe excursies: Verhalen in het landschap
Voorafgaand aan een bezoek is het aan te raden om eerst de kalender op de website te bekijken. Via de kalender wordt weergegeven op welke locaties welke stinzenplanten in bloei zijn. Vanwege de historie, grondsoort en ligging is iedere locatie anders en bloeit niet alles tegelijk. De website biedt informatie over deze soorten, bloeitijden en locaties. Deze informatie wordt gedurende het seizoen (februari tot mei) aangedragen door de vrijwillige correspondenten van de locaties zelf. Ook aanvullende informatie over beheer, andere opvallende zaken of te bezoeken plekken wordt gedeeld via de website.
Stinzenflora hotspots
Eén van de beste hotspots voor stinzenflora in Nederland is Landgoed Martenastate. Als voorbode op de lente verschijnen als eerste de sneeuwklokjes en de krokussen. Daarna zijn onder andere de holwortel, de vingerhelmbloem en de bostulp aan de beurt. Het pronkstuk van het park, de laan met het Haarlems Klokkenspel sluit het stinzenplantenseizoen af.
Stinzenflora zoekkaarten
Moeite met het herkennen van de verschillende stinzenflora? Leer het gemakkelijk en op een leuke manier met behulp van de Stinzenflora zoekkaarten. Deze kaarten zijn voor Park Jongemastate in Raerd en het Wikelerbosk. Bekijk of print de PDF’s en ga op zoek naar deze kleurrijke verschijningen. Ook is het leuk om thuis of in het park te kijken of er stinzenplanten groeien! Je vindt ze hier >>
Op de aangekochte percelen stonden een oude melkschuur en mestzak die beide in slechte staat verkeerden. Predatoren als ratten, hermelijn, bunzing en steenmarter vonden hier schuilplaats en vormden een bedreiging voor weidevogels. De dieren eten de eieren en kuikens van weidevogels. Vanaf oktober 2023 zijn werkzaamheden uitgevoerd op de twee percelen en een aangrenzend perceel, om meer openheid te creëren en het gebied natter te maken. Door een aansluiting op een hoogwater circuit, dat wordt gestuurd door een molen in eigen beheer, worden de percelen vernat. Ook zijn een nieuwe stuw, enkele pendammen en duikers aangebracht. De oude melkschuur en mestzak zijn verwijderd en geven het gebied meer openheid. De grond waar de opstallen stonden zijn geëgaliseerd en ingezaaid om als grasland met het perceel te beheren.
De werkzaamheden zijn mogelijk gemaakt door een financiële bijdrage vanuit het LIFE-programma van Provincie Fryslân. Door de werkzaamheden krijgen jonge weidevogels meer kans om groot te worden en bij te dragen aan een sterkere populatie weidevogels in Fryslân.
Wandelexcursie met gids
Het natuurgebied is alleen toegankelijk onder begeleiding van een gids. Onze natuurgids neemt je graag mee voor een wandeling en laat je genieten van de natuurpracht. Bekijk hieronder het actuele aanbod van excursies.
https://www.itfryskegea.nl/wp-content/uploads/2025/01/Warkumerwaard-3.jpg8861181adminhttps://www.itfryskegea.nl/wp-content/uploads/2024/04/logo.svgadmin2023-11-20 12:50:452025-01-03 12:47:24Meer kans voor weidevogels Warkumerwaard
Naast de inrichting van de zomerpolder legt het waterschap ook natuurvriendelijke oevers aan en wordt, waar nodig, de polderdijk om het gebied verbeterd. Zo wordt het water schoner, verbetert de biodiversiteit en is het gebied beter beschermd tegen wateroverlast en watertekort. De wandelpaden worden ook aangepast aan de nieuwe situatie, zodat het gebied toegankelijk blijft voor wandelaars. Tijdens de werkzaamheden van november tot maart 2024 wordt het gebied in verband met de veiligheid afgesloten voor bezoekers. Na de werkzaamheden is het wandelgebied weer toegankelijk. Lees meer over dit project
https://www.itfryskegea.nl/wp-content/uploads/2023/11/meer-ruimte-voor-water-en-natuur-in-wielsicht_bw-1024x682-1.webp6821024adminhttps://www.itfryskegea.nl/wp-content/uploads/2024/04/logo.svgadmin2023-11-01 20:28:422025-05-07 14:58:26Meer ruimte voor natuur en water in Wielsicht
1.Controleer voedersilo’s en -tafels en hang nestkastjes op. Vervang kapotte exemplaren en maak de bruikbare exemplaren schoon. Dit is ook het moment om alvast nestkastjes op te hangen. Vogels hebben vaak tijd nodig om te wennen aan een nieuw nestkastje voor ze er daadwerkelijk in gaan broeden. Pimpelmezen, koolmezen en ook de grote bonte specht gebruiken ze ook graag als slaapplek in de koude maanden.
