De Stokersdobbe, een bron van biodiversiteit

Gave pingoruïne

De Stokersdobbe is zo’n 10.0000 tot 28.000 jaar geleden ontstaan tijdens de laatste ijstijd. In 1979 is de pingoruïne geologisch onderzocht. Toen bleek dat het om een vrij gave pingoruïne gaat van zo’n acht meter diep en wel 100 meter breed. In de ringwal vind je een drie tot vier meter dikke keileemlaag. In de pingoruïne zelf ontbreekt de keileem waardoor grondwater omhoog kan stromen. De toestroom van grondwater zorgt voor vrij stabiele natte omstandigheden waardoor veenvorming optreed.

Kwetsbaar gebied

De Stokersdobbe is niet vrij toegankelijk vanwege de kleine omvang (5.5 hectare) en de kwetsbaarheid van de natuurwaarden. Het gebied is echter van dichtbij goed te overzien vanaf de weg De Mersken die grenst aan de noordkant.

Welke vogels kom je tegen?

In kader van de Subsidieregeling Natuur en Landschap (SNL) en de interne beheerevaluaties is de Stokersdobbe vanaf 2016 intensief onderzocht op broedvogels, flora en insecten.

In 2016 en 2022 heeft vrijwilliger Rudie Huiting de broedvogels onderzocht volgens de methode van het Broedvogel Monitoring Project (BMP). Hierbij wordt het aantal territoria vastgesteld op basis van waarnemingen van territoriaal gedrag. Het gebied blijkt bijzonder soortenrijk te zijn door de afwisseling van grasland, houtsingel, rietland en broekbos. In de twee onderzoeksjaren zijn respectievelijk 19 en 23 broedvogelsoorten vastgesteld. Soorten van ruigte, struweel en bosrand zijn het meest vertegenwoordigd met tien territoria in 2016 en elf in 2022. De talrijkste van deze groep is de fitis, gevolgd door winterkoning en zwartkop. Opvallende soorten die niet in beide jaren zijn gehoord of gezien, zijn de geelgors (in 2022), de roodborsttapuit (in 2016) en de matkop (in beide jaren).

Bijzonder broedgeval

Ook soorten van opgaand bos zijn in beide jaren vertegenwoordigd met respectievelijk acht en negen territoria. Opvallende soorten in 2022 waren de grote lijster en de gekraagde roodstaart. Verrassend was een territorium van een dodaars, want in de Stokersdobbe is alleen langs de randen van het broekbos open water aanwezig. De kleinste futensoort van Nederland broedt voornamelijk in vaak kleinere wateren met een rijke oever- en onderwatervegetatie en een goede waterkwaliteit. De dodaars is vrij schuw en valt niet op in de dichte vegetatie waarin hij nestelt.

Insecten rondom de dobbe

In diezelfde jaren heeft Rudie ook de insecten geïnventariseerd. In 2022 zijn van de dagvlinders zeven doelsoorten (soorten waarvoor er beheer toegepast wordt) vastgesteld: het bruine zandoogje, de eikenpage, het groot dikkopje, het koevinkje, het oranjezandoogje, het oranjetipje en het zwartsprietdikkopje. Het zijn soorten van ruigere, kruiden- en structuurrijke graslanden. Het koevinkje en het zwartsprietdikkopje kwamen het meest voor. Het koevinkje is een typische soort van bosranden en dus ook van de houtsingels in de Fryske Wâlden. De vlinder haalt nectar van planten zoals de braam, de kale jonker en de gewone engelwortel. Het vrouwtje legt eitjes op grassen in ruige, vochtige zoomvegetaties.