2.Maak wat rommelige hoekjes. Verwilderde hoekjes zijn een echt paradijs voor veel soorten dieren. Denk aan stapeltjes hakhout, dakpannen en takken in een rustig hoekje van de tuin, dit zijn ideale winterplekken voor onder andere egels, kikkers, padden en salamanders. Of laat stapels plantenpotten op een beschutte plek staan voor insecten die een koele, droge plek zoeken.
3. Laat bladeren en fruit liggen. Hier doet de natuur het werk eigenlijk al voor jou! Laat voortaan de herfstbladeren liggen en ruim gerust wat minder op. Ook gevallen vruchten van fruit dragende bomen of struiken in je tuin zijn van groot belang voor allerlei dieren. Voor trekvogels zoals kramsvogel en koperwiek is dit een waar feestmaal!
Egels zijn dol op rommelige hoekjes
Tip! Egels hebben meestal een groter leefgebied dan jouw tuin. Kijk daarom goed of egels wel van de ene tuin naar de andere kunnen komen. Staat er een schutting tussen jouw tuin en die van de buren? Maak dan wat openingen aan de onderkant van je schutting zodat ze naar de tuin van de buren kunnen. Leuk om samen met de buren te doen, maar een egelsnelweg door meer tuinen is natuurlijk nog leuker en beter!
4. Plant een haag, boom, struik of bloembollen. Dit is ook het moment om te gaan planten! Hagen, bomen en struiken zijn niet alleen een aanwinst voor je tuin, ze zijn ook nog eens een thuis voor veel dieren. Ze schuilen er in of vinden er hun voedsel. Wil je in het voorjaar en in de zomer een tuin vol bloemen? Plant dan nu alvast de bloembollen, daarmee maak je de bijen en vlinders ook nog eens erg blij.
5. Maak een composthoop. Eén derde van je afval kan je omtoveren tot krachtvoer voor je (moes)tuin. Door te composteren doe je eigenlijk wat de natuur altijd al gedaan heeft: de natuurlijke kringloop zijn gang laten gaan. Voor vogels en egels is je composthoop een heerlijk buffet en een goede plaats voor een winterslaap! Wees daarom voorzichtig met het aanharken van de composthoop.
Padden
https://www.itfryskegea.nl/wp-content/uploads/2025/01/egel-herfst.jpg9441417adminhttps://www.itfryskegea.nl/wp-content/uploads/2024/04/logo.svgadmin2023-10-04 11:36:002025-05-07 14:54:155 tips voor een diervriendelijke tuin
Voor It Fryske Gea was de aankoop van de boerderij, inclusief 40 hectare weidevogelland, vorig jaar een ‘boppeslach’. Bestuurslid Dennis Mous is “absoluut heel blij” met de aanwinst. Hij meent dat It Fryske Gea een belangrijke rol heeft te spelen in het behoud van de ‘kathedralen’ van het platteland. Mous vergelijkt de opgave waar Fryslân voor staat ten aanzien van leegstaande of verpauperde boerderijen met die van de monumentale kerken in dorpen en steden. “Volgens prognoses verliezen jaarlijks zo’n tachtig tot honderd boerderijen hun huidige functie. Behoud is voor het Friese landschap van wezenlijk belang. Het zijn goede plekken om te wonen.”
It Fryske Gea zet zich niet alleen in voor natuur en landschap, maar ook voor het ‘rode’ erfgoed. Juist omdat boerderijen, landerijen en landschap zo nauw verweven zijn. It Kathûs is, aldus Mous, een uitgelezen kans ervaring op te doen in het vinden van een passende herbestemming van boerderijen, zonder afbreuk te doen aan landschap en natuur. “Ik zie de herbestemming en het opknappen van It Kathûs als een mooie krachtproef voor de toekomstige invulling van onze ambities. Het is zonde hoeveel boerderijen in slechte staat verkeren.” Mous ziet kansen vrijkomende boerderijen te splitsen in meerdere woningen of te combineren met zorgconcepten, een recreatiefunctie of andere woonvormen. “Het is belangrijk hierbij goed samen te werken met provincie, Hûs en Hiem en betrokken lokale partijen.”