In 2016 zag Rudie nog zes exemplaren van de argusvlinder, maar in 2022 was deze typische graslandsoort niet aanwezig. De recente landelijke achteruitgang van de argusvlinder is zorgelijk. Het is onduidelijk wat de hoofdoorzaak hiervan is. Een soort die in Zuidoost-Fryslân op de rand van haar verspreiding leeft, is de het oranje zandoogje. Rudie heeft deze soort in beide jaren met lage aantallen aangetroffen in de Stokersdobbe. Ook het oranje zandoogje gaat landelijk achteruit. Deze vlinder komt voor in graslanden met een mantel- en zoomvegetatie voor de nodige beschutting. Belangrijk is het in de winter laten overstaan van deze vegetaties voor de rupsen om in et overleven.

Zeldzame soorten kruiden

De flora is in 2018 geïnventariseerd door vrijwilligster Klazina Posthumus en in 2022 door vrijwilliger Harry Waltje. Uit deze inventarisaties blijkt dat het broekbos fraai ontwikkeld is met zeldzame zeggensoorten als sterzegge, draadzegge en snavelzegge, kruiden als wateraardbei, grote boterbloem en moerasvaren en de struik wilde gagel. In de nattere slenkjes groeit veel Waterviolier. Een teken van ouder wordend bos zijn de eikvarens die op enkele oude wilgentakken groeien. Veel soorten indiceren de invloed van zwak gebufferde tot sterker gebufferd grondwater. Buffering betekent in deze context de mate van oplossing van mineralen als calcium, magnesium en ijzer. Het gaat waarschijnlijk om diep grondwater van onder de keileem die tot in de wortelzone reikt.

In het veenmosrietland groeit veel veenpluis en op een enkele plek moerasviooltje. Op de grens van het grasland en de pingoruïne groeit schildereprijs op plekken waar het vee de vegetatie zo nu en dan opentrapt.

Andere pingoruïnes bij It Fryske Gea

It Fryske Gea beheert meerdere pingoruïnes in verschillende stadia van verlanding. Tussen Hurdegaryp en Burgum gaat het om twaalf pingoruïnes, de zogenaamde dobben van de Hurdegarypsterwarren. Ten oosten van Drachten gaat het om drie gereconstrueerde pingoruïnes. Andere pingoruïnes zijn de Markijkemuoisdobbe in het Ketliker Skar, een pingoruïnes in de Delleboersterheide en één op de Hoorn. De de grootste pingoruïne van It Fryske Gea is de Diakonievene.

Hurdegarypsterwarren

’t Koepeltsje verrijkt strand Mirnser Klif

In 1913 stond op de plek van het paviljoen een achtkantige koepeltje met rieten dak. Het werd in die tijd gebruikt door de inwoners van Huize Rijs, freules Johanna Constantia Jacoba van Swinderen (1871-1936) en Quirina Jacoba Johanna van Swinderen (1876-1958). Vanuit hun slot wandelden de freules over het Freuleleantsje naar het Mirnser Klif om te genieten van een kopje thee en het uitzicht over de Zuiderzee. Zij waren trendsetters in de Friese badcultuur, gezien de vele gezinnen met jonge kinderen en watersporters die er nu vertoeven.

Gebruik natuurlijke materialen

De familie Witteveen, al decennia eigenaar van het paviljoen, heeft het nieuwe koepeltje in overleg met It Fryske Gea ontworpen. Het ontwerp past daardoor goed bij de cultuurhistorie en de natuur van het gebied. Het riet voor het dak komt van de Mokkebank, een rietoever een paar kilometer verderop.

Het Mirnser Klif en het Rysterbosk kennen een eeuwenoude geschiedenis en zijn al ruim 80 jaar in bezit van It Fryske Gea. Het is jaarrond nog altijd de perfecte plek om te genieten van het uitzicht over het IJsselmeer.

Investering voor toekomst

In 2021 werd het paviljoen vernieuwd door de eigenaren Gonja van der Linde – Witteveen en Cor Witteveen en kreeg het de naam Paviljoen ’t Mar. In aansluiting op de nieuwbouw investeerde It Fryske Gea gezamenlijk met ’t Mar in de buitenruimte van het paviljoen.