In kaart gebracht
In opdracht van It Fryske Gea is allereerst de landschappelijke, ecologische en cultuurhistorische waarde van de stelpboerderij, en bijbehorend grasland, door deskundigen in kaart gebracht. Zij komen tot de slotsom dat It Kathûs voor een goed begrip van Fryslân en haar landbouwverleden van groot belang is. De manier van boeren creëerde een omgeving waarin grutto, tureluur, scholekster en kievit goed gedijen. Die samenhang is bijzonder. De boerderij ligt wat achteraf aan de Sodumerdyk in het veenweidegebied ten noordoosten van Nes, in het stroomdal van de Boarn. Op een handvol elzen, knotwilgen en populieren na is het een boomloos weidelandschap. Het oude grasland rondom de stelpboerderij bleef grotendeels onaangeroerd, zo schrijft landschapsdeskundige Jeroen Wiersma in zijn onderzoeksrapportage.
Spataderen in het boerenland
In de zevende en achtste eeuw stond het gebied onder invloed van de Middelzee; de Boarn was destijds een getijdenrivier. De dunne laag klei die door de werking van het getij achterbleef in de kreken klonk later minder in dan het veen. De kreken liggen daardoor nu als ‘spataderen’ in het boerenland. Deze inversieruggen zijn volgens Wiersma in ‘zeer gave toestand’ bewaard gebleven. De pioniers trokken via de Boarn steeds dieper het hoogveenmoeras in om het woeste land te ontginnen. Om het metersdikke hoogveen te ontwateren, groeven ze ontwateringssloten die ervoor zorgden dat het veen versneld inklonk. Het gehucht en de polder waartoe de boerderij behoort heet Soarremoarre, dat ‘het zuidelijk moeras’ betekent.
Klooster had grote invloed
In de achtste eeuw effenden missionarissen het pad voor het christelijk geloof. Aldeboarn was in die tijd een belangrijke plaats. Er verrees al in de tiende eeuw een kerk. Mogelijk dat de hoogveenontginningen en de vette, vruchtbare klei langs de Boarn daarin een rol speelden. Zeker is dat de welvarende Duitse kloosterorde om die reden in Nes een klooster vestigde. It Kathûs was één van de kloosterboerderijen. Uiteindelijk bezat het klooster 600 hectare, verdeeld over drie dorpen en vierentwintig boerderijen. Na de reformatie kwamen alle bezittingen in handen van de Staten van Friesland. It Kathûs werd verkocht aan de adellijke familie Sminia.
Fijnmazig greppelpatroon
De boerderij staat op een laatmiddeleeuwse huisterp. De overige percelen bestonden uit ingepolderd weiland en hooiland. De waterbeheersing vormde de sleutel tot een goede productie. Door een ingenieus stelsel van greppels en dwarsgreppels liep overtollig regenwater weg naar de poldersloten die in verbinding stonden met het boezemwater.
Bij It Kathûs is dat fijnmazige greppelpatroon goed bewaard gebleven. Dat maakt het voor Fryslân tot een bijzondere plek. Niet alleen vanuit cultuurhistorisch oogpunt, maar ook qua natuur. De spataderen zorgen voor variatie tussen nat en droog en de greppels bieden schuilplaatsen voor de kuikens van weidevogels. De rode regenworm, hoofdmaal van weidevogels, gedijt veel beter in een landschap met greppels dan in een egale vlakte.
Historische stelpboerderij
Uit de bouwhistorische opname en waardestelling van adviesbureau BDM blijkt dat de vrijwel intact gebleven stelpboerderij uit 1904 veel monumentale waarde heeft. Tel daarbij op het ‘volstrekt gaaf bewaarde eeuwenoude cultuurlandschap’ en het cultuurhistorisch en landschappelijk belang van It Kathûs is zonneklaar. Ook de stookhut en het varkenshok zijn nog aanwezig.