Op een warme zomerse dag profiteren gasten van Paviljoen ’t Mar nog steeds van de koele kelder onder het oorspronkelijke koepeltje. Daar bevinden zich tegenwoordig namelijk de biertanken.

Kleurplaatwedstrijd!

Haal vanaf zaterdag 15 juli de nieuwe kleurplaat, gemaakt door It Fryske Gea, op bij paviljoen ’t Mar en lever deze uiterlijk op donderdag 27 juli in bij ‘t Mar (via de post of een bezoekje). De winnaars krijgen persoonlijk bericht en winnen een natuurpakket. Kinderen die hun kleurplaat op donderdag 20 juli tussen 14.30 uur en 17.30 inleveren bij paviljoen ’t Mar krijgen, alleen die dag, een gratis softijsje bij ‘t Koepeltsje.

Meer informatie

Paviljoen ’t Mar: www.paviljoentmar.nl
Nationaal Landschap Zuidwest Fryslân: www.nationaallandschap.frl/gaasterland/geschiedenis-van-paviljoen-t-mar-bij-het-mirnser-klif

Springen tot je hopt

In de groeiende hitte van zondag 25 juni lopen de gemoederen op. De jongen oefenen hun vliegsprongen nog heftig, tot het niet meer gaat. In de nacht naar maandag komt de verlossende koelte. En de hop…

En die ging helaas niet meer weg. Na onderzoek blijkt dat er een ongelukkige kabelbreuk dicht bij de boom zit. Deze wordt dit seizoen niet meer hersteld. Dus er komt een abrupt einde aan dit seizoen! Wat een domper, zo net voor het uitvliegen van de jongen.

Laatste kans: bezoek de expositie over de Lancaster (GESLOTEN)

Speciale excursie

Tijdens een korte vaarexcursie van 75 minuten, varen wij naar de crashlocatie. Onze gidsen vertellen je meer over het ‘inpakken’ van de vuilstortplaats, de berging van het vliegtuigwrak, de zwaluwhaven en het verhaal van de jonge vliegeniers in Lancaster R5682. Daarna gaan we naar de expositie ‘Geraakt. De laatste vlucht van Lancaster R5682’ in het bezoekerscentrum van Nationaal Park De Alde Feanen.

Onderaan deze pagina hebben we alle vaardata voor je op een rij gezet.

Geraakt. Expositie vertelt beklemmend verhaal

Begin september 2017 begon in Nationaal Park De Alde Feanen, de berging van de Engelse Lancaster. In de Tweede Wereldoorlog werd deze door afweergeschut geraakt en daarna achtervolgd door een Duitse nachtjager. Al brandend boorde het vliegtuig zich vervolgens in het laagveenmoeras. Over de laatste vlucht en de bemanning kun je de expositie ‘Geraakt. De laatste vlucht van Lancaster R5682’ tot stand gekomen. Aan de hand van geluidsfragmenten, foto’s, onderdelen van de bommenwerper en een tijdlijn voel je de beklemming van de bemanning in die donkere nacht als hun vliegtuig neerstort. Na de noodlottige crash beschrijft het dagdeel van de expositie een volgend hoofdstuk. De jonge bemanning landde in een vreemd land en werd gevangen genomen.

Overblijfselen van oorlogsvliegtuig de Lancaster R5682

Symbool voor ‘het leven’ dat teruggebracht wordt

Ter nagedachtenis aan het offer van de bemanning van Lancaster R5682 en uit respect voor hun nabestaanden, gaf de provincie Fryslân opdracht aan de Friese architect Nynke Rixt Jukema om een monument te ontwerpen. De zwaluwhaven staat symbool voor ‘het leven’ dat teruggebracht wordt op de plaats waar zeven jonge mannen hun leven waagden voor onze vrijheid en is tijdens een rondvaart te bekijken.

Ze groeien als kool

De jonge zeearenden zijn al weer 10 weken oud! In deze compilatie zie je hoe ze in die weken zijn gegroeid. Prachtig!