De fraaie Friese stelpboerderij is kenmerkend voor historische boerderijen vanaf de achttiende tot in de vroege twintigste eeuw. BMD prijst de kwaliteit van het ontwerp ‘in een zorgvuldig vormgegeven traditioneel ambachtelijke stijl met sporadisch gebruik van neorenaissance elementen.’ Het woongedeelte bestaande uit een betegelde gang en lambrisering, een woonkamer met keuken en bedstedenwand, een opkamer en een pronkkamer met ornamenten, versierde stookplaats, decoratieve schilderingen en het authentieke spekhok op zolder is nagenoeg ongeschonden. Het rapport van BMD rept van ‘een zorgvuldig ontworpen geheel waarvan de onderdelen op elkaar afgestemd zijn.’
Authentieke constructie
Het bintwerk in de boerderij kent twee bouwfasen. De twee voorste binten dateren van de nieuwbouw in 1904 en zijn van Amerikaans grenen. De achterste drie binten zijn hergebruikt uit de in 1857 gebouwde voorganger. Zij zijn van Zweeds vurenhout, zo blijkt uit het onderzoek van Paul Borghaerts. De specialist in houtdatering trof geen materiaal aan uit een nog eerdere bouwfase of uit een langhuis. De binten van Amerikaans grenen zijn nog in uitstekende conditie, terwijl de achterste drie hebben geleden onder insectenvraat en schimmels. Dat komt vooral door de aanwezigheid van vee in de schuur. ‘De vochtige, warme dampen, die door vee ontstaan, zijn funest voor vurenhout’, schrijft hij. Het bintwerk getuigt ‘van traditioneel timmermanswerk’. Het is kenmerkend voor het type stelpboerderij waarbij de gebinten doorgaan in het woongedeelte.
Ingrijpende opknapbeurt
Aan de hand van de rapporten en aanbevelingen stelt It Fryske Gea een plan op voor de ingrijpende opknapbeurt van zowel de boerderij als de landerijen. Mous: “Met de onderzoeken die gedaan zijn kunnen we de juiste keuzes maken. We willen nu doorpakken.” De originaliteit van de boerderij is volgens hem bijzonder, zo blijkt ook uit de verschillende onderzoeken. De staat waarin het pand verkeert, laat helaas te wensen over. Er is in de laatste decennia weinig aan onderhoud gedaan en ook leegstand deed de stelpboerderij geen goed. Het erf is alvast opgeschoond, de stallen zonder monumentale waarde – waarin asbest was verwerkt – zijn gesloopt. Ook verwilderde, in de jaren zeventig aangeplante, struiken in de voortuin zijn verwijderd. Zo komen de leilindes bij de keuken beter tot hun recht. Enkele essen met essentakziekte zijn gekapt en de singel is gesnoeid zodat de bomen weer kunnen uitlopen.
https://www.itfryskegea.nl/wp-content/uploads/2025/01/kathus.jpg12001800adminhttps://www.itfryskegea.nl/wp-content/uploads/2024/04/logo.svgadmin2023-09-29 13:16:302025-01-03 12:47:22Mooie krachtproef voor ambities It Fryske Gea
“Door het terugbrengen van greppels, het verhogen van het waterpeil en een mooie samenwerking tussen It Fryske Gea en de pachters is al veel verbeterd, maar het doel is om het gebied nog geschikter te maken voor de weidevogels”, vertelt Bauke Dijkstra, opzichter district Noard. “Het is toch prachtig dat we vorig jaar zoveel broedparen telden: 14 grutto, 41 kievit, 21 tureluur, 10 scholekster en 3 veldleeuwerik. Nog los van de broedparen van gele kwikstaart, graspieper, bergeend, krakeend, kuifeend en slobeend. En niet te vergeten nesten van watersnip en zomertaling. Zelfs de kluut is weer teruggekeerd. Hoe mooi kan het zijn?”
Elkaar versterken
In de tijd dat It Fryske Gea besloot de Eanjumerkolken aan te pakken, startte ook het project Wij & Wadvogels voor het verbeteren van de omstandigheden voor broedende, rustende en foeragerende vogels in het Waddengebied. Een ander project waar It Fryske Gea op aansloot is het project Súd Ie, Wetterfront Dokkum voor het weer bevaarbaar maken van de vaarroute tussen Dokkum en Oostmahorn. De Suder Ie, die gedeeltelijk samenvalt met de grens van de Eanjumerkolken, is een oude slenk die vanuit de Waddenzee het land inliep. Door de tijd heen verloor dit water onder meer door de aanleg van bruggen de functie van vaarroute. Ook de sterk verminderde ecologische kwaliteit van de Suder Ie vroeg om herstel.
Via de sluizen van het Lauwersmeer probeert Wetterskip Fryslân zoveel mogelijk vis terug te krijgen in de Friese boezem. Hindernissen zoals stuwen, gemalen en sluizen maken ze toegankelijk. “De Eanjumerkolken is aangewezen als paai- en opgroeigebied voor onder meer de driedoornige stekelbaars en de glasaal. Daarvoor moeten ze natuurlijk wel het gebied in en uit kunnen trekken. Sinds 2013 zijn in dit kader al veel projecten afgerond. De oevers van de Súd Ie zijn natuurlijker gemaakt, de afwatering is verbeterd en de waterhuishouding is aangepast. Er zijn ook vispassages gerealiseerd en duikers vervangen.”
Pachters en weidevogels
Van de hogere waterpeilen, dankzij vispasseerbare stuwen, profiteren ook de weidevogels in dit voor hen zo belangrijke gebied. Het beheer, inclusief het onderwater zetten van percelen en het weer afvoeren van water, gebeurt in overleg met de pachters. De weidevogelcoördinator zorgt voor de planning van een werkbaar mozaïek van beweiden, maaien en waterbeheer.
“Zo’n lappendeken is zeer gunstig voor de weidevogels, maar onze pachters moeten in het voorjaar natuurlijk wel weer het land op kunnen. Door goed overleg ben je samen sterk. Boeren hebben land nodig en wij hebben de boeren nodig, want zij hebben het juiste materieel en het vee. Vee is namelijk ook een mooie toevoeging voor het weidevogelbeheer. Vee zorgt voor leven, structuur en natuurlijke bemesting waar insecten op afkomen. Bovendien floreert daardoor het bodemleven. Omdat vee ook nesten kan vertrappen, kijken we goed waar het kan lopen. Kleine aantallen kunnen het gebied mooi kaal houden, ook weer goed voor de kuikens die vanuit het lange gras al snel naar de kale stukken trekken. Rondom de Eanjumerkolken zorgt het Agrarisch Collectief Waadrâne met agrarisch natuurbeheer ook nog voor een schil ter versterking van het kerngebied.”
“De lage graslanden zijn ook een ideale habitat voor planten,” stipt Bauke nog even aan. “De behaarde boterbloem bijvoorbeeld, maar ook kamgras, melkkruid en zilte schijnspurrie profiteren van de brakke plekken waar nog sprake is van zoute kwel. Het is geweldig om te zien hoe we een gebied samen in korte tijd zo kunnen verbeteren. En met een nieuw project onder de vlag van Wij & Wadvogels 2e fase kunnen we de komende jaren nog een slag maken.”
Over de Eanjumerkolken
De Eanjumerkolken is een kleinschalig natuurgebied van 141 hectare bij het dorp Anjum – Eanjum in het Frysk, vandaar de naam. Met twee cultuurhistorische elementen in de vorm van eendenkooien en de verspreid liggende drinkdobben, is het een uniek gebied. Tot het afsluiten van de Lauwerszee in 1969 was het een laaggelegen, slecht ontwaterd gebied waarvan het oorspronkelijke karakter door de ruilverkaveling in 1950 sterk was aangetast. De eendenkooien waren toen al eigendom van It Fryske Gea en in 1953 gebeurde dat ook met de laaggelegen graslanden.
https://www.itfryskegea.nl/wp-content/uploads/2025/08/01Adig50.jpg11811772adminhttps://www.itfryskegea.nl/wp-content/uploads/2024/04/logo.svgadmin2023-09-21 09:46:462025-08-26 12:02:09Weidevogels terug in Eanjumerkolken
De Stokersdobbe is zo’n 10.0000 tot 28.000 jaar geleden ontstaan tijdens de laatste ijstijd. In 1979 is de pingoruïne geologisch onderzocht. Toen bleek dat het om een vrij gave pingoruïne gaat van zo’n acht meter diep en wel 100 meter breed. In de ringwal vind je een drie tot vier meter dikke keileemlaag. In de pingoruïne zelf ontbreekt de keileem waardoor grondwater omhoog kan stromen. De toestroom van grondwater zorgt voor vrij stabiele natte omstandigheden waardoor veenvorming optreed.
Kwetsbaar gebied
De Stokersdobbe is niet vrij toegankelijk vanwege de kleine omvang (5.5 hectare) en de kwetsbaarheid van de natuurwaarden. Het gebied is echter van dichtbij goed te overzien vanaf de weg De Mersken die grenst aan de noordkant.
Welke vogels kom je tegen?