 

Doe mee aan onze fotowedstrijd Kiek’es!

Fotowedstrijd Kiek ’es! Doe mee!

Dus hop naar buiten en op zoek naar dat ene speciale, ontroerende, unieke moment. Klik! En dan maakt het niet uit of het met een mobieltje of met een professioneel toestel is gemaakt. Waar ga jij jouw ultieme fotomoment beleven? De meeste van onze natuurgebieden zijn vrij toegankelijk en zeer fotogeniek! Denk er wel om dat je op de paden blijft om de natuur niet te verstoren en beschadigingen te voorkomen. Voor meer informatie kun je de gedragsregels raadplegen.

Winnaars

Bij een wedstrijd horen winnaars. Een vakjury selecteert een top 10 uit de inzendingen waarna het publiek kan stemmen voor de eerste, tweede en derde plaats. De top 10 wordt ook op onze Instagram en Facebook pagina geplaatst. De makers van de drie foto’s met de meeste stemmen krijgen een leuke prijs. Trek erop uit, ontdek de Friese natuur en laat anderen meegenieten. Lees hier alles over de fotowedstrijd.

De winnaar van afgelopen seizoen was de 11-jarige Pelle met deze foto van de roerdomp

WOLKOM! Algemene Ledenvergadering 2023

Het bestuur nodigt de leden van It Fryske Gea van harte uit voor de Algemene Ledenvergadering op dinsdagavond 30 mei 2023.

Waar en wanneer?

Datum en aanvang: 30 mei 2023, 19:30 uur
Locatie: Hotel Tjaarda, Koningin Julianaweg 98, 8453 WH Oranjewoud

Agenda

  1. Opening
  2. Notulen van de algemene ledenvergadering 7 juni 2022
  3. Ingekomen stukken en mededelingen
  4. 2022 in vogelvlucht
  5. Herbenoeming RvT-leden Henk Wubs en Yme Bouma
  6. Verkiezing nieuw lid RvT Marjan Skotnicki-Hoogland
  7. Financiën
    • vaststelling jaarrekening
    • décharge bestuur
  8. Verkiezing nieuw bestuurslid Marieke Ferwerda
  9. Afscheid bestuurslid Jeltsje van der Meer-Kooistra
  10. Omfreegjen en slúting

Aanmelden

Als lid van It Fryske Gea bent u van harte welkom. U dient zich van tevoren, uiterlijk 29 mei aan te melden bij het secretariaat via telefoon 0512 – 38 14 48 of e-mail info@itfryskegea.nl. Na aanmelding krijgt u een bevestiging toegezonden.

De stukken zijn in te zien via itfryskegea.nl/jaarverslag

Nog geen lid?

Word beschermer en ontvang direct je lidnummer

Kies nu voor een lidmaatschap van It Fryske Gea en ontvang de natuurgids ‘Ontdek de Friese natuur’. Inspirerend om de ruim 60 natuurgebieden die we beheren te ontdekken. Bovendien kun je gratis of met korting deelnemen aan onze excursies en steun je het behoud van natuur in Fryslân. Allemaal vanaf maar € 25,00 per jaar.

Nu met speciale top 3 weidevogelkijkplekken cadeau. Deze kan je als lid direct aanvragen!

Zo haal je zwaluwen naar je tuin: 4 tips

Boerenzwaluw
Tussen eind maart en begin juni (met piek in mei) keren boerenzwaluwen terug naar ons land.

1. Je daken inrichten voor zwaluwen

Zwaluwen nestelen graag in schuren, onder dakpannen, tegen ruwe muren en onder overhangende dakranden. Ze maken een bolvormig nest van modder, klei, gras, veren en takjes die ze in de buurt vinden. Is er geen klei of leem te vinden in de directe omgeving, dan kun je de zwaluw helpen met het aanleggen van een kleiplaats. Onder het dak kan het in een zwaluwnest behoorlijk warm worden in de zomer. Zwaluwen verkiezen vermoedelijk daarom dakranden met een bleke kleur.