In kader van de Subsidieregeling Natuur en Landschap (SNL) en de interne beheerevaluaties is de Stokersdobbe vanaf 2016 intensief onderzocht op broedvogels, flora en insecten.
In 2016 en 2022 heeft vrijwilliger Rudie Huiting de broedvogels onderzocht volgens de methode van het Broedvogel Monitoring Project (BMP). Hierbij wordt het aantal territoria vastgesteld op basis van waarnemingen van territoriaal gedrag. Het gebied blijkt bijzonder soortenrijk te zijn door de afwisseling van grasland, houtsingel, rietland en broekbos. In de twee onderzoeksjaren zijn respectievelijk 19 en 23 broedvogelsoorten vastgesteld. Soorten van ruigte, struweel en bosrand zijn het meest vertegenwoordigd met tien territoria in 2016 en elf in 2022. De talrijkste van deze groep is de fitis, gevolgd door winterkoning en zwartkop. Opvallende soorten die niet in beide jaren zijn gehoord of gezien, zijn de geelgors (in 2022), de roodborsttapuit (in 2016) en de matkop (in beide jaren).
MatkopGeelgorsZwartkop
Bijzonder broedgeval
Ook soorten van opgaand bos zijn in beide jaren vertegenwoordigd met respectievelijk acht en negen territoria. Opvallende soorten in 2022 waren de grote lijster en de gekraagde roodstaart. Verrassend was een territorium van een dodaars, want in de Stokersdobbe is alleen langs de randen van het broekbos open water aanwezig. De kleinste futensoort van Nederland broedt voornamelijk in vaak kleinere wateren met een rijke oever- en onderwatervegetatie en een goede waterkwaliteit. De dodaars is vrij schuw en valt niet op in de dichte vegetatie waarin hij nestelt.
Insecten rondom de dobbe
In diezelfde jaren heeft Rudie ook de insecten geïnventariseerd. In 2022 zijn van de dagvlinders zeven doelsoorten (soorten waarvoor er beheer toegepast wordt) vastgesteld: het bruine zandoogje, de eikenpage, het groot dikkopje, het koevinkje, het oranjezandoogje, het oranjetipje en het zwartsprietdikkopje. Het zijn soorten van ruigere, kruiden- en structuurrijke graslanden. Het koevinkje en het zwartsprietdikkopje kwamen het meest voor. Het koevinkje is een typische soort van bosranden en dus ook van de houtsingels in de Fryske Wâlden. De vlinder haalt nectar van planten zoals de braam, de kale jonker en de gewone engelwortel. Het vrouwtje legt eitjes op grassen in ruige, vochtige zoomvegetaties.
KoevinkjeOranjezandoogje
In 2016 zag Rudie nog zes exemplaren van de argusvlinder, maar in 2022 was deze typische graslandsoort niet aanwezig. De recente landelijke achteruitgang van de argusvlinder is zorgelijk. Het is onduidelijk wat de hoofdoorzaak hiervan is. Een soort die in Zuidoost-Fryslân op de rand van haar verspreiding leeft, is de het oranje zandoogje. Rudie heeft deze soort in beide jaren met lage aantallen aangetroffen in de Stokersdobbe. Ook het oranje zandoogje gaat landelijk achteruit. Deze vlinder komt voor in graslanden met een mantel- en zoomvegetatie voor de nodige beschutting. Belangrijk is het in de winter laten overstaan van deze vegetaties voor de rupsen om in et overleven.
Zeldzame soorten kruiden
De flora is in 2018 geïnventariseerd door vrijwilligster Klazina Posthumus en in 2022 door vrijwilliger Harry Waltje. Uit deze inventarisaties blijkt dat het broekbos fraai ontwikkeld is met zeldzame zeggensoorten als sterzegge, draadzegge en snavelzegge, kruiden als wateraardbei, grote boterbloem en moerasvaren en de struik wilde gagel. In de nattere slenkjes groeit veel Waterviolier. Een teken van ouder wordend bos zijn de eikvarens die op enkele oude wilgentakken groeien. Veel soorten indiceren de invloed van zwak gebufferde tot sterker gebufferd grondwater. Buffering betekent in deze context de mate van oplossing van mineralen als calcium, magnesium en ijzer. Het gaat waarschijnlijk om diep grondwater van onder de keileem die tot in de wortelzone reikt.