2. Oude nesten laten hangen

Zwaluwen vliegen in het najaar weer duizenden kilometers naar Afrika om te overwinteren. Maar ze komen in het voorjaar  vaak weer terug op hun vertrouwde nest. Die weten ze nog prima te vinden! Hangt er een oud zwaluwnest in je tuin? Haal deze dan niet weg. Want grote kans dat de zwaluw van afgelopen jaar, dit jaar weer opzoek gaat naar dat nest. Je kan zelfs een handje helpen door het nest te verstevigen of te repareren indien nodig.

Boerenzwaluw nest
Zwaluwen keren vaak terug naar hun vertrouwde plekje

3. Plaats kunstnesten

Wil je de zwaluwen echt een warm welkom geven, dan kun je kunstnesten plaatsen onder je dakrand of dakgoot. Hang er twee of drie bij elkaar, het liefst in de buurt van bestaande nesten. Zwaluwen leven namelijk graag in kolonies, dichtbij hun soortgenoten. Kies een plek waar overdag veel schaduw is, zeker niet in de volle zon. Anders wordt het echt te heet voor ze op warme dagen.

4. Stel dakrenovaties uit

Je dak renoveren tijdens het broedseizoen van de zwaluw is geen goed idee. Je verstoort zo de rust van het ouderpaar in spé of erger nog: je vernielt het nest waarin ze aan het broeden zijn. Als het enigszins kan, stel je werkzaamheden liever uit tot na de zomer.

Tip: bescherm je gevel en ramen tegen uitwerpselen: Elke dag verdwijnen er honderden insecten in de snavel van een zwaluw. En de afvalstoffen die zwaluwen niet opnemen, komen er ook weer een keer uit. De uitwerpselen wil je liever niet op je gevel of ramen. Om dit te voor komen bevestig je een horizontaal plankje onder het zwaluwnest. Hiermee vang je alle kleine en grote boodschappen op. Plaats het plankje tenminste 50 cm onder het nest. Want anders is dit de perfecte opstap voor predators zoals eksters.

De huiszwaluw

Van oorsprong was dit behendige vogeltje gebonden aan rotsen, maar hij heeft zich helemaal aan onze omgeving aangepast. Het nest van een huiszwaluw wordt gebouwd van aarde en klei, maar net wat voorhanden is, vermengd met zwaluwspeeksel. Zo wordt snavel voor snavel een halve bol tegen de muur gemetseld, met maar een kleine opening. Voor één nest zijn tot wel duizend bolletjes nodig, een behoorlijke klus dus. Lees er alles over in de blog van Henk de Vries.

Op pad met Harrie Bosma

In het spoor van de wasbeerhond in het Ketliker Skar

“Zie je dat paadje daar? Dat is een wissel, een vaste route van wilde beesten tussen bijvoorbeeld rustgebieden en drinkplekken. Een ideale plek om een camera op te hangen.” Op knieën zit Bosma ‘s ochtends vroeg bij een van zijn camera’s in het Ketliker Skar. De inventarisatiemedewerker verwisselt het SD-kaartje en controleert of de batterijen nog vol zijn. “Ik heb twaalf camera’s in heel Fryslân, hier in het Ketliker Skar staan er vier. Daarmee inventariseer ik wat hier aan zoogdieren leeft.”

Bosma, voor zijn pensioen muskusrattenbestrijder bij Wetterskip Fryslân, begon met deze hobby tijdens de herintroductie van de otter (2002). “Met het waterschap en It Fryske Gea gingen wij naar Dresden om te kijken wat er nodig was om de otter terug te laten komen. Sindsdien ben ik betrokken bij het otterprogramma en ik schafte ik al snel een wildcamera aan. Zo is het begonnen.” Ondertussen doet hij ook inventarisatiewerk voor Staatsbosbeheer en is hij betrokken bij de dassenwerkgroep. “Ik ben er bijna elke dag mee bezig. Grote zoogdieren hebben mijn interesse.”  

‘Verse pootafdrukken van een vos. Of zouden ze van een wasbeerhond zijn? Soms is het verschil amper te zien. De tenen zitten bij de meeste wilde beesten los van het middenvoetskussen, maar bij de wasbeerhond zitten ze er bijna aan vast.’ – Harry Bosma

Dekking en rust

Even verderop laat Bosma zijn tweede camera zien, ook deze zit met een slot aan een boom vast. “Naar deze beelden ben ik heel nieuwsgierig, want deze camera staat hier nieuw. Hij stond eerder verderop, maar leverde alleen maar beelden van damherten en vossen op. Ook mooi, maar daar gaat het me nu niet om. Waarom ik nu voor deze plek gekozen heb? Daarvoor verplaats ik me in het beest: hier is een wissel, genoeg voedsel en de biotoop klopt. Wasbeerhonden houden van water in combinatie met voldoende schuilplaatsen en rust. Deze vochtige hooilanden met varens en bos zijn dus heel geschikt.”

Twintig meter verderop hurkt Bosma neer op een drekkige dam. “Verse pootafdrukken van een vos. Of zouden ze van een wasbeerhond zijn? Soms is het verschil amper te zien. De tenen zitten bij de meeste wilde beesten los van het middenvoetskussen, maar bij de wasbeerhond zitten ze er bijna aan vast. Mooi dat ik dit zie: als de camera van net geen goede beelden oplevert, verplaats ik hem hierheen.” Bosma leert de wasbeerhond steeds beter kennen. Op basis van sporen in de natuur (pootafdrukken of latrines) of het gedrag op de filmpjes komt hij meer te weten en verplaatst hij zijn camera’s. “Het is een grote zoektocht, veel weten we nog niet van de soort.”

Wasbeerhond

Nieuwkomer

De wasbeerhond – niet familie van de wasbeer, maar een hondachtige met korte poten – is een nieuwkomer. Oorspronkelijk komt hij uit Korea, weet Bosma. “Hij kwam in Europa via het Europese deel van Rusland. Daar werd hij ingevoerd vanwege de pels, voor de bontindustrie. Van daaruit is hij verwilderd en ontsnapt en heeft hij zijn gebied beetje bij beetje vergroot.” Een exoot dus, maar wel eentje die zich thuisvoelt in het Ketliker Skar. Op het menu staan planten, maar ook dieren zoals vissen, kikkers, eieren en insecten. “Volgens mij is het geen echte carnivoor en eet hij voornamelijk plantaardig: maïs, noten en bessen.”

Bosma hoopt de wasbeerhond deze zomer weer een paar keer voor de camera te krijgen. “’s Winters zijn ze minder actief. Ze houden geen winterslaap, maar wel winterrust. In het vroege voorjaar zijn de vrouwtjes krols en zoeken ze een plek om de jongen op de wereld te zetten, dat gebeurt van april tot juni. Vaak strijken ze neer in oude vossenpijpen of dassenburchten, want het zijn zelf geen gravers. Toch wil ik met mijn camera’s niet te dicht bij het nest zitten. Dan verstoor ik ze misschien en slaan ze op de vlucht. Daar hebben zij niets aan, maar ik ook niet, want dan begint de zoektocht weer opnieuw.”

Als de kaartjes van de vier camera’s verwisseld zijn, gaat Bosma weer naar huis. Vanmiddag moet hij nog een dode otter uit Earnewâld halen en wil hij nog naar het Lauwersmeergebied om een paar kaartjes te verwisselen. Een dag later stuurt hij een bericht: De pootafdruk op de dam was inderdaad van een wasbeerhond. Ik heb de beelden! Groet, Harrie.

Meer video’s

Bosma zijn video’s zijn te vinden op YouTube. Hij heeft niet alleen beelden van de wasbeerhond, maar ook van vossen, reeën, dassen, otters en damherten. Zelfs van de zeldzame goudjakhals, ook een nieuwkomer in Fryslân.