DraadzeggeGagelGrote boterbloem
In het veenmosrietland groeit veel veenpluis en op een enkele plek moerasviooltje. Op de grens van het grasland en de pingoruïne groeit schildereprijs op plekken waar het vee de vegetatie zo nu en dan opentrapt.
Andere pingoruïnes bij It Fryske Gea
It Fryske Gea beheert meerdere pingoruïnes in verschillende stadia van verlanding. Tussen Hurdegaryp en Burgum gaat het om twaalf pingoruïnes, de zogenaamde dobben van de Hurdegarypsterwarren. Ten oosten van Drachten gaat het om drie gereconstrueerde pingoruïnes. Andere pingoruïnes zijn de Markijkemuoisdobbe in het Ketliker Skar, een pingoruïnes in de Delleboersterheide en één op de Hoorn. De de grootste pingoruïne van It Fryske Gea is de Diakonievene.
Hurdegarypsterwarren
https://www.itfryskegea.nl/wp-content/uploads/2025/01/stokersdobbe.jpg9451417adminhttps://www.itfryskegea.nl/wp-content/uploads/2024/04/logo.svgadmin2023-08-11 10:13:072025-05-06 10:57:56De Stokersdobbe, een bron van biodiversiteit
In 1913 stond op de plek van het paviljoen een achtkantige koepeltje met rieten dak. Het werd in die tijd gebruikt door de inwoners van Huize Rijs, freules Johanna Constantia Jacoba van Swinderen (1871-1936) en Quirina Jacoba Johanna van Swinderen (1876-1958). Vanuit hun slot wandelden de freules over het Freuleleantsje naar het Mirnser Klif om te genieten van een kopje thee en het uitzicht over de Zuiderzee. Zij waren trendsetters in de Friese badcultuur, gezien de vele gezinnen met jonge kinderen en watersporters die er nu vertoeven.
Gebruik natuurlijke materialen
De familie Witteveen, al decennia eigenaar van het paviljoen, heeft het nieuwe koepeltje in overleg met It Fryske Gea ontworpen. Het ontwerp past daardoor goed bij de cultuurhistorie en de natuur van het gebied. Het riet voor het dak komt van de Mokkebank, een rietoever een paar kilometer verderop.
Het Mirnser Klif en het Rysterbosk kennen een eeuwenoude geschiedenis en zijn al ruim 80 jaar in bezit van It Fryske Gea. Het is jaarrond nog altijd de perfecte plek om te genieten van het uitzicht over het IJsselmeer.
Investering voor toekomst
In 2021 werd het paviljoen vernieuwd door de eigenaren Gonja van der Linde – Witteveen en Cor Witteveen en kreeg het de naam Paviljoen ’t Mar. In aansluiting op de nieuwbouw investeerde It Fryske Gea gezamenlijk met ’t Mar in de buitenruimte van het paviljoen.
Op een warme zomerse dag profiteren gasten van Paviljoen ’t Mar nog steeds van de koele kelder onder het oorspronkelijke koepeltje. Daar bevinden zich tegenwoordig namelijk de biertanken.
Kleurplaatwedstrijd!
Haal vanaf zaterdag 15 juli de nieuwe kleurplaat, gemaakt door It Fryske Gea, op bij paviljoen ’t Mar en lever deze uiterlijk op donderdag 27 juli in bij ‘t Mar (via de post of een bezoekje). De winnaars krijgen persoonlijk bericht en winnen een natuurpakket. Kinderen die hun kleurplaat op donderdag 20 juli tussen 14.30 uur en 17.30 inleveren bij paviljoen ’t Mar krijgen, alleen die dag, een gratis softijsje bij ‘t Koepeltsje.
In de groeiende hitte van zondag 25 juni lopen de gemoederen op. De jongen oefenen hun vliegsprongen nog heftig, tot het niet meer gaat. In de nacht naar maandag komt de verlossende koelte. En de hop…
En die ging helaas niet meer weg. Na onderzoek blijkt dat er een ongelukkige kabelbreuk dicht bij de boom zit. Deze wordt dit seizoen niet meer hersteld. Dus er komt een abrupt einde aan dit seizoen! Wat een domper, zo net voor het uitvliegen van de jongen.
https://www.itfryskegea.nl/wp-content/uploads/2025/01/zeearenden-25-juni.jpg10131502adminhttps://www.itfryskegea.nl/wp-content/uploads/2024/04/logo.svgadmin2023-06-28 09:26:552025-05-06 11:00:29Springen tot je hopt