De ljippeblom, een zeldzame verschijning

Winterse overstromingen

De wilde kievitsbloem heeft baat bij winterse overstromingen om in het voorjaar te kunnen concurreren met grassen. De overstromingen vertragen namelijk de opwarming van de bodem en daarmee ook de grasgroei. Daarnaast verspreiden de zaden zich drijvend op het water. Tegenwoordig is de wilde kievitsbloem zeer zeldzaam. Een belangrijk oorzaak is de strakkere peilregulatie. Zo blijft Friese boezem jaarrond redelijk constant op 0,52 m onder NAP waardoor de typische bûtlannen niet meer overstromen in de winter.

Rode lijst

Daarnaast spelen factoren als grondwaterstandsverlaging, bebouwing en aanleg van wegen, bemesting en beweiding een grote rol. De wilde kievitsbloem staat daarom op de rode lijst als een bedreigde soort. De trage ontwikkeling van de bloem is ook een factor die de kwetsbaarheid bepaald. Het duurt namelijk acht jaar voordat de plant uit zaad tot bloei komt!

De sierlijke, hangende bloemen zijn zeer gelieft bij de mens. In het verleden werden de planten geplukt voor in de vaas of uitgegraven voor in de tuin. Tegenwoordig komt dit helaas nog steeds voor. Dit is natuurlijk ongewenst, wettelijk verboden en onnodig. Tegenwoordig zijn de planten namelijk goed verkrijgbaar in tuincentra als bol of als volgroeide plant.

Bocht van Molkwar

Zwolle vormt het bolwerk van de wilde kievitsbloem met elk voorjaar duizenden bloemen. In Fryslân is de bloem beperkt tot vier natuurlijke groeiplekken. De grootste groeiplek met meer dan tweehonderd bloemen is het bûtlân bij de Bocht fan Molkwar. Hier komen ook andere zeldzaamheden voor als spindotterbloem, vleeskleurige orchis, geelhartje en moeraspaardenbloem. Hier treden in de winter overstromingen op met IJsselmeerwater, met name bij een stevige zuidwesterwind. Bekijk hier de aflevering van de natuurserie ‘De Maitiidsswalker’ terug, waarin onze medewerker Germ van der Burg vertelt over de wilde kievitsbloem.

Alde Feanen & Grutte Wielen

In de Alde Feanen komen ook nog twee relictpopulaties voor, namelijk de Lange Sâne en bij de Sânemar. De Lange Sâns is een gedegradeerd boezemland waar in de winter vooral regenwater blijft staan in plaats van overstromingswater vanuit de boezem. In de zomer zakt hier de grondwatertand te ver uit waardoor vergrassing optreedt. Op een legakker bij de Sânemar zijn dit jaar enkele planten gevonden door vrijwilliger Gerrit Jellema. De groeiplek is een soortenrijk koekoeksbloemrietland waar sinds enkele jaar zomermaaibeheer plaatsvindt. In deze rietlanden komen op enkele vierkante meters meer dan veertig plantensoorten voor waaronder zeldzaamheden als gulden boterbloem, moeraskartelblad, kleine valeriaan en het uiterst zeldzame zwartsteelsterrenmos.

In de Koekoekspetten in de Grutte Wielen komt nog één pol wilde kievitsbloem voor. Het gaat om een verlaten, verruigd rietland. Tot 2020 werd deze pol gemonitord door vogelteller Yme Joustra. De pol is sinds 1997 bekend bij It Fryske Gea.

Park Jongemastate

Naast de natuurlijke groeiplekken zijn er ook groeiplekken in stinzenparken. De plant is mooi te bewonderen in bijvoorbeeld Park Jongemastate. Hier staat de naast de wilde kievitsbloem ook de verwante keizerskroon. Deze is afkomstig uit Azië en behoort ook tot de stinzenflora.

Park Jongemastate
Secret Link